Hoofdstuk 17 en 18
Tim strijkt wat haar uit mijn gezicht en geeft een kusje op mijn neus. ,,Ik ga even wat te drinken pakken, wat wil jij?” vraagt hij. ,,Doe maar Fanta,” zeg ik, net als vrijdag. God, was dat echt pas vrijdag? Het lijkt eeuwen geleden. Een week geleden was ik nog helemaal opgetogen over mijn date met Rogier. Het is niet te geloven hoe snel alles is gegaan.
Ik kijk hoe Tim de kamer uitloopt en laat me achterover vallen op zijn bed. Shit, ik geloof dat ik verliefd aan het worden ben. Tim, en deze hele kamer, alles hier geeft me het gevoel dat ik rustig mezelf kan zijn. Ik hoef me niet anders voor te doen dan ik ben, en dat is heerlijk. Ik kijk op mijn horloge. Half negen alweer. Tim en ik hebben minstens een uur liggen zoenen en knuffelen. Ik slaak een gelukzalige zucht. Nooit geweten dat dit zo fijn kon zijn. De rust hier, en de warmte, en Tim… op dit moment zou ik hier voor altijd willen blijven. Van mij mag Tim mijn vriendje worden. Ik raak niet meer in paniek bij die gedachte. Ik verklaar mezelf niet meer voor gek. Dat ik het toevallig nooit eerder gezien heb, wil nog niet zeggen dat Tim niet het ideale vriendje voor mij zou kunnen zijn. Ik heb gewoon iets ontdekt. Een heel groot “iets”, mag ik wel zeggen. En ik hoop dat het blijft, al lijkt het me nu nog te vroeg om daar tegen hem over te beginnen. Nee, dan zou ik de boel alleen maar overhaasten. Ik wil nog even genieten van de aftastende vaagheid waarin we ons nu bevinden. Het is alsof we allebei nog verbaasd zijn dat dit gebeurd is, en aangezien het ook nog maar 5 dagen geleden begonnen is, is dat ook niet zo vreemd.
Ik kijk Tims kamer nog eens rond. Het is een enorme troep, maar het stoort me niet. Zijn drumstel staat er, en een oude, diepe fauteuil, dezelfde als die in Christa’s kamer. Aan de muren hangen posters van bands die ik niet ken. Op de grond slingeren kleren, maar godzijdank geen boxershorts. Op zijn kast staan een paar lege drankflessen. Het is een typische jongenskamer, ongeveer het tegenovergestelde van de mijne. Maar ik voel me er, gek genoeg, thuis.
Tim komt terug met een fles Fanta en twee glazen. ,,Christa is er vandoor,” kondigt hij aan. Shit, Christa. Helemaal vergeten. Wat ben ik nou voor waardeloze vriendin. ,,Er vandoor?” echo ik. ,,Waarheen dan?” Tim haalt haar schouders op. ,,Geen idee. Ik zag haar nog net wegfietsen. Ik denk naar Thomas.” Ik zucht. ,,Ja, het zal eens niet.” Tim gromt. ,,Ik hoop dat ze hem snel aan de dijk zet. Dat we zijn rotkop hier nooit meer hoeven te zien.” ,,Wat heb jij toch tegen Thomas?” vraag ik opeens. ,,Ik bedoel, ik mag hem ook niet zo, maar jij lijkt hem echt te háten. Waar komt dat vandaan?” Tim zwijgt. ,,Nou?” dring ik aan. ,,Niet pushen!” hoor ik Kims stem in mijn hoofd. ,,Daar schrikt hij van en dan dumpt hij je!” Maar ik wil niet luisteren. Kim moet haar mond houden. Voortaan doe ik het op mijn manier. Tim zwijgt nog steeds, en net als ik mijn mond opendoe om iets te zeggen, zegt hij: ,,Als ik je dit vertel worden er geheid twee mensen boos