Schrijfbeest verhaal: Het Fenomeen Vriendje

Frederique wil een vriendje. Heel, heel graag zelfs. Maar vriendjes komen niet uit de lucht vallen. Je moet er actief naar zoeken en ze aan de haak slaan. Of zijn ze er al de hele tijd? Christa heeft een vriendje, van wie ze heel veel houdt. Maar dingen beginnen uit elkaar te vallen vanaf het moment dat ze per ongeluk opeens zijn dagboek in haar handen heeft. Waar trek je de grens tussen doorgaan en dumpen?

Monday, October 23, 2006

Hoofdstuk 9 en 10

9. Frederique
,,Dertig euro en vijfennegentig cent alsjeblieft,” zeg ik tegen een meisje dat een van de nieuwste herenluchtjes koopt, en erbij zegt dat het een cadeautje is. Gek genoeg irriteert het me vandaag een stuk minder dan normaal. Misschien is het gewoon voor een vriend van haar, wie zal het zeggen? Of misschien heeft ze inderdaad een vriendje, en ik nog steeds niet nee, inderdaad. Ik ben er nog steeds niet echt gelukkig mee dat Rogier me gisteren heeft laten zitten, natuurlijk. Ik heb de hele nacht mijn telefoon aan gehad en zelfs nu, terwijl ik aan het werk ben, heb ik ‘m in mijn kontzak zitten, al staat dat niet echt flatteus. Maar ik heb nog geen smsje gehad, en ik verwacht ook steeds minder dat er nog een zal komen. Ik had gedacht dat ik vandaag de hele dag mijn best zou moeten doen niet te huilen, en me af en toe onder de toonbank op zou rollen om toch even een paar traantjes te laten. Maar ik ben gewoon aan het werk als altijd. De wereld is niet vergaan. En misschien was Rogier toch wel een beetje een stomme eikel…
Ik wil het eigenlijk liever niet aan mezelf toegeven, maar het feit dat ik niet volledig ben ingestort, heb ik aan Tim te danken. Met zijn Finding Nemo-video, de zakken chips, zijn grappige opmerkingen en zijn onuitputtelijke voorraad gespreksonderwerpen. Ik heb een ontzettend leuke avond met hem gehad, en het liep tegen half twee toen ik eindelijk op de fiets naar huis zat. Ik voelde me een beetje schuldig tegenover Christa, omdat ik wel bij haar thuis was, maar niet met haar gepraat heb, maar Tim zei dat ze dat niet erg zou vinden. ,,Veel te druk met haar bruisende Thomas,” zei hij. ,,Die houdt haar wel bezig, hoor.” Daar moest ik weer vreselijk om lachen, want van alle woorden die op Thomas van toepassing zouden kunnen zijn, is “bruisend” wel het allerlaatste. ,,Wat vind jij nou van ‘m?” vroeg Tim me toen opeens. ,,Ik vind ‘m wel aardig, ik ken ‘m verder niet echt…” hield ik het vaag. Als Christa van haar broer zou horen dat ik haar vriend een slome duikelaar vind, zou ze me vermoorden, en ze zou nog gelijk hebben ook. Thomas dacht blijkbaar hetzelfde. ,,Kom op, ik zal het echt niet aan Christa vertellen als je ‘m een sukkel vindt, hoor,” zei hij, alsof hij mijn gedachten kon lezen. Toen heb ik hem maar verteld hoe stiekem Thomas om Christa stond te lachen, vorige week zaterdag, en dat ik hem verder gewoon vaag vind. ,,Stond ie haar uit te lachen?!” riep Tim toen, opeens kwaad, en ik zei “ssst!” omdat Thomas en Christa het boven weleens zouden kunnen horen. ,,Nou, hij stond haar niet echt uit te lachen, maar je weet wel, gewoon zo’n stiekem lachje, waarvan het niet de bedoeling was dat zij het zou zien, snap je?” Hij gromde. ,,Ik snap het maar al te goed. Ik heb ook al een keer tegen haar gezegd dat ik het niet echt een betrouwbaar figuur vond, maar dat wilde ze natuurlijk niet horen.” Dat was voor mij weer een heel nieuw perspectief. Ik ben nooit een fan van Thomas geweest, maar “niet betrouwbaar” gaat weer even een stapje verder. ,,Hoezo, “niet echt een betrouwbaar type”?” vroeg ik. Hij haalde zijn schouders op. ,,Ik weet het ook niet precies, het is gewoon een gevoel. Ik heb het idee dat hij niet eerlijk tegen haar is, dat hij heel selectief is in wat hij haar wel en niet vertelt. En volgens mij is hij ook behoorlijk dominant. Zodra ik zeg dat hij gebeld heeft, holt ze naar de telefoon om hem terug te bellen. En ze is zelfs tegen haar zin mee geweest naar scouting omdat meneer dat nodig vond!” We zwegen even, maar we wisten van elkaar wat we dachten. Christa die iets tegen haar zin doet, dat mag in de krant. ,,Als hij mijn zusje pijn doet, zal ik hém eens even pijn doen…” zei Tim toen. ,,Doe dat dan meteen ook namens mij,” verzocht ik, en realiseerde me dat we nu wel erg aan het doemdenken waren. ,,Nou ja, zo’n vaart zal het wel niet lopen,” probeerde ik, maar Tim leek niet overtuigd.
