Schrijfbeest verhaal: Het Fenomeen Vriendje

Frederique wil een vriendje. Heel, heel graag zelfs. Maar vriendjes komen niet uit de lucht vallen. Je moet er actief naar zoeken en ze aan de haak slaan. Of zijn ze er al de hele tijd? Christa heeft een vriendje, van wie ze heel veel houdt. Maar dingen beginnen uit elkaar te vallen vanaf het moment dat ze per ongeluk opeens zijn dagboek in haar handen heeft. Waar trek je de grens tussen doorgaan en dumpen?

Monday, October 23, 2006

Hoofdstuk 5 en 6

5. Frederique
06-85622345. Ik ken het nummer inmiddels uit mijn hoofd. En nu ga ik bellen. Het is dinsdag, en ik heb Rogier zaterdag voor het laatst gezien, dus dat moet kunnen. Oké dan. Waarom loop ik nou zo te treuzelen? Ik moet een beetje opschieten. Over een uurtje moet ik al bij Christa zijn. Vanaf hier is het vijf minuten fietsen naar Chista’s huis, maar Rogier en ik zouden wel eens heel lang aan de lijn kunnen blijven. Zaterdag raakten we ook niet uitgepraat. En dat was geweldig. Ik ben wel een beetje zenuwachtig omdat ik geen idee heb waar we het over zouden moeten hebben, maar toen had ik het ook niet van tevoren bedacht. Het komt vanzelf wel. Met iemand die recht in je ziel kijkt heb je altijd wel iets om over te praten, toch?
Het enige wat ik hoef te doen is tien keer op de knopjes van mijn telefoon drukken. Dan praat ik al met hem. Heel simpel. Ik snap niet waarom ik nou hartkloppingen zou moeten krijgen van het idee alleen maar. Ik moet niet vergeten dat ik degene ben die hém heeft afgewezen. Ik zal dus ook degene moeten zijn die moeite doet om het weer goed te maken. Hij zal blij zijn als hij mijn stem hoort. Misschien hoef ik het niet eens over zaterdag te hebben. Dat ik hem bel zegt waarschijnlijk al genoeg.
Goed. Genoeg getwijfeld nu. Tijd voor actie. Maar eerst even wat drinken. Ik merk dat ik een beetje een droge keel heb. Zo kan ik natuurlijk niet bellen. Een beetje hees is wel sexy, maar nu klink ik vast alsof ik keelontsteking heb. Ik schenk een glas cola voor mezelf in, in een van de designerglazen die mijn moeder pasgeleden gekocht heeft. Aan het hele huis is te zien dat mijn moeder, binnehuisarchitecte, dezelfde dure smaak heeft als ik. Allure, denk ik vaak, als ik de chic ingerichte woonkamer rondkijk, het straalt allure uit. Het is maar goed dat mijn moeder zich alleen met de inrichting bemoeid heeft, want mijn vader zal het allemaal worst wezen. Als er maar een lekker stoel voor hem staat, van waaruit hij de breedbeeldtelevisie goed kan zien, vindt hij het ook best om in een schuur te wonen. Mijn vader is notaris en doet altijd alsof hij minister-president is, zo belangrijk vindt hij zijn werk.
’s Avonds hoeft hij niets meer, vindt hij. Niets behalve tv kijken. Het resultaat is dat ik de programma’s die ik wil zien altijd opneem en ze ’s nachts op mijn kamer kijk, om toch mee te kunnen praten op school. Ik haat het als iedereen het over een televisieprogramma heeft en ik heb het niet gezien. Gelukkig weet ik precies over welke programma’s gepraat wordt, dus ik kijk niets voor niets.
Mijn cola is op, ik heb geen excuus meer. Ik heb verdomme nog maar drie kwartier, dan moet ik al weg. Ik had een uur voor dit telefoontje ingepland. Zo erg is het dus al met mij: ik haal mijn eigen planning al niet eens meer. Wie weet wat er in dit kwartier allemaal in Rogiers leven gebeurd is. Een kwartier kan verdomme het verschil tussen single of bezet betekenen! Ik ben gek dat ik dat riskeer.