op mij. Jij en mijn zus. Van de laatste kan ik het hebben, van de eerste op dit moment eigenlijk niet.” Ik voel dat ik begin te blozen. Maar hij heeft me nu wel definitief nieuwsgierig gemaakt. ,,Ik beloof je dat ik niet boos word,” zeg ik met mijn suikerzoetste stemmetje. ,,Echt niet.” Ik probeer mijn meest smekende hertjesblik op hem uit. Het werkt. ,,Okee,” zucht hij. Hij slaat een arm om me heen. Ik kruip tegen hem aan. ,,Thomas heeft bij mij in de brugklas gezeten. Ik herkende hem natuurlijk niet meteen toen hij hier voor het eerst kwam, maar ik wíst dat ik hem ergens van kende. Nou ja, van de brugklas dus. Het was een vals rotjoch toen. Met twee vriendjes van hem heeft hij heel wat kinderen ontzettend gepest. Mij ook, op z’n tijd. Tas afpakken, boeken vernielen, je kent het wel. Na dat eerste jaar moest hij gelukkig van school af. Zijn ouders dachten dat hij betere kansen had op zo’n alternatieve school, geloof ik. Ik was dolblij dat ie weg was. En jaren later kwam ik hem opeens hier tegen, als het vriendje van mijn zus…”
,,Waarom heb je niets gezegd?” vraag ik niet-begrijpend. Ik vind het helemaal niks voor Tim om zoiets geheim te houden. Maar ja, hoe goed ken ik hem nou helemaal? Toch niet al te goed, dat blijkt nu maar weer. Hij zucht. ,,Ze was zo verliefd. Zo gelukkig. Ik wilde het niet voor haar verpesten, snap je? En ik dacht, je kunt iemand niet beoordelen naar hoe hij in de brugklas was. Maar toen hij vaker kwam, zag ik steeds meer van die valse trekjes in hem terug. Maar toen was het al te laat, toen kon ik het haar voor mijn gevoel al niet meer vertellen.” Hij kijkt opzij en ziet mijn bedenkelijke gezicht. ,,Nu word je natuurlijk tóch boos.”
Maar zijn arm om mijn schouder voelt te goed, en als ik opzij kijk, zie ik de eerlijkheid in zijn ogen. ,,Nee,” zeg ik langzaam. ,,Nee, ik ben niet boos. Oké, je hebt het niet al te handig aangepakt, maar ergens had je ook wel gelijk. Waarom zou je Christa lastig vallen met zo’n gedateerd verhaal? Er leek niks aan de hand te zijn, dus je had haar alleen maar ongerust gemaakt. En toen er wél wat aan de hand was, kon je er natuurlijk niet meer mee aankomen. Ik begrijp het wel.”
En daar is geen woord van gelogen. Ik begrijp het echt wel. Ik weet dat ik hem hier een week geleden keihard voor veroordeeld zou hebben, maar misschien ben ik veranderd deze week. Hij heeft het niet kwaad bedoeld. Hij is gewoon in een lastige situatie terecht gekomen. En ik ben nu medeplichtig. Maar op dit moment voelt het alsof er geen problemen bestaan. Tim trekt me nog eens extra dicht tegen hem aan en geeft een kus op mijn hoofd. ,,Je bent geweldig,” zegt hij zachtjes. ,,Maar wat gaan we nou doen?”
,,Wij, of wij met het dilemma?” vraag ik. Hij denkt even na. ,,Allebei?” ,,Ik denk dat ik wel een idee heb,” zeg ik glimlachend. ,,Wij blijven vanavond lekker hier, en voor het dilemma verzinnen we nog wel een oplossing.” ,,Dat vind ik een heel goed plan,” mompelt Tim ergens in mijn haar, voor hij me mee achterover trekt en me weer begint te zoenen.