Van Thomas kwamen we op Stefan van de basisschool, en toen alle sukkels die we ooit gekend hadden de revue gepasseerd waren, zei ik opeens: ,,Die gozer met wie ik vanavond had afgesproken, dát was pas een loser…” ,,Wie was dat dan?” vroeg Tim nieuwsgierig. ,,Oh, een of andere gast die ik vorige week in de kroeg ontmoet had. Wou per se met me uit, en toen kwam hij niet opdagen. Echt triest.” Ik was verbaasd hoe nonchalant ik dat zei, terwijl ik een paar uur daarvoor nog op het punt had gestaan in huilen uit te barsten. ,,Hij is gek,” zei Tim eenvoudig. Ik kreeg een blij gevoel van dat korte zinnetje. Mijn ego groeide er weer een beetje door.
Ik word uit mijn gedachten opgeschrikt door mijn mobieltje, dat drie keer kort trilt in mijn zak. Een smsje. Wég is mijn nonchalante houding. Mijn hart slaat volledig op hol. Het ergste is nog, dat ik het berichtje nu niet kan lezen. Als ik achter de toonbank met mijn mobiel ga staan frunniken, word ik vast op staande voet ontslagen. Ik moet al genoeg mijn best doen om alle regeltjes hier te onthouden. Hulpzoekend kijk ik om me heen, maar Claudia en Merel zijn allebei in gesprek met een klant en Willemijn heeft pauze. Randy, mijn nichterige baas, zit natuurlijk boven in zijn kantoor, doende alsof hij belangrijke mensen aan de telefoon heeft, maar ondertussen gewoon aan het bellen met zijn vriendje. Er is niemand die de kassa even van me over kan nemen. Oh my god. Ik word gek. Zou het van Rogier zijn? Zou hij misschien toch een goeie verklaring hebben voor gisteravond? Zou hij een nieuwe afspraak willen maken? Zouden het misschien toch nog iets worden tussen ons? Zouden we nu toch nog ooit die reis naar Canada maken die ik alvast had gepland voor als we met pensioen zijn? (Zolang de kinderen nog thuis wonen, gaan we alleen op vakantie in Europa, zodat er nog wat voor ze overblijft om zonder hun ouders te ontdekken). Ik MOET dat berichtje lezen, en wel NU. Maar daar komt alweer een klant naar me toe. ,,Hebben jullie ook Davidoff voor vrouwen? Ik zie het er nergens bijstaan.” Ik moet heel erg mijn best doen om niet met mijn ogen te rollen. ,,Dan moet u bij de vrouwenparfums kijken.” Ze speelt het ook nog klaar om te zeggen: ,,Oh, hebben jullie daar een aparte hoek voor?” Ik kan wel gillen. Er is nog steeds niemand die me even kan verlossen. ,,Deze. En het is een cadeautje,” zegt mijn volgende kwelgeest. Met trillende vingers begin ik het doosje in te pakken, maar halverwege onderbreekt ze me. ,,Heb je misschien ook ander cadeupapier? Ik weet zeker dat ze dit lelijk vindt.” Inwendig tel ik snel tot tien. ,,Nee, sorry, we hebben alleen dit.” Het is gewoon zilver, wie kan dat nou lelijk vinden?! ,,Oh, laat dan maar zitten, dan pak ik het zelf wel in.” Ik moet mijn best doen om niet hard te zuchten als ik het cadeaupapier er voorzichtig weer afhaal. Wanhopig kijk ik de winkel rond. Geen succes.
,,Hallo, ik wil graag deze, en ik heb zo’n bon.’ Ik heb geen idee wat voor bon ze bedoelt, maar ik scan ‘m braaf. “Coupon ongeldig” zegt de kassa. Ik begin zin te krijgen om te huilen. ,,Deze coupon is helaas ongeldig,” vertel ik de klant voorzichtig. Boos staart ze me aan. ,,Hoezo, ongeldig?!” Ik inspecteer de bon. ,,Nou, hier staat dat ie alleen geldt voor Ralph Lauren Romance.” De klant kijkt nog bozer. ,,Dus dit moet ik gewoon betalen?”
,,Ja, ik ben bang van wel.” Ze slaakt een diepe zucht en kwakt een briefje van 50 op de toonbank. ,,Ik wil wel even zeggen dat ik dit asociaal vind. Ik vind dit echt absoluut geen stijl.” Wat, dat zij niet goed leest wat er op haar couponnetje staat? Dat is toch zeker niet míjn schuld?! Normaal zou ik mijn schouders over zoiets ophalen, maar mijn mobiel brandt een gat in mijn zak. ,,Ja sorry mevrouw, maar u moet gewoon goed lezen,” zeg ik, recht in haar gezicht. Ik weet dat dit niet precies is wat Randy onder “klantvriendelijkheid” verstaat, maar ik kan me gewoon niet inhouden. Ze grist haar parfummetje en haar wisselgeld van de toonbank en beent de winkel uit. Die komt hier dus nooit meer terug. Blij dat Randy boven zit.