Mijn vingers trillen zo erg dat ik heel goed moet opletten of ik de goede nummers wel intoets. Als je niet beter wist, zou je denken dat ik Parkinson had. Ik ben blij als ik het nummer-intoesten-gedeelte gehad heb. De telefoon gaat over. Mijn hart bonkt zo hard in mijn keel dat ik me afvraag of ik zometeen wel kan praten. Het lijkt wel alsof ik vergeten ben hoe dat moet. Straks neemt hij op en hoort hij alleen maar een beetje schor gepiep aan de andere kant van de lijn… Net als ik in paniek wil ophangen, hoor ik ,,Met Rogier,” in mijn oor. ,,Eh, hoi, met Frederique,” weet ik uit te brengen. Tot mijn opluchting klinkt het redelijk normaal. Maar tot mijn schrik blijft het stil aan de andere kant van de lijn. ,,Eh, van zaterdag?” probeer ik. Weer een stilte. Dan: ,,Godverdomme, zaterdag… daar vraag je me wat, hahaha!” ,,Kater?” vraag ik in een poging begrijpend te klinken. Hij lacht. ,,Nogal ja. Ik lag om acht uur in m’n nest. ’s Morgens, hahaha.” Dus nadat hij mij in een taxi gedumpt had, is hij gewoon vrolijk teruggegaan het nachtleven in. In mijn gedachten zag ik hem al eenzaam aan de bar zitten in de kroeg waar we samen gezeten hadden, of naar het huis van Martin slenteren. ,,Oh,” mompel ik beschaamd. ,,Nou ja, ik ben een vriendin van Daisy…” Daisy zou mij in deze situatie nooit als vriendin noemen, maar ik weet niet wat ik anders moet zeggen. ,,Ik ben een vriendin van Daisy en we hebben met z’n allen wat gedronken, weet je nog? Toen zat ik naast je.” Ik hoor hem denken. Dan roept hij opeens: ,,Oh, jij bent dat meisje dat zo vroeg naar huis wilde, toch?” Het schaamrood stijgt me naar de kaken. ,,Ik ben dat meisje dat niet zo vroeg met jou naar huis wilde,” zou Christa in zo’n situatie zeggen. Heel even wens ik dat ik Christa was, met haar slordige haar, enorme collectie petjes, hoedjes, sjaals en oorbellen, en haar grote bek. Maar naar meisjes als Christa kijken jongens als Rogier natuurlijk niet om. De wens dat ik Christa was verkleint zich dus tot de wens dat ik haar grote bek had. ,,Eh, ja,” zeg ik onhandig. Rogier lacht alweer. ,,Sorry hoor, ik wil niet lullig doen, maar je moet me even helpen herinneren. Hebben we gezoend ofzo? Ik weet alleen nog dat je in een taxi stapte.” Ik bijt hard op mijn lip. Ik heb me nog nooit van mijn leven zo vernederd gevoeld. Ik heb de nacht van mijn leven gehad met iemand die het gewoon niet meer weet. En ik dacht dat hij mijn zielsverwant was. Maar, zegt een stemmetje in mijn hoofd, maar misschien was hij zo teleurgesteld dat jij hem hebt afgewezen dat hij dronk om dat te vergeten. En dat is hem toevallig gelukt. Een klein vlammetje hoop gloeit op vanbinnen.
Ik ben zo lang stil dat Rogier het antwoord op zijn vraag zelf al raadt. ,,Ja dus,” zegt hij zachtjes. Opeens klinkt hij weer zoals de lieve Rogier die naast me zat in de kroeg. ,,Ik voel me echt een klootzak nu, weet je dat?” ,,Hoeft niet,” mompel ik opgelaten. Ergens is het wel goed. Waarschijnlijk weet hij niet meer dat ik hem afgewezen heb. Ik hoor hem zuchten door de telefoon heen. ,,Ik moet echt eens minder gaan drinken, dit is echt niet gezond meer…” kreunt hij. ,,Hé, mag ik je een drankje aanbieden, om het goed te maken?”
Ik voel me alsof ik plotseling, zonder enige waarschuwing vooraf, omhoog geschoten word, zoals in een achtbaan. ,,Eh, ja, natuurlijk!” piep ik blij. ,,Gelukkig,” zegt hij. ,,Je doet er niet moeilijk over.” Ik lach. ,,Nee joh, kan gebeuren, toch? Maar dat drankje krijg ik van je!” ,,Vrijdag?” stelt hij voor. ,,Vrijdag is prima,” zeg ik.

,,Ik heb een date, ik heb een date!” zing ik luid als ik bij Christa het halletje in dans. Verschrikt kijkt ze me aan. ,,Ssst!” fluistert ze. Ik kijk haar verbaasd aan. ,,De hele buurt hoeft het toch niet te horen,” zegt ze. Ik rol met mijn ogen. ,,Had je jezelf eens moeten horen toen jij verkering met Thomas kreeg.” Het werkt. Ze begint te lachen. ,,Je bent gelukkig nog niet vergeten hoe het voelt om verliefd te zijn, op je ouwe dag,” gooi ik er nog een schepje bovenop. Ze grijpt mijn hand. ,,Kom, we gaan naar boven.”
Ik vind haar maar zenuwachtig. ,,Hoe gaat het tussen jou en Thomas?” vraag ik terloops, want daar zal het wel weer door komen. Ze heeft geluk: nu ik zelf een date in het verschiet heb liggen, ben ik opeens heel tolerant wat stelletjes betreft.
Maar tot mijn grote verbazing antwoordt ze dat het wel weer goed gaat. Sterker nog: hij zet duidelijk zijn beste beentje voor. ,,Wel handig hoor,” grinnikt ze. ,,Hij zeurde niet eens toen hij me net over de telefoon moest helpen met de computer. Normaal háát hij dat. “Maar ik zie niet wat ik doe!” zeurt hij dan altijd.” Ik glimlach maar wat en vraag me af wat dan de grote reden is dat ik opeens moest komen eten. Ik dacht namelijk dat dat was zodat zij haar hart kon uitstorten over Thomas. Ik heb hier al een hele tijd niet meer gegeten. Eerst deed ik dat altijd als ik toevallig toch al over de vloer was. Dit is echt zo’n gezin waar iedereen aan kan schuiven en mee kan eten. Ik snap niet waarom Christa de moeite heeft genomen om me speciaal op het eten te gaan vragen. Misschien omdat het al zo lang geleden is? Hmm, dat is wel een mogelijkheid.
,,Waar denk je aan?” vraagt Christa, en ik besef dat ik al even uit het raam zit te staren. ,,Ik vroeg me af of je een speciale reden had om me op het eten te vragen,” zeg ik eerlijk. Plotseling krijg een visioen van Christa die achter een kinderwagen loopt. Ze zal toch niet…? Maar ze haalt haar wenkbrauwen op. ,,Gewoon. Voor de gezelligheid. Bijpraten. Waarom anders?” ,,Omdat je me iets moet vertellen?” suggereer ik. ,,Dat je zwanger bent ofzo?” Ze schatert het uit. ,,Zwánger?! Dácht je dat?!”