18. Christa
,,Ja hoor, Thomas is er. Ik zal hem even roepen.” Thomas’ moeder draait zich om in de deuropening, richting de trap. ,,Thomas! Christa voor jou!” buldert ze. Ik hoor zijn stappen bonken op de zoldertrap. Mijn hart bonkt mee. Het uitgeprinte mailtje van Fay brandt een gat in mijn zak. Ik weet eigenlijk niet waarom ik het meegenomen heb. Niet om het hem te laten lezen in elk geval, dat wil ik Fay niet aandoen. Misschien als een soort steun ofzo. Fay staat achter me. Zij heeft hetzelfde meegemaakt. En ze leeft nog. Het tastbare bewijs dat ik dit ook zal overleven. Zonder haar had ik daar misschien aan getwijfeld. Het voelt alsof mijn hart uit mijn lichaam geschept is. Nu al, en nu is het nog aan. Misschien heb ik straks wel het gevoel dat ik ook mijn hersenen en longen kwijt ben. Dan wordt het pas echt problematisch.
Thomas staat voor mijn neus. Hij kijkt verbaasd. ,,Hoi?” Het is geen groet dit keer, het is een vraag. “Hoi” betekent nu “wat kom je doen?”. Ik pers er een lachje uit. ,,Ik kom gewoon even langs, is dat zo vreemd? Je hoeft toch niet altijd van tevoren af te spreken?”
,,Kom maar binnen dan,” zegt hij. Schoorvoetend stap ik over de drempel. Hij is helemaal niet blij om me te zien! Waarom slaat hij zijn armen niet om me heen, waarom kust hij me niet? Heeft hij me door? Merkt hij dat ik niet echt “zomaar langskom”? Straalt het soms van mijn gezicht af dat ik gekomen ben met een geheime missie?
We lopen de trap op naar boven. Mijn hart bonst in mijn keel. Ik hoop zo dat mijn plan gaat werken. Nou ja, plan, plan, het is eigenlijk niet echt een plan. Het is meer een idee. Een voorspelling van wat er zal gaan gebeuren en hoe ik daar handig gebruik van zal kunnen maken. De waarheid, daar gaat het om. Ik zal nu eindelijk achter de echte, officiële waarheid komen. En als ik daar een klein offer voor moet brengen, so be it.
Langzaam doe ik de deur van zijn kamer dicht en loop ik naar hem toe. Verleidelijk lik ik langs mijn lippen. Ik sla mijn armen om zijn middel. ,,Christa, ik heb eigenlijk geen…” protesteert hij. Maar als ik hem zoen, biedt hij geen tegenstand. Hij weet wat ik wil. En ik weet dat hij nooit nee zegt als hij iets op een presenteerblaadje aangeboden krijgt. Dat is ook waarom ik zo ontzettend graag de waarheid wil weten. Ik duw hem op zijn bed en we doen waarvoor ik gekomen ben.
Ik lig stil en wacht af, na de pijnlijkste, meest ongemakkelijke seks die ik ooit gehad heb. Het mag een wonder heten dat Thomas niet gemerkt heeft hoe gespannen ik was. Shit, in films zien dit soort dingen er altijd zo makkelijk uit. Maar blijkbaar is de rol van zwoele verleidster en femme fatale me niet bepaald op het lijf geschreven. Ik kruip nog eens extra tegen Thomas aan en doe mijn ogen dicht, om hem aan te sporen hetzelfde te doen. Ik luister naar zijn ademhaling, die langzaam dieper en regelmatiger wordt. Heel voorzichtig hijs ik mezelf een stukje overeind. Hij slaapt. Het is gelukt!
Het grote moment is daar. Dit is wat ik al anderhalve week heb willen doen. Het is door en door slecht, maar ik kan niet anders. Ik zal zijn vertrouwen moeten beschamen. Het is voor mijn eigen gemoedsrust. Het is voor onze relatie, hou ik mezelf voor, ik doe dit voor óns. Ik doe dit om het groene monstertje in mijn hoofd voor altijd het zwijgen op te leggen. Ik doe dit om de waarheid te onthullen. Als ik de waarheid weet, weet ik of het nog zin heeft om hiermee door te gaan. En een beetje zekerheid kan nooit kwaad, toch?
