Schrijfbeest verhaal: Het Fenomeen Vriendje

Frederique wil een vriendje. Heel, heel graag zelfs. Maar vriendjes komen niet uit de lucht vallen. Je moet er actief naar zoeken en ze aan de haak slaan. Of zijn ze er al de hele tijd? Christa heeft een vriendje, van wie ze heel veel houdt. Maar dingen beginnen uit elkaar te vallen vanaf het moment dat ze per ongeluk opeens zijn dagboek in haar handen heeft. Waar trek je de grens tussen doorgaan en dumpen?

Monday, October 23, 2006

Hoofdstuk 3 en 4

3. Frederique
Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan. Maar die barst al zo ongeveer uit elkaar, dus ik bewaar die meppen wel voor als mijn kater over is. Ik kan niet geloven dat ik Rogier heb afgewezen. Ik kan niet geloven dat ik zo godvergeten stom ben geweest. Eindelijk was hij daar, de jongen waar ik op wachtte. Eindelijk was ik heel even de helft van een stelletje. En wat doe ik? Ik wijs hem af. Ik wijs hem godverdomme af. Het enige wat ik had hoeven doen, was met hem meegaan. Maar in een of andere stomme opwelling zei ik nee. Ik zei gewoon nee! Hoe heb ik dat in ’s hemelsnaam kunnen doen?! Diep in mijn hart weet ik het wel. Ik weet wat hij wilde. Vrouwelijke intuitie. Maar zonder vrouwelijke intuitie had ik ook wel kunnen weten wat een jongen wil als hij je na een zoenpartij vraagt mee te gaan naar het huis van zijn vriend. Als ik was meegegaan, had hij me hoogst waarschijnlijk ontmaagd. Zo simpel is het. Dat is het enige wat ik had hoeven opofferen om zijn vriendinnetje te worden. Mijn maagdelijkheid. Vierentwintig uur geleden kende ik hem nog niet eens, maar nu mis ik hem al zo dat mijn maagdelijkheid een heel aanvaardbaar offer lijkt. Vannacht dacht ik daar blijkbaar anders over. Verdomme. Ik heb het verpest. Het liefst zou ik hem nu meteen bellen om te zeggen dat het me spijt, om te smeken om een tweede kans (waarin ik natuurlijk wel met hem mee naar huis zou gaan), maar ten eerste heb ik zijn nummer niet en ten tweede wil ik ook weer niet zo zielig overkomen.
Ik lig in bed naar de tv te kijken, het dekbed tot mijn kin opgetrokken. Ik heb mijn moeder verteld dat ik ziek ben. Ze is al drie keer met lekkere hapjes naar boven gekomen, maar water is het enige wat ik binnenhoud. Normaal prop ik me altijd helemaal vol met bonbonbloc of zeebanket als ik in een dip zit, maar nu begin ik al zowat te kokhalzen als ik aan chocola denk. Ik wou dat beter tegen drank kon. Kim drinkt vaak heel wat meer dan acht wijntjes op een avond, en die huppelt de volgende dag weer vrolijk rond. Maar Kim doet ook niet moeilijk als een jongen vraagt of ze met hem meegaat. Kim weet hoe het hoort. Kim weet dat er bepaalde offers zijn die je soms moet brengen. Is dat niet een van de beginselen van een relatie? Soms moet je dingen voor de ander doen, die je zelf liever niet gedaan had. Anders werkt het niet. En ik was nog niet begonnen, of ik ging daar de fout al mee in. Stomme, domme, lelijke, saaie ik. Zie je wel dat ik nooit iemand krijg. Ik ben nog niet eens in staat een jongen voor een avond te houden.
Met een enorme krachtinspanning weet ik mijn tasje naar me toe te trekken zonder accuut misselijk te worden. Ik vis mijn mobieltje eruit. Ik moet even met iemand praten, anders word ik gek. Ik zoek het nummer van Kim op. Maar net als ik wil gaan bellen, begin ik te aarzelen. Zal zij me niet even stom vinden? Van haar hoef ik waarschijnlijk geen peptalk te verwachten. Waarschijnlijk daal ik juist in haar achting. Wat zij altijd meteen goed doet, doe ik de eerste keer al fout. Ze zal er juist achter komen dat haar nieuwe vriendin een loser van de eerste orde is. Ik denk aan hoe lief en verwachtingsvol ze naar me lachte. Ik wil haar niet teleurstellen. Ik moet dit op zien te lossen zonder een modderfiguur bij haar te slaan. Nog een probleem erbij dus. Nee, ik heb echt even iemand nodig om zonder schaamte bij uit te kunnen janken. Christa dan maar. Ze is in haar hele leven waarschijnlijk drie keer uit geweest en heeft Thomas in een of andere natuuraangelegenheid ontmoet, maar ze zal me niet meteen veroordelen. Ze kan hooguit zeggen dat ik niet zo slim ben geweest. Ze kent me al vanaf mijn tweede. Ze heeft me verdedigd toen ik straf kreeg omdat ik in de zandbak Stefan heel hard met een schepje op zijn hoofd sloeg, ze heeft me gerustgesteld toen ik voor het eerst ongesteld werd, ze heeft me getroost toen mijn vriendje-dat-niet-kon-zoenen het na twee weken uitmaakte omdat hij me “saai” vond… en zo zal ze er nu ook weer voor me zijn. We zijn de laatste tijd niet zo close geweest, maar vriendinnen blijf je. Ik moet haar spreken. Als ze niet thuis, achterhaal ik het nummer van Yuck Fou wel.