Claudia is eindelijk uitgepraat. Ik probeer haar te roepen, maar ze hoort me niet of wil me niet horen. Ze is ook niet bepaald de meest behulpzame collega die je je voor kunt stellen.
,,Hé, Claudia,” doe ik nog een poging. Eindelijk, ze kijkt om. ,,Kun je heel even kassa voor me draaien?” vraag ik smekend. ,,Ik moet heel even weg. Een minuutje. Het is belangrijk.” Maar Claudia is niet alleen niet echt behulpzaam, ze is ook niet erg snel van begrip. Wazig staart me me aan. ,,Hoezo dan?” ,,Een jongen,” sis ik. ,,Lekker,” voeg ik er nog aan toe, in de hoop dat het dan tot haar beperkte brein doordringt. Het werkt. Lekkere jongens verdienen nou eenmaal altijd prioriteit, dat weet Claudia blijkbaar ook, en ze zegt: ,,Nou, effe dan” en glimlacht samenzweerderig. Ik schiet achter de toonbank vandaan en ren de winkel door, naar achteren. Willemijn kijkt nieuwsgierig op als ik binnen kom stormen. Oh shit, dat is waar ook, ik kan hier helemaal niet alleen zijn. Ik sta niet voor mijn reactie in als het smsje werkelijk van Rogier blijkt te zijn, dus ik smijt de deur dicht en ren weer de winkel door, naar buiten. Claudia kijkt me met één wenkbrauw opgetrokken na.
Mijn handen trillen als die van een Parkinsonpatiënt als ik mijn telefoon uit mijn zak haal. Laat het alsjeblieft van Rogier zijn, bid ik in stilte. Laat het alsje-, alsje-, alsje-, alsjeblieft van Rogier zijn! Ik durf het bijna niet meer te lezen. Stel dat het niet van Rogier is… Ik haal diep adem. Oké. Een, twee, drie. Ik druk op “bericht lezen” en een tekstje verschijnt op het schermpje. ,,Heej doos! Hoe was het gisteravond??? We willen alle ranzige details horen!!! Vanavond 22.00 bij ’t Hoedje? X Kim.” Oh néé. Oh néééééé. Waar moet ik beginnen? Ten eerste: het smsje is niet van Rogier. Hij is me dus nog steeds vergeten. Ten tweede: hoe moet ik dit Kim en de rest ooit vertellen zonder dat ze me een nog grotere loser vinden dan ze me al vonden? Ik realiseer me opeens dat ik een groot probleem heb. ,,Ik kan vanavond niet,” sms ik maar terug, in het kader van: uitstel van executie. ,,Maar heb wel een gezellige avond gehad. X Fred.” Ik heb niet gelogen, stel ik tevreden vast als het berichtje verzonden is. Ik kan vanavond echt niet, want ik kan ze niet onder ogen komen. En ik heb ook een gezellige avond gehad, met Tim. Maar dat is ook echt het enige positieve dat ik aan deze hele situatie kan bedenken. Nog natrillend van de schok laat ik me tegen het raam van Rive Gauche zakken. Verdomme. Verdomme, verdomme, verdomme.
,,Frederique? Gaat het wel?” Willemijn staat voor mijn neus. Ze kijkt nieuwsgierig. Ik durf te wedden dat ze het liefst heeft dat het slecht met me gaat, zodat zij me weer kan troosten en zich geweldig kan voelen. ,,Het gaat prima,” glimlach ik daarom. ,,Gewoon even een eh…” Ja, een wat? Wat zou mijn neurotische gedrag van zonet kunnen verklaren? ,,Eh, een loos alarm,” flap ik eruit. ,,Aha.” Ze kijkt me wantrouwig aan. ,,Ga maar pauze houden,” zegt ze dan. ,,Ik ben klaar.” ,,Oké!” kwinkeleer ik, en ik glimlach nog eens geruststellend naar haar, en wandel, zogenaamd op mijn dooie gemakje, de winkel in. Zoals iedere week gooi ik mijn thuis gesmeerde brood in de prullenbak en besluit ik mezelf te verwennen met een vers broodje van het bakkertje verderop.