,,Dames! Eten!” horen we dan de vrolijke stem van Christa’s grote broer Tim door het huis schallen. Opmerkelijk. Meestal horen we Tim alleen maar drummen. Christa springt op. ,,Oh ja, dat is waar. Tim heeft gekookt vandaag.” Stomverbaasd kijk ik haar aan. ,,Tim heeft
ge-wat?!”
,,Gekookt. Hij heeft opeens kookambities ontwikkeld. Misschien wil hij binnenkort toch op kamers ofzo. Kom mee, ik ben benieuwd wat we krijgen.” Vijf minuten geleden sleepte ze me de krakende trap op, nu sleept ze me er net zo hard weer af. Ze heeft de touwtjes stevig in handen vanavond.
Het is mooi weer, dus we eten in de tuin. Die is asociaal groot en heeft wel iets weg van een mini-natuurgebied. Vroeger vonden Christa, Tim en ik het heerlijk om hier verstoppertje te spelen. Christa’s kleine broertjes Jesse en Nathan zijn daar duidelijk nog steeds mee bezig. ,,Uitkomen!” roept Tim. ,,Of we eten alles zonder jullie op!” ,,Mmm, lekker!” doet Christa mee. ,,Goed klaargemaakt, Tim. Lekker veel hebben we ook, zonder…” Nathan komt al aangerend, Jesse er achteraan. ,,Wat eten we?”
,,Spagetti à la Tim!” Met een zwierig gebaar zet Tim de grote pan saus op tafel. Ik ga in de schaduw van de grote spar zitten. Mijn hoofd raakt even een tak. Meteen liggen er vier dennennaalden op mijn bord. Ik kijk of er nog een ander plekje vrij is, maar de hele familie heeft zich al gesetteld. Behalve Tim, die loopt nog om de tafel heen om op te scheppen. Maar het zou wel erg lullig zijn om zijn naalden-vrije plaats in pikken. Zuchtend pik ik de naalden van mijn bord af. Tim ziet het en schiet toe. ,,Sorry, die stomme boom ook altijd! Ga jij maar daar zitten.” Hij wijst naar de plaats schuin tegenover me, waar hij anders zou komen zitten. ,,Nee joh!” protesteer ik. ,,Jij hebt al helemaal gekookt.”
,,Maar jij bent te gast. Kom, ik sta erop.” ,,Krijg ik ook nog eten?” informeert vader Jan. ,,Tuurlijk, pa, tuurlijk!” Tim is wel érg vrolijk. Omdat hij zo aandrong, ga ik toch maar op zijn plaats zitten. Als hij op die van mij gaat zitten, zie ik dat zijn hoofd constant de tak raakt, omdat hij een stuk langer is dan ik. Gelaten pikt hij met zijn vork wat naalden uit zijn saus. Hij vangt mijn ongemakkelijke blik en glimlacht naar me.
,,Lekker, Tim,” zegt Christa, die nu naast me zit, tussen twee grote happen door. ,,Moet je vaker doen.” Ik kauw verwoed, zodat ik ook wat kan zeggen. Ik wou dat ik net zo snel kon eten als Christa. ,,Ja, het is lekker,” zeg ik als ik mijn hap eindelijk weggewerkt heb. Eigenlijk had er wel wat minder kaas door die tomatensaus gemogen, maar ik voel me nog steeds schuldig omdat hij nu op mijn plaats met naaldenregen moet zitten.
,,En, hoe staat het leven, Frederique?” informeert Jan monter. ,,Goed,” zeg ik automatisch, maar beleefd. ,,Denk je dat je gaat slagen dit jaar?” vraagt hij, zoals ongeveer elke volwassene tegenwoordig. ,,Ik hoop het wel!” glimlach ik. ,,Geloof me, dat Centraal valt echt heel erg mee,” zegt Tim. ,,Ik vond het zelf makkelijker dan de schoolexamens. Ik had het ook gehaald als ik niet drie weken lang elke dag geleerd had.” Drie weken lang elke dag… ik griezel bij het idee. ,,Hou op over dat leren,” ril ik. ,,Dat duurt nog minstens een half jaar. Nee, langer nog!” Christa zwaait streng met haar vinger in mijn richting. ,,Maar als je nu niet alvast begint met plannen, wordt het niks, meisje!” Ik grinnik. Tim kijkt me aan. Hij lacht niet. Waarschijnlijk heeft Christa zijn hele examenjaar zo tegen hem gedaan. Verdomme, ik heb nog helemaal niet de kans gekregen om haar wat uitgebreider over Rogier te vertellen. Nu blijkt dat er geen bijzondere reden is dat ze me heeft uitgenodigd voor de spaghetti van haar broer, kan ik me niets voorstellen wat belangrijker is. En als ze niet een beetje blij voor me is, zál ik haar.
,,Kom eens,” zeg ik meteen na het toetje, en ik probeer haar naar een beschut hoekje van de tuin te trekken. ,,Nee, ik heb Tim beloofd dat ik zou helpen met de afwas,” zegt ze. Ik zucht. ,,Jullie zijn met z’n zessen! Ik snap niet waarom jullie geen afwasmachine hebben.” Ze lacht. ,,Je kent mijn ouders! Principes, principes…”
,,Ik snap niet wat het principe kan zijn achter het niet hebben van een afwasmachine in zo’n groot gezin.” Christa stapelt met veel herrie borden op elkaar. ,,We zijn zo klaar. Kom er gewoon bijzitten en laat die belangrijke mededeling van je een kwartiertje wachten.”
Ze lijkt zowaar een beetje geïrriteerd. Ze heeft gewoon wat tegen Rogier, terwijl ze hem niet eens kent. Het ligt er zo dik bovenop. Ik pak een pan en slof achter haar aan naar binnen.