Maar tot mijn verbazing is Christa wel thuis. Zoals gewoonlijk is het een enorme herrie daar thuis, maar haar broer schreeuwt over de heksenketel heen dat ze net binnen is gekomen en dat hij haar wel even zal roepen. Na wat wel vijf minuten lijken, waarin ik haar twee kleine broertjes tegen elkaar hoor schreeuwen over een of ander computerspelletje, komt ze eindelijk aan de lijn. In plaats van dat ze even hallo zegt, roept ze meteen: ,,Oh, wat ben ik blij dat je belt! Het lijkt wel of je daar voelsprieten voor hebt ofzo! Ik moet je even vertellen wat er net bij Thomas gebeurd is, je gelooft echt je oren niet.” ,,Nou, eigenlijk…” probeer ik, maar ik kom er niet tussen. Christa begint een onsamenhangend verhaal te vertellen, over dat ze een dagboek van Thomas gevonden had en dat hij toen heel kwaad werd of zoiets. Ze eindigt met een verontwaardigd: ,,Wat vind je daar nou van? Dat komt toch over alsof hij iets te verbergen heeft ofzo?” Ik hoop dat ze straks ook even naar mij luistert als ik nu even doe alsof dat vriendje van haar mij interesseert. ,,Ik kan me wel voorstellen dat hij niet blij is als je in z’n dagboek zat te lezen…” zeg ik voorzichtig. ,,Ik zat juist niet in zijn dagboek te lezen!” roept ze ongeduldig. ,,Luister je dan niet? Ik wist niet dat het een dagboek was!”
,,Maar waarom werd hij dan zo kwaad?”
,,Hij dacht dat ik het wou lezen, maar dat wou ik helemaal niet! En dat geloofde hij gewoon niet! Hij begon helemaal te zeiken dat hij me niet vertrouwde en dat hij het uit zou maken als hij me nog een keer betrapte…”
Oei oei, een heuse relatiecrisis, denk ik sarcastisch. Als ze zou weten wat mij is overkomen zou ze er wel anders over denken. Dan zou ze dolblij zijn dat ze veilig in iemands armen kan wegkruipen en klef kan doen wanneer ze maar wil. ,,Nou, dat is dus simpel,” probeer ik het onderwerp af te ronden. ,,Niet meer in zijn dagboek lezen, want dan wordt ie pissed. Maar moet je luisteren…”
,,Maar vind je het dan niet gek? Hij ging echt helemaal flippen! Als er gewoon onzin instond over zijn vorige vriendinnetje ofzo had hij toch niet zo gereageerd?”