Als ik in mijn nieuwe grijze trenchcoat door de drukke winkelstraat loop, zie ik opeens een bekende gestalte boven de mensen uitsteken. Thomas! Al kan ik haar door alle mensen niet zien, waarschijnlijk zal Christa wel naast hem lopen en dat komt goed uit, want ik heb toch het gevoel dat ik nog even iets over gisteravond moet zeggen. Al zou ik niet weten wát. Ik dring me langs twee moeders met kinderwagens, een man met een hond, een groepje luidruchtige jongens en twee gothics. ,,Thomas! Hé! Thomas!” Ik ben nu vlakbij, hij moet me wel horen. Christa zie ik nog steeds niet. En Christa ís er ook niet, realiseer ik me het moment daarop. Thomas loopt hand in hand met een onbekend meisje met vuurrood haar. Geschokt blijf ik stilstaan. Twee meisjes botsen bijna tegen me op. ,,Hé, kun je niet uitkijken?!” Ik geef geen antwoord. Aan de grond genageld sta ik daar, tussen alle winkelende mensen, en kijk naar Thomas en dat, dat wijf. Ik twijfel niet eens of het Thomas wel is, want het is hem, ik weet het honderd procent zeker. Ik herken hem aan zijn oren. Hij heeft opvallende oren, een beetje puntig, dat zie je niet zo vaak. En ik herken hem aan zijn haar, dat hij, achter zijn oren, in een poging tot lang draagt. Ik herken hem aan de krulletjes in zijn nek. En ik herken hem aan zijn jack, niet te vergeten, het foeilelijke leren jack met het compleet irrelevante woord “exemplification” op de rug. Thomas, het vriendje van mijn beste vriendin, loopt hand in hand door de stad met een meisje dat mijn beste vriendin niet is. Thomas loopt hand in hand door de stad met een ander meisje! Waar haalt hij het lef vandaan! Denkt hij nou echt dat de kans zó klein is dat hij iemand zal tegenkomen die hem of Christa kent?! Het tweetal staat even stil. Thomas zegt iets. Het meisje kijkt naar hem en lacht. Hij lacht ook en geeft haar een kusje op haar neus. Dan lopen ze verder. Ik zie ze uit het zicht verdwijnen en ik sta hier maar, woedend. Tim had dus gelijk. Thomas is hartstikke onbetrouwbaar.
Ik haal een broodje tonijn, maar het smaakt me niet. Alsmaar zie ik Thomas en het onbekende meisje voor me. Wie zou ze zijn? Waar zou hij haar van kennen? Zou hij alleen een beetje met haar flikflooien zoals nu, of zou hij ook echt met haar zoenen? Of erger? Maar nog meer zorgen maak ik me over hoe ik dit ooit aan Christa moet vertellen. Ze zal me niet geloven. Ze zal denken dat ik maar wat zeg, omdat ik jaloers ben. Of dat ik het op z’n minst gewoon verkeerd gezien heb. En als ik het volhoud, zullen we ruzie krijgen. Ze zal haar lieve schattige vriendje tot het einde der tijden blijven verdedigen. Als ik vriendinnen met haar wil blijven, kán ik het haar bijna niet vertellen, eigenlijk. Maar moet ik het dan verzwijgen? Moet ik rustig toekijken hoe zij in een leugen leeft? En als ze er uiteindelijk achterkomt dat Thomas haar belazerd heeft, en dat ik het wist, zal ze nog bozer worden dan als ik het haar nú vertel. Maar moet ik dan doen alsof het voor mij ook als een complete verrassing komt dat Thomas haar ontrouw is geweest?
Ik neem de laatste hap van mijn broodje en besluit dat ik met Tim moet praten. Hij is de enige aan wie ik dit kan vertellen. Maar hoe kom ik met Tim in contact zonder dat Christa er achter komt? Ik heb zijn nummer niet, en als ik het huisnummer draai, neemt er vast iemand anders op, die door het hele huis schreeuwt: ,,Ti-him! Frederique voor jou!” Of, erger nog, Christa neemt zelf op. ,,Hoi, mag ik je broer even?” Daar kan ik natuurlijk niet mee aankomen. Ik zal moeten wachten. Christa net zo vaak bellen om iets af te spreken tot ze een keer zegt dat ze niet kan omdat ze ergens heen moet, en dan naar haar huis gaan en hopen dat Tim thuis is. Ik kan haar natuurlijk ook gewoon domweg om zijn mobiele nummer vragen, maar dan denkt ze natuurlijk meteen dat ik ‘m leuk vind ofzo. Gaat ze me daar weer mee pesten, of ze gaat ons proberen te koppelen, zodat we lekker kunnen double-daten met haar en haar overspelige klootzak van een vriendje. Nee, er zit weinig anders op dan wachten tot het de juiste gelegenheid zal zijn.
Ik gooi mijn servetje weg, stop een kauwgompje in mijn mond, rits mijn nieuwe jas wat hoger dicht en zet koers naar mijn werk. Ik let goed op dat de kleine hakjes van mijn schoenen niet vast komen te zitten tussen de kinderkopjes, en kijk niet meer om me heen.

10.Christa
Toen ik dertien was, kreeg ik van mijn moeder een dagboek voor mijn verjaardag. Ze komt nu in de puberteit en pubermeisjes schrijven graag in een dagboek, was haar theorie. Die theorie ging voor mij niet op. Ik ben nooit een schrijfster geweest. Ik speelde liever met de playstation van Tim. Jongens interesseerden me niet en al werd (en word) ik af en toe stapelgek van mijn ouders, ik heb nooit de behoefte gevoeld die gekte op te schrijven. Toch schreef ik toen braaf een stukje in het dagboek, omdat het toch een cadeautje was. Ik wilde ook weer niet ondankbaar lijken. En ik heb het dagboek nooit weggegooid. Eens in de zoveel tijd schrijf ik er een stukje in. Mijn moeder zeurt altijd dat het “leuk voor later” is en hoewel mijn stukjes houterig zijn en niet bepaald volstaan met leuke adjectieven en stijlfiguren, denk ik toch dat ik het “later” leuk vind om te lezen. En anders geef ik het wel aan mijn kinderen, kunnen die zich er dood om lachen.