Een kwartiertje, ja ja. Die afwas duurt eindeloos. Eerst kunnen ze het afwasmiddel niet vinden. Als ze eindelijk een teiltje met sop gemaakt hebben, vindt Tim het ook nog nodig met alle stomme liedjes op de radio mee te zingen, waardoor hij niet echt opschiet met afwassen. Ik wil bijna zelf een theedoek pakken om er een beetje vaart achter te zetten, maar Tim is zo langzaam dat Christa in haar eentje al de helft van de tijd werkloos is.
Dus zit ik maar wat op de keukentafel en probeer ze met mijn gezwijg duidelijk te maken dat ik niet blij ben. Ze trekken zich er niks van aan. Je zou bijna denken dat ze het van tevoren afgesproken hebben.
Normaal vind ik het heerlijk om in de grote woonkeuken te zitten. Ik hou niet zo van oude, slordige huizen als dit, maar de keuken is dan wel niet erg stijlvol, hij is heel gezellig. Alles is er groot, maar rommelig: een enorm aanrecht met een enorme stapel borden en mokken erop, een grote koelkast waar een grote verzameling magneetjes op prijkt, die waarschijnlijk teruggaat tot in de jaren ’70, en dan nog een reusachtige keukentafel. Wat dáár allemaal op ligt wil al helemaal niemand weten. Je gaat van zo’n keuken houden als je er zowat bent opgegroeid. Maar vandaag wil ik er alleen maar weg. Ik wil op Chirsta’s kamer zitten en alles vertellen, haar ervan overtuigen dat Rogier niet zo slecht is als ze denkt.
Eindelijk zijn de laatste theelepeltjes dan afgedroogd. Ik spring van de tafel. ,,Chris, ik …”
Maar ik kan mijn zin niet afmaken. Christa kijkt op haar horloge. Tim kijkt op de keukenklok. ,,Friends!!!” bulderen ze tegelijk. Ik had het kunnen weten. Heb ik eindelijk eens iets belangrijks, gebeurt er eens iets in mijn leventje, word ik zonder pardon aan de kant geschoven voor een herhaling voor die afgezaagde serie. Oké, in het normale leven ben ik ook een Friends-fan. Hoe vaak hebben Christa en ik wel niet een Friends-marathon gehouden? Dat Tim het ook leuk vond, heb ik nooit geweten. Christa raadt mijn gedachten. ,,Ik heb Tim bekeerd, goed hè? Hij houdt nu zelfs bij wanneer Friends op tv komt!” ,,Ik wil je eigenlijk even iets vertellen…” zeg ik zachtjes. Ze kijkt me smekend aan. ,,Kun je een half uurtje wachten? We moeten echt even met Tim meekijken. Anders voelt ie zich een mietje. En dat zou zonde zijn van een nieuwe Friends-fan, toch?” Ik vind het een bijzonder zwak argument. Ach ach, haar arme broertje kan geen Friends kijken zonder haar exclusieve begeleiding. Ik ben zeker niet belangrijk. Ik zie dat ze weet wat ik denk. ,,Hij heeft het even nodig,” fluistert ze. Ik herinner me vaag dat ze me een paar weken geleden vertelde dat het uit is tussen Tim en z’n vriendin. Oké dan. Omdat ik hem al zo lang ken. En omdat ik na dat halve uurtje Friends Christa écht voor mezelf zal hebben.
,,Oh, koekjes!” roept Christa als we de kamer binnenkomen, en rent weer terug. Ik zit nog helemaal vol van het eten. ,,Ik hoef echt nog geen…!” roep ik nog, maar ze luistert niet. Ik ga naast Tim op de bank zitten. Het is net begonnen. Christa komt terug met de koektrommel en valt met een enorme plof naast me neer, waardoor ik tegen Tim aangedrukt wordt. ,,Eh…” zeg ik onhandig, maar geen van beiden verschuift een millimeter. Ze vinden deze broer-vriendin-zus-sandwich blijkbaar wel gezellig. De laatste tijd is Christa echt heel klef geworden met haar broer. Ik blijf maar gewoon zo zitten, al kan ik me niet goed op Friends concentreren met Tim zo dichtbij me.
Als Friends is afgelopen, sta ik zo snel op als de beleefdheid me toestaat. Voor de vorm rek ik me uit. ,,Ik word altijd zo sloom van tv kijken!” Christa staat ook op. ,,Zullen we naar boven gaan?” Hè hè! Eindelijk heeft ze het begrepen! Ik moet me inhouden om niet teveel te huppelen als ik achter haar aanloop.

6. Christa
,,Nou, wat was er nou zo dringend?” vraag ik als ik op mijn bed neergeploft ben en Frederique in de oude fauteuil die ik van mijn opa en oma heb gekregen. Ze lacht stralend. ,,Moet je dat nog vrágen? Ik zei toch dat ik een date had!”
,,Met Rogier,” constateer ik, hopelijk neutraal. Bij het noemen van zijn naam begint ze nog meer te stralen dan ze al deed. O god. Het ziet ernaar uit dat ze écht verliefd is op die gluiperd. ,,Vertel,” commandeer ik. Ze is even stil en glimlacht mysterieus. ,,Nou, ik heb hem gebeld,” begint ze. ,,Het was wel even pijnlijk, want hij wist even niet meer wie ik was…” Ik had me voorgenomen om geduldig te luisteren en alleen opbouwende kritiek op haar naïviteit te geven. Maar ik kan me niet inhouden en roep: ,,WAT?! Hij wist niet meer wie je was?!” ,,Laat me even uitpraten, ja?” zegt ze geërgerd. Ik zucht. ,,Oké, oké, ik hou m’n mond.” Ze gaat rechtop zitten, zet haar blije gezichtje weer op en gaat verder met haar verhaal. ,,Maar toen hij diep nadacht, wist hij het wel weer, hoor. Hij zei dat hij zich een enorme klootzak voelde, en toen bood hij me een drankje aan om het goed te maken. En nu gaan we vrijdag wat drinken.”