,,Misschien stond erin dat ie zijn lul te klein vond ofzo. Wie weet wat voor complex hij heeft. Je moet er niet zoveel achter zoeken. Maar ik…”
,,Ik zoek er wel wat achter. Echt waar. Je had hem moeten zien. Normaal is hij zo relaxed, en nu stond hij te schreeuwen als een gek. En toen we het goedmaakten, deed hij nog heel koeltjes. Toen heb ik gezegd dat ik heel veel huiswerk had en ben ik weggegaan.” Nu wordt mijn interesse toch wel gewekt. ,,Je wilt het toch niet gaan uitmaken?” vraag ik. Ik hoop dat het niet te hoopvol klinkt. Christa is even stil. ,,Nou… dat niet meteen. Denk ik. Dat zou wel een beetje overdreven zijn, of niet? Maar ik wil wel even nadenken, en dan wil ik met hem praten.” Jammer. Dan maken ze het natuurlijk binnen de korste keren weer goed, vallen elkaar in de armen, duiken in bed en gaan verder waar ze gebleven waren. ,,Ach, het komt vast wel weer in orde. Jullie passen toch bij elkaar.” Ik hoor dat het eerder mismoedig klinkt dan meelevend. ,,Ik hoop het,” zegt ze stilletjes. Ik maak dankbaar gebruik van de stilte die er valt en roep: ,,Maar moet je nou eens horen wat mij gisteren is overkomen…!” Ze klinkt vermoeid als ze zegt: ,,Laat me raden. Je hebt een lekker ding gezien en zijn nummer niet gevraagd.” Wat een belangstelling, zeg. Kan ze ook een seconde naar mijn verhaal luisteren, in plaats van alleen maar aan die stomme relatie van haar te denken? Ik heb heel veel zin om te zeggen dat ze niet hoeft te luisteren als ze daar geen zin in heeft, maar ik heb te hard een schouder om op uit te huilen nodig. Ik doe dus alsof ik niet merk dat ik haar verveel, en begin van voren af aan. De wijntjes, het gesprek, Rogiers hand op mijn knie, de zoenpartij: ik laat geen detail weg. Al is het alleen maar om haar te straffen voor haar desinteresse en haar te laten voelen dat ik ook weleens iets meemaak. Ze verpest mijn mooie verhaal wel een beetje door net op het moment wanneer ik vertel hoe hij in mijn oor fluisterde of we de Jam maar zouden laten zitten, tegen haar broertjes te gillen dat ze op moeten rotten met dat geschreeuw van ze. Maar ik ga onverstoorbaar verder. ,,Het enige wat ik had hoeven doen, was met hem meegaan,” eindig ik vol zelfmedelijden. ,,Dan was ik nu heel gelukkig geweest.” ,,Nee, nee, neee!” roept ze tot mijn verbazing. ,,Je moet juist dolblij zijn dat je niet met hem mee bent gegaan! Dan had hij je gebruikt voor de seks. Als je geluk had gehad, had je mogen blijven slapen, maar hij had je ook zonder pardon op straat kunnen zetten zodra hij zijn kwakje geloosd had.” Ik ben er even stil van. ,,Dat meen je niet,” breng ik uit. ,,Zo was hij niet. Je had hem moeten meemaken! Hij was juist superlief! Het is gewoon zo stom van me! Ik heb zelf met hem geflirt, ik heb allemaal verwachtingen gewekt die ik niet waar kon maken. Ik heb hem teleurgesteld. Logisch dat hij boos is.”
,,Hij heeft het recht niet om boos te zijn. Kom nou, je mag toch wel een beetje flirten? Dat betekent toch niet meteen dat je van plan bent dezelfde avond met hem het bed in te duiken? Als hij vindt van wel, dan is het een eikel en dan kan ik je alleen maar feliciteren dat je van hem af bent.”
Ik weet niet wat ik nou eigenlijk van haar wil horen. Ik wil in elk geval niet dat ze Rogier afkraakt. Ik wil dat ze met me meehuilt. Ik wil dat ze me begrijpt. ,,Je snapt het niet,” hou ik huilerig vol. ,,Als je hem had gezien, had je het begrepen. Hij is gewoon de jongen waar ik op gewacht heb. Ken je dat? Je loopt met een plaatje in je hoofd van hoe je vriendje eruit moet zien, en dan kom je opeens dat plaatje tegen.” Ze lacht. ,,Nou, eerlijk gezegd vond ik eerst dat Thomas te lang haar had. Maar ik had ook eigenlijk geen plaatje.” Thomas is ongeveer wel het laatste waar ik het nu over wil hebben. Om te voorkomen dat ze het gesprek heel sneaky een andere wendig geeft, roep ik snel: ,,Ik had wel een plaatje. En dat was hij. Dat was hij gewoon.” Ik hoor haar zuchten. ,,Frederique…” Aha, haar ik-zeg-het-nog-één-keer-toontje. ,,Frederique, ik mag toch niet hopen dat jouw plaatje een jongen is die jou dumpt nadat hij met je geneukt heeft? Als je nou ja zegt, dan hang ik op en mag je terugbellen als je je roes uitgeslapen hebt. Want dan ben je duidelijk nog dronken.” Ik weet niet of ze dat nou serieus meent. Van dat laatste zinnetje word ik in elk geval een beetje pissig. Hoor hier mevrouwtje Nuchter. Ze snapt er niks van. ,,Natuurlijk is dat mijn plaatje niet,” geef ik geirriteerd toe, want straks hangt ze nog echt op. ,,Maar daar gaat het ook niet om. Het gaat erom dat ik er eerder mee had moeten komen dat ik niet wou. Voor hij zich er meer van ging voorstellen dan erin zat.” ,,Nou, dat is je anders goed recht,” houdt ze koppig vol. ,,Je mag altijd van gedachten veranderen. Als het niet goed voelt, moet je het gewoon niet doen. Al heb je je kleren al uit. Vind ik.” Ik hoor wel wat ze zegt, maar ik luister niet echt meer. Ik krijg namelijk opeens een geniaal idee. Waarom zou ik afwachten tot Rogier mij belt? Ik ga hem gewoon zelf bellen! Dan kan ik het allemaal uitleggen. Als hij hoort hoe het zit, zal hij me heus wel een tweede kans geven. Ik vertel Christa meteen wat ik van plan ben. Ze zucht weer. ,,En hoe was je van plan aan zijn nummer te gaan komen? Onder “player” zoeken in de Gouden Gids?” Ze heeft duidelijk weer eens een sarcastische bui. Maar mijn humeur is door mijn geniale idee zo opgevrolijkt dat ik besluit het door de vingers te zien. ,,Neehee, ik vraag het gewoon aan Daisy. Die kent hem.”