Vandaag is zo’n dag dat ik het nodig vind om een stukje in mijn dagboek te schrijven. Ik heb Thomas nog niet geïntroduceerd bij mijn eventuele toekomstige lezer en aangezien hij gisteren voor het eerst heeft gezegd dat hij van me houdt, vind ik dit wel een mooi moment. Met dat ene zinnetje heeft hij bewezen dat onze relatie écht serieus voor hem is.
Ik krul me nog eens op in mijn fauteuil en sla het dikke rode boekje open. Mijn laatste stukje dateert van Kerstmis, driekwart jaar geleden dus. Ik haat het familiekerstdiner, heb ik geschreven. Ik beloof mijn kinderen dat ik ze dit nooit aan zal doen. Ik snap ook niet waarom we altijd kalkoen moeten eten. Wie zou ooit verzonnen hebben dat we kalkoen moeten eten met kerst? Tim kijkt nu mee over mijn schouder en zegt: ,,De kerstman.” Hij moet hier zelf nu heel hard om lachen. Hij heeft ook een hekel aan kerst omdat hij dan niet mag drummen. Mijn neefje mag wel drummen, op zijn drumstel, want die is op bezoek en hij heeft zelf geen drumstel. Tim heeft hier ieder jaar ruzie over met mijn ouders, tenminste sinds hij een drumstel heeft, en ik kan hem me inmiddels amper herinneren zonder drumstel. Nu heb ik wel weer even genoeg van dat schrijven. Mijn nichtje is mijn klerenkast aan het plunderen en ik ga even controleren of ze er niet een nog grotere bende van maakt dan het al was. Ik grinnik en knabbel op mijn pen (een gewoonte die ik maar niet af kan leren). Op de volgende lege bladzijde schrijf ik de datum en: Ik heb nu al dik vier maanden een relatie. Hij heet Thomas. Ik lees die twee zinnetje over en kreun. Ik ben echt hopeloos. Mijn relatie heet Thomas, ja hoor. Ik probeer de bladzijde eruit te scheuren, maar merk al gauw dat ik daardoor het hele boekje uit elkaar zou rukken. Ik zucht, en loop naar mijn bureau om tussen de rotzooi een schaar te zoeken.
Als ik de verpeste bladzijde eruit geknipt heb, schrijf ik weer de datum op en begin opnieuw. Ik heb nu al dik vier maanden een vriend. Hij heet Thomas. We hebben elkaar ontmoet bij het nachtkanoën en wonder boven wonder zijn we nu nog steeds samen. Gisteren zei hij dat hij van me hield houdt. Het is dus echt serieus tussen ons. Dat weet ik nu wel zeker. Ik lees het over. Er spreekt niet echt enthousiasme uit. Mijn Kerstmis-stukje was beter. Ik kan beter schrijven over dingen die me ergeren, dan over leuke dingen. Ik kijk naar buiten. De buurvrouw fietst net weg, kindje achterop. Ik bijt weer op mijn pen. Kom op, even doorschrijven. Dan heb ik de boel bijgewerkt en is het weer even genoeg voor voorlopig. Nadat hij gezegd heeft dat hij van me houdt, is hij blijven slapen. Ik vraag me af of ik moet vermelden wat we in de woonkamer vonden toen we thuiskwamen. Het doet er verder niet toe, maar in de toekomst zou het nog weleens belangrijk kunnen worden. Ik besluit het tussen haakjes te zetten. (Tim en Frederique zaten ondertussen beneden samen chips te eten. Ze leken het erg gezellig te hebben.) Zo, dat staat er, nu terug naar mij en Thomas. We slapen steeds vaker bij elkaar. Misschien moet ik binnenkort maar eens een tweepersoonsbed kopen. Het is geweldig om wakker te worden naast iemand die van je houdt. Jammer genoeg moest hij vanochtend wel snel weg. Hij moest de stad in met zijn nichtje. Verder heb ik niet echt iets te vertellen. Oh ja, wanneer ik hem weer zie. Dat is ook wel leuk om er nog bij te zetten. We hebben afgesproken dat ik morgenavond naar hem toe kom. Ik lees mijn verhaaltje nog een keer. Het is geen wereldliteratuur, het is zelfs behoorlijk slecht, maar het is iets. Opgelucht klap ik mijn dagboek dicht. Zo, ook weer gedaan.