,,Eh, even één belangrijke vraag, Frederique. Wist hij nog wel dat jullie gezoend hadden?” Ze kijkt moeiljk, en frummelt aan haar smetteloos witte bloesje. ,,Eh, nou, nee, maar…” Stiekem druk ik mijn nagels in mijn handpalmen. Ik mág nu niet sarcastisch worden, ik mag geen harde dingen zeggen. Dan ben ik haar kwijt. Dan gaat ze boos naar huis en gaat ze verhaal halen bij de tutjes, die Rogier natuurlijk op handen dragen en het helemaal met haar eens zijn dat ik een verbitterd kreng ben, omdat ik geen geld heb voor schoenen van tweehonderd euro. ,,De vraag is of jij dat wilt,” zeg ik dus voorzichtig. ,,Wil jij iemand die zoveel drinkt dat hij de volgende dag niet meer weet dat hij met een lief meisje als jij gezoend heeft, of wil je iemand die het echt speciaal vindt met jou? Die je de volgende dag zélf belt, en die zich niks aantrekt van stomme regeltjes als drie dagen wachten ofzo?” Met andere woorden: iemand zoals mijn broer. Maar daar denkt ze natuurlijk niet aan. Ze zucht. ,,Ik weet dat hij fout klinkt. Maar jij hebt niet naast hem gezeten. Jij kent hem niet. En oké, hij had echt teveel gedronken. Maar hij klonk echt alsof hij daarmee op wilde houden. Ik wil hem gewoon een kans geven.”
Daar kan ik niks tegenin brengen. Onze vriendschap staat al op een vrij laag pitje, die wil ik niet in gevaar brengen. Het enige wat ik kan doen, is het in de gaten houden. ,,Nou ja,” capituleer ik. ,,Als jij zeker weet dat ie het waard is, moet je ervoor gaan, natuurlijk.” Ze wipt op het bed op en neer. ,,Ik weet het zeker! En geloof me, als jij hem gezien hebt, weet jij het ook zeker.” Ik moet het nog zien. En ik ben bang dat mijn broer geen schijn van kans maakt.

Als Frederique twee uur later übergelukkig op haar fiets gesprongen is, loop ik langzaam naar de zolder waar Tim huist. Ik zal hem het slechte nieuws meteen moeten vertellen. Het heeft geen zin om hem langer hoop te laten houden als er geen sprankje hoop ís. Het spijt me voor hem. Ik was zo blij voor hem geweest als hij iets met Frederique gekregen had. Hij kan in elk geval niet zeggen dat ik vanavond niet mijn best gedaan heb. Ik heb Frederique overal laten zijn waar hij was, ik heb alleen maar positieve dingen over hem gezegd, ik heb zijn spaghetti, die ik eigenlijk helemaal niet zo geweldig vond, uitvoerig geprezen, ik heb de afwas eindeloos gerekt terwijl ik aan alles merkte dat ze zich ontzettend aan ons zat te ergeren, ik heb tegen haar gelogen om haar zover te krijgen dat ze Friends met ons meekeek (Tim is eerder blij dat hij van Carmen af is dan dat hij het er moeilijk mee heeft), ik heb haar zo’n beetje tegen hem aangeduwd op de bank, en ben daarna zo gaan zitten dat ze met geen mogelijkheid meer weg kon… daarna móest ik wel naar haar verhaal over Rogier luisteren en doen alsof ik het niet een heel slecht idee vind dat ze met hem uitgaat, anders had ze echt argwaan gekregen. Als ze die nu al niet had. Nee, Tim staat bij me in het krijt.
Hij hangt met een boek in een zelfde soort oude fauteuil als ik heb, ook van opa en oma gekregen. Zijn gezicht betrekt als hij dat van mij ziet. ,,Het wordt niks, hè?” Ik schud mijn hoofd. ,,Ze is al verliefd. Het spijt me. Ik heb mijn best gedaan.” Hij haalt zijn schouders op en doet alsof het hem niks kan schelen. Ik weet dat het niet waar is. Hij vond haar écht leuk. Hij grinnikt een beetje. ,,En daar heb ik dan een uur voor in de keuken gestaan.” ,,Een uur in de keuken voor spaghetti?” plaag ik. ,,Dan doe je dat zeker niet vaak voor een meisje!” ,,Zeg dat maar tegen haar,” bromt hij. ,,En zeg ook maar dat ze er niet op hoeft te rekenen dat ik nog een keer voor haar onder die klotespar ga zitten. Die naalden smaakten echt niet lekker.” Plotseling heb ik heel veel zin om hem te knuffelen. Een beetje verbaasd en geëergerd doet hij een halfslachtige poging om me weg te duwen. ,,Ze is stom dat ze met die andere gozer uitgaat,” mompel ik in zijn haar.
,,Wat is het dan voor type?” informeert hij. ,,Player,” zeg ik kortaf. ,,Niet dat ik hem gezien heb ofzo. Maar ik voel het gewoon.” Hij haalt zijn schouders op. ,,Daar kunnen wij dan verder weinig aan doen, hè?” ,,Oh jawel,” zeg ik grimmig. ,,Afwachten tot ze hier met een gebroken hart komt uithuilen. Maak jij dan weer spaghetti?” Tim haalt zijn wenkbrauwen op. ,,Dat moet ik nog zien.”