,,En wat ben je van plan tegen hem te gaan zeggen?”
,,Gewoon, dat ik hem superaardig vind en dat ik hem niet teleur wou stellen. Dat ik gewoon wat tijd nodig heb. Zoiets.”
,,En net zei je nog dat je hem niet kon bellen omdat je dat zo zielig vond overkomen! Jij bent echt niet te volgen, weet je dat?”
,,Ik bedenk net dat het er gewoon aan ligt hoe ik het breng. Als ik het niet-smekerig breng, is er geen vuiltje aan de lucht. Als je er gisteren bij was geweest, was je het met me eens geweest, geloof me nou maar.”
,,Nou, kijk maar wat je doet. Maar doe alsjeblieft geen stomme dingen.” Wie denkt ze wel niet dat ze is, mijn moeder?! Ik besluit dat het tijd is om op te hangen. Ik wens haar een fijne dag verder, veel succes met Thomas (zo aardig ben ik dan wel weer) en laat me achterover zakken in de kussens van mijn heerlijke bedje. Plotseling voel ik me slaperig. Ik besluit dat mijn belangrijke bezigheden best nog een paar uurtjes kunnen wachten.

,,Of ik het nummer van Rogier heb?” Daisy klinkt op z’n zachtst gezegd verbaasd. ,,Waar heb je dat voor nodig?” Ik heb geen zin om het helemaal uit te gaan leggen. Daisy zou me dan pas echt een loser vinden. Ik heb het vermoeden dat ze dat nu al een beetje vindt. ,,Ik had beloofd dat ik hem zou bellen, maar ik kan zijn nummer nergens meer vinden,” lieg ik daarom maar glashard. ,,Da’s niet zo slim,” zegt ze droog. ,,Ik zal even kijken.” Ik hoor een heleboel gerommel dat een hele tijd aanhoudt. Eindelijk komt ze weer aan de lijn. ,,Volgens mij moet dit ‘m zijn. Heb je pen en papier?” En of ik die heb. Ik schrijf het nummer op. Ik bedank Daisy rustig, maar vanbinnen kan ik wel juichen. Ik heb zijn nummer! Ik heb het heft in eigen handen! Nu heb ik rustig de tijd om na te denken over hoe ik dit aan ga pakken. Ik ga in elk geval vandaag nog niet bellen. En morgen ook niet. Heel misschien overmorgen, maar waarschijnlijk de dag daarna. Drie dagen laten wachten, is de gouden regel. Hmm. In het geval van Rogier vind ik drie dagen riskant. Hij is zo geweldig dat hij in die drie dagen makkelijk door iemand anders ingepikt kan zijn. Misschien maak ik er maar twee van. Nou ja, dat zie ik nog wel. Kijken hoe lang ik niet-bellen volhoud.
Door het uurtje slapen en mijn enthousiasme was ik bijna vergeten dat ik een behoorlijke kater heb, maar plotseling voel ik ‘m weer. Ik trek mijn dekbed maar weer eens lekker op en besluit de hele dag in bed te blijven. Geen huiswerk voor mij vandaag. Ik mag mezelf toch ook weleens verwennen? Bovendien moet ik goed uitgerust zijn als ik over een paar dagen Het Telefoongesprek ga voeren.
,,Frederique!” roept mijn moeder van onderaan de trap. ,,Wil je nog wat hebben?” Ik constateer dat mijn misselijkheid over is. ,,Doe maar een croissantje!” roep ik naar beneden. ,,En jus d’orange!” Tevreden zet ik mijn tv weer aan. Het gaat helemaal goedkomen met mij.

4. Christa
,,Wat had ze nou weer?” informeert mijn broer Tim zogenaamd onverschillig als ik de telefoon neerleg. Hij doet altijd alsof hij Federique een doos vindt – “altijd heeft dat kind wel ergens gezeik over” – maar ik verdenk hem ervan dat hij stiekem best gek op haar is. Zeker sinds het uit is met die Carmen van ‘m is de frequentie van het “wat had ze nou weer” schrikbarend toegenomen. Misschien moet ik haar dat maar eens vertellen. Dan houdt ze wel op met achter van die enge players als die Rogier aan te lopen. Hopelijk.