Ik slenter naar beneden en zet een kop thee. Ik kijk naar buiten. Jesse en Nathan spelen in de tuin met twee vriendjes. Ze hebben een of ander onnavolgbaar spelletje bedacht dat ze de afgelopen week aan één stuk door doen. Ik heb er al een paar keer naar staan kijken, maar het doel van het spel heb ik nog steeds niet begrepen. Er komt in elk geval een voetbal in voor, en ik geloof dat de bamboe in de hoek van de tuin er ook een belangrijke rol in speelt.
De lucht is grijs. Er dreigt vast en zeker regen. Ik denk aan Thomas, die nu door de stad sjokt met zijn nichtje. Het kind wil vast van alles passen en waarschijnlijk hangt hij op dit moment verveeld tegen de muur van de H&M of een of ander boetiekje. Hij houdt van me. Ik grijns voor me uit. Ik weet eigenlijk zelf niet waarom die vier woordjes zo belangrijk voor me zijn. Twijfelde ik dan aan hem? Nee, eigenlijk niet. Ik heb me de afgelopen week groen en geel aan hem geërgerd, maar ik twijfelde niet aan onze relatie. Alleen aan mijn eigen verstand. Maar dat is nu allemaal voorbij. Elk stel heeft weleens een moeilijke periode. Misschien is die van ons gewoon nu al afgelopen. Zijn we zo’n stel dat fluitend door het leven fietst. Ik slurp voorzichtig van mijn hete thee. Ik denk dat we zo’n stel zijn, ja.

Als ik op de bank hang met een bijna overdreven dik boek (ik ben al weken bezig in “obsessie” van A.S. Byatt) hoor ik de voordeur dichtslaan. Tim is thuis. Ik heb hem vandaag nog niet gesproken, want tegen de tijd dat Thomas en ik opstonden, was hij al weg. Waarschijnlijk iets vaags aan het doen met zijn bandje.
,,Hoi,” zeg ik als hij binnenkomt, zonder van mijn boek op te kijken. Ik wil niet te nieuwsgierig overkomen, al ben ik dat natuurlijk wel. Maar als ik niet doe alsof het me niet zo heel veel kan schelen wat hij met mijn beste vriendin uitspookt, krijg ik helemaal niks te horen. Daarom lees ik geconcentreerd door. Tim loopt naar de keuken, schenkt een glas cola in, en ploft op de andere bank. ,,Man, ik ben kapot,” kreunt hij. ,,We hebben echt zwaar gerepeteerd.” Ik laat mijn boek zakken. ,,En dat op zaterdagmorgen…” Hij neemt een grote slok van zijn cola. ,,Ja, kon niet anders. Die gasten hadden die zooi voor de rest van de komende twee weken verhuurd. Alleen volgende week zondag, dan kunnen we er ook in.” ,,Is het nog laat geworden, gisteren?” informeer ik heel terloops, terwijl ik mijn ogen weer op mijn boek verstig. Tim grinnikt. ,,Doe nou maar niet alsof het je niet kan schelen. Je acteert slecht.” Ik begin te lachen. ,,Jij kent me echt veel te goed, het is bijna eng!” Ik laat het dikke boekwerk op de grond vallen. ,,Nou, vertel!” Hij zucht. ,,Nou ja, om een uur of half tien stond ze hier voor de deur, helemaal natgeregend, en ze vroeg naar jou. Ik zei dat je er niet was. Leek wel alsof ze bijna begon te huilen. Dus ik vroeg of ze niet even wou binnenkomen. Nou, wij wat drinken, beetje lullen… en toen zei ik dat ik Finding Nemo nog nooit gezien had, en die móest ik zien van haar, dus die zijn we toen gaan kijken. En daarna hebben we nog Shrek gekeken… we hebben echt gelachen, man! Het was denk ik half 2 toen ze wegging.” ,,En…?” Ik wil nog wat meer horen. Maar Tim zegt: ,,En niks. Het was gewoon gezellig. Oh ja, ze zei dat ze een afspraak had met een gast, maar die was niet komen opdagen.” Ik ben opgelucht. Gelukkig: de creep had waarschijnlijk door dat de kans op seks met Frederique vrij klein was, en heeft zich gericht op iets waar hij niet helemaal voor uit Rotterdam hoefde te komen. Maar wat zal ze zich klote gevoeld hebben. En wat zal ze stiekem toch blij geweest zijn dat mijn broer zich om haar bekommerd heeft. Zou ze nu eindelijk gaan inzien dat er ook aardige jongens bestaan?