Frederique wordt met de dag hyperder. Soms spijt het me dat ik bij haar in de klas zit en dus constant moet aanzien hoe ze zich voorbereidt op haar Date met Rogier. Kim helpt duidelijk fanatiek mee. Als ik langs ze loop vang ik altijd “…rode topje met die witte broek…” of “…blauwe oogschaduw van Rimmel…” of zoiets op. Dit is de eerste keer dat ik blij ben dat ik haast nooit meer naast haar zit. Ik moet er niet aan denken om de hele dag over kleding en make up te praten. Eén keer kan ik me niet inhouden en meng ik me in het gesprek: ,,Ik stel voor: je nieuwe spijkerbroek, dat ene blauwe truitje met die V-hals, een of ander speldje in je haar, een beetje lipgloss en dan ophouden met zeuren.” Ze staren me aan. ,,Néé!” zeggen ze dan allebei tegelijk. Voor het allereerst in mijn hele leven denk ik: dit is mijn beste vriendin niet. Ik schrik van mezelf. Ik heb altijd geweten dat Frederique en ik hele verschillende personen zijn. Frederique is altijd onzeker geweest en mij heeft het nooit iets kunnen schelen wat mensen van me denken. Mij maakte het nooit zoveel uit dat we anders waren. Maar nu wil ze er zo graag bijhoren, dat ze zichzelf niet meer is. Of ze is gewoon veranderd. Ik heb nooit een andere beste vriendin gehad dan haar, en we kennen elkaar nu zestien jaar. Twee jaar van ons leven hebben we zonder elkaar doorgebracht, en dat zijn nou net die twee jaar waar we ons het minst van herinneren. Maar nu heb ik opeens het gevoel dat ik haar helemaal niet leuk zou vinden als ik haar nú zou leren kennen. Zij en Kim staan me leeghoofdig, maar minachtend aan te kijken. Hoe kom ik erop. Een spijkerbroek aan naar De Date. En alleen lipgloss op?! Ik haal mijn schouders op. ,,Laat maar.” Dan loop ik weg. ,,…boos?” versta ik nog net. Flikker toch op jullie, denk ik chagrijnig. Ga verder met kleding bespreken, in plaats van mij te analyseren. Ik ben toch niet interessant. Ik heb alleen maar stomme ideeën volgens jullie. En er zit een gat in mijn spijkerbroek.
Tijdens Nederlands laat ik alles maar een beetje over me heen komen en teken ik afwezig poppetjes in mijn schrift. Twee meisjes worden het, merk ik. De ene met een kort rokje, netjes halflang haar en getuite lippen. De andere met een wijde broek, slordig lang haar en een boos gezichtje. Ik bekijk mijn creatie en zie dat ik nog iets vergeten ben. Nijdig teken ik een tweede poppetje met een kort rokje en getuite lippen. Zo is het nu, denk ik.
In een ver verleden woonde kleine Frederique met haar ouders bij mij in de straat. Om de hoek was een peuterspeelzaal, en daar zouden zowel Frederique als ik binnenkort heengebracht worden. Onze moeders waren in die tijd min of meer vriendinnen, al waren ze net zo verschillend als Frederique en ik nu, maar ze hadden allebei een kind van twee thuis, dus altijd wel wat om over te kletsen. Ze besloten dat het wel leuk zou zijn als we op dezelfde dag voor het eerst naar de speelzaal zouden gaan, zodat we ons aan elkaar op konden trekken als nieuwelingetjes. Zo geschiedde het. We konden het goed met elkaar vinden en vonden de andere kinderen helemaal niet interessant. Natuurlijk moesten we ook op dezelfde dag naar de kleuterschool, waar ik voor Frederique opkwam als ze straf kreeg omdat ze zich met een schepje verdedigde tegen de pesterijen van Stefan. Na de kleuterschool kwam natuurlijk groep 3, waar ik altijd jaloers was op Frederiques nette handschrift en voor we het wisten zaten we in groep 8, toen Frederique op kamp in Oldebroek plotseling voor het eerst ongesteld werd en ze de juffrouw niet om maandverband durfde te vragen, zodat ik tenslotte loog dat ík degene was die ongesteld was geworden. Toen we naar de brugklas gingen verhuisde Frederique, maar we woonden nog steeds vlakbij elkaar en onze vrienschap veranderde helemaal niet. Mensen noemden ons weleens “de tweeling”, omdat we altijd samen waren en overal hetzelfde over dachten. Ik denk dat we allebei een beetje begonnen te veranderen in de derde of de vierde. Maar dat is normaal. Je kunt niet altijd een tweeling blijven, zeker niet als je allebei uit zo’n ander gezin komt. Ik begon mijn outfit steeds vaker op te leuken met gekke accessoires, terwijl Frederique urenlang in de stad kon zoeken naar hét perfecte truitje van hét perfecte (en het liefst: duurste) merk, iets waar ik nooit geduld voor heb gehad. Verder ging alles gewoon z’n gangetje. We hadden natuurlijk allebei ook wel andere vriendinnen, maar toch zagen we elkaar elke dag. Tot, ironisch genoeg, ik Thomas ontmoette en Frederique op hetzelfde moment opeens bevriend raakte met Kim. Ik wilde haar absoluut niet laten vallen voor een jongen, maar het leek wel alsof ze dat bijna van me verwachtte, want opeens kon ze nooit meer. Ik zag haar altijd achter Kim en die andere twee aanhangen, met zo’n hongerige betrek-mij-erbij-blik. Maar eerlijk gezegd stoorde het me nooit echt. Ik dacht dat het gewoon een fase was, zoals in elke vriendschap. Iets was al zestien jaar bestaat gaat echt niet zomaar stuk. Maar zonet, toen ze me met z’n tweeën zo aan stonden te kijken en overduidelijk iets wisten wat ik niet wist, voelde ik me voor de allereerste keer in mijn leven door haar buitengesloten. Opeens zag ik niet meer de binnenkant, maar alleen haar buitenkant. Een hoop make up en vertoon om niks. Normaal hou ik absoluut niet van dat soort mensen. Ik dacht dat Frederique anders was. Maar nu begin ik daar plotseling aan te twijfelen.