,,Oh, een kater,” scheep ik Tim af, terwijl ik denk: oh, ze gaat zich laten ontmaagden door een of andere gladjanus uit Rotterdam, waarvan ze lijkt te geloven dat hij de Ware is. ,,Ja ja,” bromt Tim. ,,Trouwens, je had beter wat langer bij die soepkip kunnen blijven. Er staat voor vanmiddag weer een gezinsuitje op het programma.” Tja, je hebt een hechte familie of niet: mijn ouders zijn er dol op om er met het hele gezin op uit te trekken. En wie thuis is, moet mee. Huiswerk of niet. Normaal heb ik het niet zo op die verplichte gezelligheid, maar vanmiddag komt het me wel goed uit. Dan kan ik dat gedoe met Thomas tenminste een beetje van me afzetten. Het enige nadeel is: die verdomde regen. Ik begin net een beetje op te drogen van mijn fietstochtje naar huis. ,,Waar gaan we heen dan?” vraag ik. Tim laat een dramatische stilte vallen. ,,…we gaan naar het museum.” Ik moet lachen. Tim haat musea. Ik vind ze altijd wel leuk. En alles is beter dan hier zitten kniezen.
Een half uur later zitten we allemaal opgepropt in de auto: mijn ouders (zoals altijd gewapend met verschillende folders en VVV-gidsen, mueslibollen en flesjes met gezonde sapjes voor onderweg), Tim (mijn grote broer van twintig, waar ik vroeger elke dag ruzie mee had maar die nu steeds aardiger begint te worden), de tweeling Jesse & Nathan (een luidruchtig, negenjarig ongelukje, resultaat van een activiteit tussen mijn ouders die moet hebben plaatsgevonden terwijl kleine Christa heel onschuldig lag te slapen en waar grotere Christa nu liever niet aan wil denken), en ik (zeventien jaar en, mijn tuinbroekdragende moeder niet meegerekend, het enige meisje). ,,Naar welk museum gaan we?” informeer ik in een poging boven het geschreeuw van Jesse & Nathan uit te komen, die vechten om de Gameboy Color. Uit principiële overwegingen mag er van mijn ouders altijd maar 1 Gameboy mee als we ergens heen gaan. Het idee van twee kinderen met allebei een Gameboy op de achterbank vinden ze vreselijk. Daar kan ik op zich inkomen, maar ik vind twee kinderen op de achterbank die constant ruziemaken persoonlijk vreselijker. ,,Het Rijksmusuem!” schreeuwt mijn vader over de jochies heen. ,,Oh, dat is pas voor de twintigste keer dit jaar!” roept Tim. Hij is duidelijk boos omdat hij niet thuis mocht blijven. ,,Zo lang je hier nog woont, ga je gewoon mee met de gezinsuitstapjes,” is de mening van mijn vader. ,,Anders ga je maar op kamers.” ,,Zal ik zeker doen!” roept Tim dan altijd, maar hij verhuist nooit. Ik vermoed dat hij het gewoon wel lekker makkelijk vindt dat er voor hem gekookt wordt en dat hij het geld dat hij anders aan de huur besteed zou hebben, nu kan besteden aan zijn drumstel, en aan cd’s die van begin tot eind volstaan met geschreeuw over drugs, depressies en zelfmoord.

Na een uurtje ben ik er achter dat thuis blijven kniezen bij nader inzien misschien toch een beter idee was geweest. In plaats van dat de schilderijen me afleiden, word ik er alleen maar chagrijnig van. Vooral van het educatief verantwoorde commentaar van mijn ouders, dat ik al honderdduizend keer eerder gehoord heb. ,,Jesse, wat denk je dat die mensen daar aan het doen zijn?” ,,Picknicken,” zegt Jesse meteen, en het is ook wel erg duidelijk te zien. Mijn vader zevert nog wat over dat je aan de lichtval kunt zien dat het middag is en dat de schilder dat goed weergegeven heeft. Jesse houdt braaf zijn mond, maar zodra mijn vader klaar is zegt hij: ,,Dat hondje vreet de worst op.” Ik zie dat mijn vader iets wil zeggen, maar het toch maar niet doet. Waarschijnlijk is hij allang blij dat Jesse in elk geval goed naar het schilderij kijkt.
Mijn moeder probeert Nathans interesse op te wekken voor een beeld van een of andere Griekse godin, maar het enige wat hij vraagt is hoeveel hij moet betalen als hij het op de grond gooit. ,,Oh, dat kost je je zakgeld tot je vijftigste,” antwoordt mijn moeder. ,,Op mijn vijftigste krijg ik allang geen zakgeld meer!” roept Nathan bijdehant. ,,Dan ben ik allang het huis uit, net als jij, toch Tim?”