Jesse en Nathan hebben vandaag de beurt om de tafel af te ruimen. Lawaaïg stapelen ze de borden op elkaar. Ze rammelen met bestek en laten de glazen net iets te hard rinkelen. Ik verdenk ze ervan dat ze het expres doen. In alle herrie ontwaar ik het geluid van de telefoon. Ik spurt er naartoe, hopend dat het Thomas is. Hij had gezegd dat hij me vanavond zou bellen. Hij houdt van me. Ik merk dat ik als een idioot begin te grijnzen bij die gedachte. Buiten adem neem ik de telefoon op. ,,Hard gerend?” grinnikt de stem aan de andere kant van de lijn. Het is niet de stem van Thomas, maar die van Frederique. Stiekem ben ik een beetje teleurgesteld, maar ik ben ook blij dat ik nu de kans heb om haar uit te horen over gisteravond. Maar ze geeft me niet de kans om iets te zeggen. ,,Heb je vanavond wat te doen?” Ik aarzel. Ik was eigenlijk van plan om Thomas ook voor vanavond te strikken. Al zie ik hem morgenavond in ieder geval, ik heb gewoon geen zin om hem vanavond níet te zien. Maar aan de andere kant, het gebeurt niet vaak dat Frederique op zaterdagavond niet de kroegen afstruint met de tutjes. En zou het niet prachtig zijn om Tim en Frederique hier vanavond weer bij elkaar te hebben? Ik weet het, ik heb zelf altijd een gruwelijke hekel aan mensen die voor cupido proberen te spelen, maar nu kan ik het gewoon niet laten. ,,Niks behalve me vervelen,” zeg ik. ,,Dus je bent welkom.”
Ze vraagt niet of Tim er ook zal zijn. Dat vindt ze natuurlijk te doorzichtig. ,,Moet ik nog een dvd’tje meenemen ofzo?” vraagt ze in plaats daarvan. ,,Hoezo, heb je er gisteren nog niet genoeg gezien dan?” plaag ik. ,,Nee hoor, neem maar wat leuks mee. Ik vind alles best.”
,,Wat had ze nou weer?” vraagt Tim gewoontegetrouw als ik de telefoon neerleg. ,,Oh, ze belde om te vertellen dat ze nu verkering heeft met die jongen waarmee ze gisteren had afgesproken. Hij had een lekker band. Het speet hem vreselijk.” Tim kan zijn schrik niet verbergen. Ik begin te lachen. ,,Nee, ze komt straks hier naartoe. Gaan we een filmpje kijken. Je mag wel meekijken als je zin hebt.” Goed werk Christa, helemaal niet opvallend ofzo. ,,Ik zie wel,” bromt Tim. ,,Ligt eraan wat jullie gaan kijken.” ,,Ja, zie maar,” doe ik luchtig. ,,Maakt helemaal niks uit hoor.” Ik ben een hele subtiele cupido, moet ik zeggen. En ja, dat was sarcastisch.

Ik kan niet stilzitten. In elk geval niet tot Thomas belt. Ik hoop zó erg dat hij snel belt, want dan kan ik nog vragen of hij ook dvd komt kijken. Ik heb zo’n zin om hem te zien, ik weet ook niet precies waarom. Misschien omdat ik de hele, en dan bedoel ik ook echt de héle, dag door aan hem gedacht heb. Net als toen we net verkering hadden. Maar nu ik weet dat het voor hem echt serieus is, dat hij van me HOUDT, ben ik minstens zo smoorverliefd op hem als toen ik wist dat hij verkering met me wilde. Verkering, wat een kinderachtig woord is dat eigenlijk. Thomas en ik hebben geen verkering; wij hebben een Relatie. En nu moet hij snel bellen.
Zelfs de tweeling heeft door dat ik rusteloos ben, echt genant. ,,Kan je niet stilzitten?” informeert Jesse koeltjes als ik op en neer zit te wippen op de bank, terwijl ik me probeer te concentreren op het Jeugdjournaal. ,,We proberen hier tv te kijken,” voegt Nathan er nog aan toe. ,,Kijk dan ook!” snauw ik. ,,Let niet zo op mij.” Tim grinnikt. ,,Het is onmogelijk om niet op jou te letten, Chris.” Hij kiest verdomme de kant van die twee koters! ,,Nou, dan zal ik jullie maar niet meer lastigvallen,” zeg ik bits, en ik loop de kamer uit. In het voorbijgaan werp ik nog een blik op de telefoon waarvan ik hoop dat hij telepatisch zal zijn. Helaas; de telefoon blijft stil. Ik ga mijn kamer binnen en laat me in mijn fauteuil vallen. Bel nou, bel nou, bel nou! Oh God, wat heb ik? Sinds wanneer is een filmpje kijken met Frederique niet leuk meer zonder Thomas? Sinds wanneer moet ik Thomas opeens elke dag zien? Sinds gisteren, sinds hij zijn grote woorden gesproken heeft natuurlijk! Waarom is alles nu anders?
Opeens hoor ik een gemeen stemmetje in mijn hoofd: ,,Omdat jij jezelf hebt wijsgemaakt dat die vier woordjes goedmaken dat hij de hele week bot en onvriendelijk tegen je gedaan heeft. Omdat je als de dood was hem kwijt te raken, en je je nu vastklampt aan de strohalm die hij je heeft toegeworpen. Omdat je gewoon wanhopig bent, en bang.”
Ik voel een steek vanbinnen. Ik wil niet naar het stemmetje luisteren. Het heeft trouwens ongelijk. Waar zou ik bang voor moeten zijn? Hij heeft het toch zelf gezegd. ,,Ik wil helemaal geen volgende vriendin. Ik hou van jou.” Hij wil lekker alleen maar mij-hij! En Fay, nou, die heeft gewoon dat hele verhaal aangedikt, zo niet compleet uit haar duim gezogen. Díe is pas wanhopig. Dacht dat Thomas haar vriendje was, en al die tijd wachtte hij op mij. Zijn echte vriendin.