Op vrijdagmiddag heeft Frederiques gekte het hoogtepunt bereikt. Kim is om de een of andere reden al naar huis, dus klampt ze mij aan op de trap, na het zesde uur. ,,Ik heb het besloten!” kondigt ze aan. ,,Je gaat afbellen?” suggereer ik. Flauw, ik weet het, maar ik ben nog steeds een beetje pissig. Gelukkig is Frederique te veel in de zevende hemel om boos te worden. ,,Mijn zwarte broek en dat rode shirtje met die boothals, weet je wel? En dan rode schoenen er onder.” Ik denk even na. ,,Maar je hébt toch helemaal geen rode schoenen?” Ze schudt vrolijk haar hoofd. ,,Nee, die ga ik nu kopen. Ga je mee?”
,,Je gaat toch geen schoenen kopen voor een date?!” roep ik stomverbaasd uit. ,,Je kunt beter zwarte schoenen aantrekken ofzo. Anders lijkt het zo bedacht.” Ze haalt haar schouders op. ,,Ach, jongens zien dat toch niet.” Ik begin nu echt te lachen. ,,Waarom zou je dan nog moeite doen?!” ,,Ahhh, please!” smeekt ze, irritant aan mijn arm hangend. ,,Ik heb gewoon opeens het gevoel dat ik rode schoenen moet hebben, ken je dat? En je wilde toch nog een keer naar de stad?” ,,Nou ja, vooruit dan maar,” geef ik toe. Ik heb er een hekel aan om met een rugtas vol zware boeken door de stad te sjokken, zeker met Frederique als ze in zo’n stemming is dat ze per se iets moet hebben, maar misschien kan ik er op de valreep nog een beetje gezond verstand inpompen.
Ik raad aan om eerst naar de goedkope schoenenwinkels te gaan, maar Frederique wil er niets van horen. ,,Als je iets doet, moet je het wel goed doen,” zegt ze, terwijl ze me de Shoebaloo binnensleept. We kijken rond. De enige rode schoen die te bekennen is, is een knalrode Allstar, die ik persoonlijk erg leuk vind. ,,Kijk, die is leuk,” wijs ik. ,,Ja, maar die kan niet,” protesteert ze. ,,Waarom niet?” vraag ik, hoewel ik het antwoord best weet. Ze werpt me weer zo’n jij-begrijpt-er-ook-niet-veel-van-blik toe, maar zonder Kim erbij is ie een stuk minder leeghoofdig. ,,Dan lijkt het net alsof ik er geen moeite voor gedaan heb.” ,,Net goed,” brom ik, plaatsvervangend wrokkig. ,,Had ie maar niet moeten vergeten dat jullie gezoend hadden. Hij heeft het recht niet om te verwachten dat je moeite voor hem doet.” Ze doet alsof ze me niet hoort. Ik wijs naar een open schoentje met een hakje, zwart, leuk maar niet al te opvallend. ,,Kijk, is dat niks?” probeer ik hoopvol. Ze kijkt er maar heel even naar. ,,Die is niet rood.” ,,Maar wel leuk,” doe ik nog een poging. Ze schudt haar hoofd. ,,Nee. Ik wil rood. Zullen we verder gaan?” Ik haal mijn schouders op en sjok achter haar aan. Ze sleept me de Cinderella binnen, die er tegenover ligt. Weer wijs ik haar op allemaal leuke schoenen, maar ze zijn niet rood, dus geen van allen een optie. Ik geloof dat rood er een beetje uit is dit seizoen. Dat zegt de verkoopster van Shoeline ook, als ik maar een gesprekje met haar aanknoop terwijl Frederique haar voeten in een paar belachelijk hoge hakjes probeert te wurmen. Maar het zijn rode hakjes, dus het moet. ,,Is dit écht het enige wat jullie hebben in het rood?” vraagt Frederique klaaglijk terwijl ze naar de spiegel strompelt. ,,Ja,” zegt de verkoopster voor de zoveelste keer. ,,Kom op, je kunt er niet eens op lopen,” zeg ik. ,,We vinden wel wat anders.” ,,Ze zijn wel leuk…” aarzelt Frederique. ,,Je kunt er makkelijk mee vallen,” dreig ik. ,,Stel je voor, je komt dat café binnen en…” ,,Als ik voorzichtig loop zal het best gaan,” houdt ze vol. Ik zie hoe ze zich onopvallend aan een rek vastpakt. ,,Laat ze dan apart zetten,” stel ik voor. ,,Dan kun je nog even verder kijken.” ,,Goed idee,” zegt ze, en zakt neer op een bankje. Ik zie hoe ze probeert niet opgelucht te zuchten als ze de hakjes uittrekt.