,,Hm?” Tim lijkt zich liever niet in het gesprek te willen mengen. ,,Nou geloof me,” belooft mijn moeder Nathan alvast, voor hij aanstalten gaat maken het beeld er echt vanaf te gooien (je weet het maar nooit met dat joch). ,,Of je nou het huis uit gaat of niet, dat beeld betaal je tot de laatste cent!” ,,Dan neem ik gewoon een hypotheek,” besluit Nathan alvast. Hij heeft natuurlijk geen idee wat een hypotheek is, maar hij weet dat het iets met geld te maken heeft en dat is voor hem genoeg. ,,Doe dat,” zegt mijn moeder, om van hem af te zijn.
Ik leun tegen de muur, wat me een dreigende blik van een suppoost oplevert, maar ik trek me er niks van aan en sluit even mijn ogen. Wat een rotdag. Dan hoor ik de stem van mijn broer naast me. ,,Hé Chris, zullen wij alvast een tafeltje vrij gaan houden in het restaurant?” Ik doe mijn ogen weer open. ,,Goed idee.”
“Een tafeltje vrijhouden” is onze code voor er tussenuit knijpen als we de gezinsuitstapjes tijdelijk zat zijn. Het is een keer begonnen toen we in een museum waren waar het echt heel druk was, en papa ons vroeg of we alvast vooruit wilden gaan om een tafeltje te bemachtigen, omdat de tweeling niet te genieten zou zijn als ze moesten wachten tot ze konden zitten. Sindsdien houden Tim en ik altijd tafeltjes vrij. Ik verdenk mijn ouders ervan dat ze best begrijpen dat we na een uurtje museum en tweeling gewoon WEG willen.
We zoeken het mooiste tafeltje voor het hele gezin uit en bestellen alvast wat te drinken voor onszelf. ,,Zo,” zegt Tim tevreden. ,,Dit is beter. En nou hopen dat die twee ettertjes nog wat uitvreten, dan blijven ze nog wel even weg.” Ik bedenk dat dit een goed moment is om hem eens even uit te horen over Frederique. Maar ik heb mijn mond nog niet opengedaan of mijn mobiel gaat al. ,,Loverboy!” zingt Tim pesterig. Met één hand houd ik dreigend mijn flesje cola boven zijn hoofd, met de andere neem ik mijn telefoon op. Het is inderdaad Thomas. ,,Hoe is het met je huiswerk?” informeert hij. Soms lijkt hij mijn vader wel. ,,Ik…” begin ik, maar op dat moment laat iemand achter me een dienblad vallen. Rinkeldekinkel. Thomas hoort het ook. ,,Je bent helemaal niet thuis!” roept hij verontwaardigd. ,,Nee, dat wou ik ook net gaan zeggen, voor iemand hier iets uit z’n handen liet vallen,” zeg ik snel. Ik merk dat ik nerveus word, doodsbang dat hij weer zo’n uitbarsting zal krijgen als vanmorgen. Het is je vriendje maar Christa, denk ik. Rustig, alsjeblieft. ,,Maar je zei dat je zoveel huiswerk had! Daarom kon je niet blijven!” Hij klinkt als de inquisitie. ,,Nee, een van de beruchte gezinsuitjes,” leg ik luchtig uit. ,,Was niet onderuit te komen.” Tim rolt instemmend met zijn ogen.
Thomas laat een verwijtende stilte vallen. ,,Het kwam door onze ruzie, hè? Je moest helemaal geen huiswerk maken.”
,,Dat moest ik wel. Nu moet ik het vanavond doen. Ik háát ’s avonds huiswerk maken.”
,,Kon je dat dan niet gewoon tegen je ouders zeggen?”
,,Je kent mijn ouders toch! Het is gewoon een van de huisregels. Wie thuis is, moet mee.”
,,Echt, het spijt me heel erg als ik je gekwetst heb. Ik weet zelf ook niet wat ik had. Ik kan me voorstellen dat je even niet bij me wil zijn, maar had dat dan gewoon gezegd.”
Ik word doodmoe van hem. Normaal gaat alles altijd prima tussen ons, maar het ljkt wel of we opeens met een grote sprong in een Moeilijke Periode terecht gekomen zijn. ,,Ik heb een idee,” zeg ik, om hem ervan te overtuigen dat ik wel bij hem wil zijn, ook al kan ik hem nu eerlijk gezegd missen als kiespijn. ,,Kom me vanavond gewoon helpen met mijn huiswerk. Dan kun je het goedmaken.”