Voor het allereerst in mijn hele leven pak ik mijn dagboek en mij pen voor de tweede keer binnen een halfjaar, en nu nog op dezelfde dag ook. Dit is absoluut een wereldprimeur. Het zijn er zelfs twee: ik hoef dit keer ook niet na te denken over wat ik zal schrijven. Ik bijt niet op mijn pen, ik staar niet naar buiten. Ik begin gewoon.
Het is nu avond en ik kan niet wachten tot ik Thomas weer zie. Hij zei vanmorgen: “Ik bel je vanavond wel.” Nu wacht ik tot hij belt. Het kan nog wel uren duren. Hoe lang is een avond! Maar hij zal het niet vergeten. Vroeger was ik daar nog weleens bang voor, maar nu heb ik besloten hem te vertrouwen. Ik hoop alleen dat hij SNEL belt, want zometeen komt Frederique hier film kijken (natuurlijk zal Tim ook wel van de partij zijn!!!) en ik hoop zo dat ik Thomas nog kan vragen om ook te komen kijken. Het is zo raar om dat te vragen als Frederique er al is. Ik bedoel, misschien wil ze dat wel helemaal niet. Wil ze zonder pottekijkers vertellen over haar avond met Tim. Maar al is ze mijn beste vriendin, ik ben nu gewoon even heel egoïstisch. Ik ben verliefd, dus ik mag dat. Ik ben verliefder dan ooit, zo verliefd dat het pijn doet, zo verliefd dat ik geen rust kan vinden tot ik hem weer zie. Ik wil die woorden weer horen. Eigenlijk zou ik willen dat Frederique helemaal niet kwam, maar ze gaat eindelijk eens een avond niet met de tutjes uit. Ik grijp mijn kans dus. En Tims kans ook. En de telefoon gaat maar niet en gaat maar niet. Ik kan hem natuurlijk ook gewoon bellen. Maar nee, dat lijkt net alsof ik niet zonder hem kan (dat is ook zo maar dat mag hij natuurlijk niet zo merken). We zien elkaar morgenavond in elk geval. Maar ik kan gewoon niet wachten!!!
Er wordt op mijn deur geklopt. ,,Jaaa?” roep ik. Frederique komt binnen. ,,Wat ben je vroeg!” roep ik uit. ,,Wat ben jíj nou aan het doen?” zegt Frederique verbaasd, mijn opmerking negerend. Ze buigt zich over me heen. Snel klap ik mijn dagboek dicht. Er staat alleen maar onzin in natuurlijk, maar toch. ,,Oh, ik schreef zomaar wat.” Plotseling schiet me een reden voor haar vroege komst te binnen. Ze komt natuurlijk voor Tim! Nou, ik zal haar niet langer vervelen. ,,Kom, we gaan naar beneden,” zeg ik, terwijl ik opspring. Frederique doet mijn deur dicht. ,,Nee, wacht even,” zegt ze. ,,Ik moet je wat vertellen. Je zult het niet leuk vinden en…” Ze is duidelijk gespannen. Wat lief. Ik sla mijn armen om haar heen. ,,Je hoeft helemaal niks te vertellen, ik weet het allang! En ik vind het zo leuk voor je!”
,,Eh, wat bedoel je?” probeert ze nog te doen alsof haar neus bloedt. ,,Jij en mijn broer natuurlijk!” roep ik enthousiast. ,,Dacht je dat ik dat niet doorhad? Okee, ik keek misschien een beetje wazig toen we binnenkwamen, maar dat had een andere reden.”
,,Nee, maar…”
,,Hij heeft het eindelijk gezegd. Hij zei dat hij van me houdt. Dus bij deze bied ik ook mijn excuses aan voor alle lelijke dingen die ik deze week over hem gezegd heb, want dat waren allemaal misverstanden.”
,,Je moet niet meteen te hard van stapel lopen, Christa. Dat hij zegt dat hij van je houdt wil nog niet zeggen dat hij… eerlijk tegen je is. Bijvoorbeeld.”
Oh, wat is ze nu opeens verstandig. Volgens mij heeft Tim haar gehersenspoeld. Ze is zelfs net zoals hij gaan praten. Goh, dan moet ze wel echt verliefd op hem zijn. Tactvol besluit ik er niet op in te gaan. ,,Natuurlijk niet,” zeg ik, en ik slaag erin enigszins rustig te klinken. ,,Maar een relatie moet gebaseerd zijn op vertrouwen. Ik wil dat vertrouwen hebben. Anders kunnen we er net zo goed meteen mee ophouden.”
,,Maar niet iedereen…”
,,Frederique, ik vind het hartstikke lief dat je zo bezorgd bent, maar het komt wel goed met ons! Kom, we gaan naar beneden.” Ik duw haar de gang op. Ze biedt geen tegenstand.

0 Comments:

Post a Comment

<< Home