Na de Bijenkorf, V&D en honderdduizend andere schoenenwinkels zonder rode schoenen of met lelijke rode schoenen of met rode schoenen die leuk staan, maar waar je nog geen meter op vooruit komt, ben ik het helemaal zat. De hele stad door op zoek naar rode schoenen. Dit is niet normaal. ,,Ik moet zo echt weg,” zeg ik tegen Frederique, die haar voet wanhopig in een pump maat 38 staat te proppen, omdat maat 39 uitverkocht is. Halverwege schopt ze het schoentje boos uit en laat zich naast mij op het bankje zakken. ,,Misschien moet ik dan gewoon maar wat anders aantrekken…” Ik heb zin om haar met elke rode schoen die ze in de afgelopen twee uur gepast heeft, een harde klap op haar hoofd te geven. ,,Je kunt nog altijd die Allstars kopen,” stel ik voor. Na twee uur wanhopig op zoek naar rode schoenen, is ze gelukkig heel beïnvloedbaar. In plaats van dat ze meteen “kan niet!” roept, kijkt ze me twijfelachtig aan en vraagt aarzelend: ,,Maar eh… kan dat wel?” Ik haal mijn schouders op. ,,Waarom niet? Het is maar een date. Het zijn vrolijke schoenen en je ziet dan tenminste niet uit alsof je uren voor hem voor de spiegel hebt gestaan. En je kunt erop lopen. En lang staan. Wie weet waarvoor dat nog eens handig kan zijn…” Ik knipoog schalks naar haar en bedenk dat er misschien best een toekomst voor mij weggelegd zou zijn in de reclame. Als ik ervan hield de hele dag aan het hoofd van onschuldige mensen te zeuren, tenminste. Frederique haalt haar schouders op. ,,Nou ja, okee dan.”
De gympen staan haar leuk. ,,Ze lopen wel lekker,” lacht ze opgelucht. Dat kan ik me voorstellen na al die rotschoenen die ze hiervoor gepast heeft. Ik hoop dat deze schoenen haar weer een beetje helpen herinneren voor ze was voordat ze zich met de tutjes in begon te laten.

,,Thomas heeft wel tien keer gebeld,” zegt Tim zodra ik thuiskom. Zijn kook-ambities zijn alweer vervlogen (slechte associaties, denk ik) en hij zit lui aan tafel op het eten te wachten, bladerend in de tv-gids. ,,Wel tien keer?” schrik ik. ,,Wat is er nou weer aan de hand?” Tim kijkt me oplettend aan bij dat “nou weer”, maar gaat er niet op in. ,,Nou ja, drie keer dan,” grinnikt hij. ,,Maar ik zou hem toch maar terugbellen als ik jou was.” Om de een of andere reden heb ik hier geen goed gevoel over. Ik hoor mijn moeder vanuit de keuken ,,we gaan eten!” roepen, maar voor deze keer ben ik Oostindisch doof. Ik pak de telefoon en ga op de trap zitten. Natuurlijk stommelen Jesse en Nathan net langs als ik de de telefoon bij Thomas over hoor gaan. ,,We gaan eten hoor!” roept Jesse. ,,Ssst!” sis ik boos. Thomas neemt op. ,,Hoi, met mij,” zeg ik, en ik probeer het luchtig te laten klinken. ,,Tim zei dat je gebeld had.” ,,Ja, klopt,” zegt hij, en gelukkig klinkt hij niet alsof hij een motie van wantrouwen over mij gaat uitspreken of zijn oma onder de bus ligt. ,,Ga je vanavond mee naar scouting?” Dat is voor mij bijna net zo erg. Thomas zit op scouting, dat is het enige wat ik dus niet leuk aan hem vind. Het idee van jongens en meisjes in identieke bloesjes met dassen die tenten opzetten, de vlag hijsen en overal knopen in leggen trekt me absoluut niet aan. Hij vraagt al sinds hij me kent of ik een keer meega, maar ik heb me er altijd redelijk elegant onderuit weten te werken. Nu ben ik te overdonderd om een goeie smoes te bedenken. ,,Nou, eigenlijk…” begin ik nog, in de hoop dat me spontaan iets in zal vallen. Maar er komt niks en mijn “nou, eigenlijk…” klinkt nogal zielig. ,,Eigenlijk wat?” vraagt Thomas een beetje geërgerd. ,,We kennen elkaar nu al vijf maanden, Christa. Kun je niet proberen een klein beetje interesse voor mijn hobby’s op te brengen?” Ik schrik. Straks krijgt hij weer zo’n enge uitbarsting. ,,Rustig maar!” lach ik vlug. ,,Ik wou alleen zeggen dat ik eigenlijk had willen vragen of je zin had om naar de film te gaan en daarna hier te blijven slapen, maar je hebt natuurlijk altijd scouting op vrijdag. Stom van mij hè, hahaha!” ,,Nogal ja,” bromt Thomas. Mijn acteerprestaties hadden op Frederique vanmiddag meer effect. ,,Maar dan wil ik vanavond natuurlijk wel mee naar scouting. Gezellig,” gooi ik er nog een schepje bovenop. ,,Okee, ben je dan om kwart over acht bij mij?” vraagt Thomas. Ik hoor aan zijn stem dat hij absoluut niet gelooft dat ik het gezellig vind om met hem mee naar scouting te gaan, en daar heeft ie gelijk in. Maar ik doe alsof er niks aan de hand is en beloof dat ik om kwart over acht bij hem op de stoep zal staan.
Net als mijn moeder geïrriteerd voor de derde keer mijn naam roept, storm ik de serre binnen en plof neer. ,,Sorry,” mompel ik. Gadverdamme, ik heb helemaal geen zin om mee te gaan naar die stomme scouting. Als Thomas me zo’n beetje dwingt om “interesse voor zijn hobby’s op te brengen” staat het me al helemaal tegen. ,,Wat moest ie?” vraagt Tim, die naast me zit, zachtjes. ,,Ik moet vanavond mee naar scouting,” kreun ik. ,,Zit ie daarop dan?” Tim begint te lachen. ,,Nou weet ik helemaal zeker dat ie gek is.”Boos neem ik een hap. Ik zeg niks terug. ,,Dat kan natuurlijk ook,” zegt Tim lackoniek, en buigt zich weer over zijn andijvie. ,,Vertel je me hoe het was?” ,,Tot je me smeekt om op te houden,” beloof ik sarcastisch.

0 Comments:

Post a Comment

<< Home