,,Okee,” zegt hij, en hij klinkt opgelucht. ,,Na vanavond ben jij een wonderkind, lieffie!” Hij klinkt weer als de aardige Thomas die ik ken. ,,Daar hou ik je aan,” lach ik.
,,Vriendje boos?” informeert Tim als ik opgehangen heb. Ik neem een slok cola. ,,Zoiets.” Ik heb geen zin om het er over te hebben. Tim duidelijk wel. ,,Hoe lang hebben jullie nou al met elkaar?” ,,Vier maanden,” antwoord ik.
,,Toe maar. Mijn kleine zusje wordt groot.” Ik geef geen antwoord en doe alsof ik druk met mijn mobiel aan het klooien ben. Al vanaf dat we klein waren, heeft Tim het gevoel dat hij mij moet beschermen. Toen was dat tegen de grote jongens uit de buurt, dus dat kwam altijd wel goed uit. Maar nu heeft Tim zijn mening klaar over iedere jongen waarmee hij me ziet. En hij ziet in één oogopslag of ik iemand leuk vind, en zo ja, hoe leuk. Soms ziet hij dat zelfs voor ik het zelf in de gaten heb.
Zijn typeringen en voorspellingen zijn altijd raak. Daarom wil ik nu niet over Thomas praten. Ik wil het niet weten. Ik wil het zelf uitzoeken. Ik trek de klep van mijn petje wat verder over mijn ogen. Tim begrijpt de hint. ,,Ook goed,” zegt hij. Hij is even stil. En dan komt hij alsnog met waar ik bang voor was. ,,Als je maar weet, dat die Thomas jou volgens mij lang niet alles vertelt. Op mij komt hij over alsof hij altijd wat verborgen houdt. Noem het ‘mysterieus’ als je wil, maar ik noem het geniepig.” Het voelt alsof ik een stomp in mijn maag gehad heb. Het is gewoon griezelig hoe Tim precies zegt waar ik zelf ook al bang voor was. En het is nog griezeliger, dat ik weet dat Tim altijd gelijk heeft… ,,Je kent hem niet eens,” snauw ik. Thomas zucht. ,,Nee, daar heb je gelijk in. Ik ken ‘m alleen maar van die –tig keer dat ie de afgelopen maanden is komen eten.”
,,Ik wil het er niet over hebben, oké? Je hoort het nog wel van me.”
,,Oké.” Het is pijnlijk stil. Gelukkig komen dan mijn ouders eraan met de tweeling. Nooit gedacht dat ik nog eens blij zou zijn om die te zien.

Tim is gelukkig geen helderziende, denk ik bij mezelf als ik ’s avonds in bed kruip. Thomas was hartstikke lief vanavond. Eerst hielp hij me met aardrijkskunde, toen met wiskunde. Hij kan goed uitleggen en ik snapte het binnen de korste keren. Toen we vonden dat we genoeg gedaan hadden, hebben we gevreeën. We hebben het nergens meer over gehad. Dat vond ik ook maar beter. Het komt nog wel een keer. Of niet. Sommige dingen moet je gewoon laten hangen. Soms heeft iemand gewoon even een rare aanval. Ik ben ook niet altijd even normaal. Ik herinner me nog twee maanden terug, toen Thomas een paar dagen ging kamperen met vrienden en ik opeens heel hard begon te huilen toen we afscheid van elkaar namen. Ik wist zelf ook niet waar het vandaan kwam. ,,Zul je me zo missen?” vroeg Thomas geschrokken. ,,Nee!” snikte ik. ,,Ik bedoel, ja! Natuurlijk zal ik je missen! Maar ook weer niet zo erg! Alles is gewoon zo snel gegaan en… en…!” Nou ja, Thomas maakte wat sussende geluidjes en wreef een beetje over mijn rug. Hij zal wel dolblij geweest zijn dat zijn vrienden er niet bij waren. Na een paar minuten was ik uitgehuild. Het waren gewoon spanningen, zei ik tegen hem. En dat was ook zo. Denk ik. Ik zou niet weten waarom ik anders zo zou moeten huilen.
Dit was vast ook zoiets. Gewoon spanningen. Ik snap niet waarom ik daar nou zo moeilijk over gedaan heb. Ik had best bij hem kunnen blijven. Dan hadden we gewoon een gezellige zondag gehad, zoals altijd. Dan had ik niet meegehoeven naar het Rijksmuseum en had ik die preek van Tim niet aan hoeven horen. Duidelijk een dag vol vergissingen vandaag.
Net als ik het licht uit wil doen, bonst Tim zachtjes op mijn deur. ,,Slaap je al, Chris?” Nee hè. Ik heb even geen zin in Tim. ,,Ja!” roep ik dus maar terug. Het klinkt in de verste verte niet slaperig, en Tim doet gewoon mijn deur open. ,,Is deze van jou?” Hij heeft mijn cd van de Red Hot Chili Peppers in zijn hand. ,,Ja,” zeg ik. ,,Waar vond je die dan?”
,,Beneden,” antwoordt Tim. Ik heb het gevoel dat dit een smoes is om nog een diepzinnig gesprek met me te kunnen voeren. En jawel hoor, Tim blijft besluiteloos naast mijn bed staan. ,,Ik ben moe,” kondig ik aan. ,,Ik ga slapen. Als je niet iets héél dringends te vertellen hebt, moet ik je nu toch verzoeken om mijn kamer te verlaten.”
Tim schuifelt met zijn voeten. ,,Eh, nou, ik wou je dit vanmiddag al vragen, maar je was zo chagrijnig door dat gedoe met Thomas…”
,,Nou, schiet op dan.”
,,Heeft die Frederique van jou… heeft die een vriend?”
Aaaah!!! Ik wist het wel! Ik wist het gewoon! Opgetogen ga ik overeind zitten. Ik kijk Tim grijnzend aan. ,,Nou,” zeg ik. ,,Op het moment niet, maar ze heeft er hard eentje nodig.”
,,Echt?” Tim glundert. Ik knik. ,,Op het moment is ze een beetje… verdwaald, zeg maar. Ze heeft iemand nodig om haar weer een beetje op weg te helpen.” Dit moet stoere ridder Tim toch als muziek in de oren klinken. ,,Ze komt deze week eten,” kondig ik aan. Dat weet ze zelf nog niet, maar dat beslis ik nu. Tim kijkt heel blij. ,,Leuk,” zegt hij. ,,Gezellig. Als je nou zegt wanneer, dan kook ik.” Mijn ogen puilen uit van verbazing. ,,Koken?! Jij?! Wat heb jij opeens?” Hij grinnikt verlegen. ,,Nou ja, ken je dat? Je kent iemand al je hele leven, en dan opeens zie je haar lopen op straat en denk je: godverdomme!” Dit verbaast me een beetje. Ik had wel zo’n vermoeden dat Tim Frederique wel zag zitten, maar dat het zo erg was had ik niet gedacht. Ik schud een beetje ongelovig mijn hoofd. ,,En dan te bedenken dat jij vroeger haar schepje stal in de zandbak en het dan voor haar ging verstoppen… of was dat soms je eerste versierpoging?” Hij schudt zijn hoofd. ,,Nee, ik was Isabelle nooit ontrouw geweest.” Isabelle was het meisje waar hij op de basisschool verkering mee had. Ik bedenk even wat een tuttig, aanstellerig kind ik dat altijd vond, maar Tim haalt mijn gedachten alweer in. ,,Frederique was altijd gewoon Frederique, weet je wel? Daar heb ik nooit zo bij stilgestaan. Maar toen zag ik haar opeens in de stad, met dat korte koppie en die lange benen…” Ik glimlach. Ik snap Tim wel. Frederique was nooit een opvallend persoon, ze was een beetje zoals ik: het niet-al-te-moeilijk-doen-type. Maar dan zonder mijn gekke-dingen-tic. Ik weet niet wanneer ze begon te veranderen, maar nu draagt ze nette kleren, draagt ze haar haar met van die piekjes die er nonchalant uitzien maar die je niet krijgt zonder een half uur werk en gaat ze om met mensen zoals Kim. Kim is zo’n soort fashion victim die schoenen weggooit omdat ze in een of ander blaadje heeft gelezen dat ronde neuzen niet meer “kunnen”. Ze doet altijd wel aardig tegen me, maar ik weet dat ze me een slons vindt. Soms ben ik bang dat Frederique dat tegenwoordig met haar eens is. Als je die kritische blik zag waarmee ze gisteren in de stad naar Thomas en mij keek, toen we haar tegenkwamen voor de Vesace-winkel, zich verlekkerend aan lelijke spullen die ze toch nooit kan betalen… Ik heb de stille hoop dat Tim haar weer een beetje met beide benen op de grond kan zetten. ,,Nou ja, welterusten dan maar.” Ik schrik op uit mijn gedachten als Tim weer begint te praten. ,,En laat je me even weten wanneer ze komt?” ,,Zal ik doen,” beloof ik hem. ,,Welterusten.” Zachtjes doet mijn grote broer de deur dicht. Ik ga weer liggen. Frederique en Tim. Of moet het zijn Tim en Frederique? Morgen ga ik vragen of ze komt eten. Ze kan niet weer weigeren. Ze móet gewoon komen. Al moet ik haar ervoor ontvoeren.

0 Comments:

Post a Comment

<< Home