Voorzichtig tast ik onder het kussen. Het dagboek ligt er nog. Centimetertje voor centimetertje trek ik het er onderuit. Mijn hart bonst in mijn keel. Als Thomas nu wakker wordt, is alles voor niets geweest. Oh God, laat hij alsjeblieft, alsjeblíeft niet wakker worden!
Hij gromt iets en draait zich om. Bijna slaak ik een gilletje van schrik, maar ik sla op tijd mijn hand voor mijn mond. Hij slaapt door. Godzijdank. Jemig, dit lijkt wel een van die zenuwenspelletjes als Jenga of Mikado. Alleen dan met een wat hogere inzet. We spelen vandaag om een relatie van bijna vijf maanden. Help. Ik moet mezelf niet zo nerveus maken. Rustig blijven, Christa. Rustig blijven.
Eindelijk heb ik het dagboek helemaal onder het kussen uit getrokken. Ik klem het tegen me aan. Heel voorzichtig werk ik me onder het dekbed uit. Muisstil trippel ik naar de deur, waar ik me snel in zijn ochtendjas hijs. Ik doe de deur open, doe nog even snel een schietgebedje en sluip de overloop op. Zachtjes loop ik de trap af. Wat nu? De enige plaats waar ik ongestoord zal kunnen lezen lijkt me de badkamer. Ik hoop maar dat Thomas’ ouders niet opeens op het idee komen om een bad te nemen. Ik doe de deur dicht en sluit mezelf op. Ik ga op de rand van het bad zitten en haal een paar keer diep adem. Dan sla ik het dagboek open.
Zaterdag 12 september
Vandaag de stad in geweest met Christa en nieuw dagboek gekocht.
Ik moet even nadenken. Heeft hij vorige week zaterdag een nieuw dagboek gekocht? Dat moet dan bij de Hema geweest zijn, toen had hij zo’n enorme stapel schoolspullen dat hij er makkelijk een dagboek tussen gepropt kan hebben. Dat ik bij de eerste zin meteen al achterdochtig word, geeft me niet bepaald moed. Maar ik verman mezelf en lees door.
Heb Christa oorbellen cadeau gegeven; ze was dolbij. We kwamen Frederique nog tegen, haar beste vriendin, en Christa maakte een gigantisch domme opmerking over dat Versace-kleding niet te onderscheiden is van marktkleding, terwijl Frederique net haar maandsalaris had uitgegeven aan een shirtje van Versace. Lachte me vanbinnen dood. Geloof dat Frederique dat gezien heeft, want kreeg dodelijke blik van haar.
Nou, bedankt zeg. “Vanbinnen” staat Thomas mij dus gewoon uit te lachen. Lekker is dat. Mooi dat Frederique boos naar hem gekeken heeft. Toen ze zich nog niet met jongens (zijnde mijn broer) inliet was ze echt lief.
Zondag 13 september
Nou komt het! Ik wil tegelijk wel en niet lezen waarom hij zo’n enorme scene maakte toen ik per ongeluk in één van zijn dagboeken wou gaan lezen. Maar ik heb niet voor niets zoveel moeite gedaan, dus natuurlijk doe ik het wel.
Net ruzie met Christa gehad. Het was ongelooflijk; ik werd wakker en daar stond ze, naast mijn boekenkast, met één van mijn dagboeken in haar handen, duidelijk op het punt om te gaan lezen. Ik was woedend. Gewoon die aanblik van haar daar, die brutaliteit! Daar stond ze zich dan mijn leven in te dringen. Mijn dagboeken zijn persoonlijk, daar komt niemand aan. Ik kan ze niet eens zíen in de handen van anderen. Christa dacht natuurlijk dat er de grootste geheimen in stonden. Werd weer kwaad op mij omdat ik haar volgens haar niet vertrouwde. Maar dat was het niet. Het is gewoon een instinctieve zelfbeschermingsreactie. Het is alsof iemand met je ziel in haar handen staat, klaar om die eens even te gaan doorspitten. Dan word je toch ook pissed?
Als ik had doorgeslapen en zij had doorgelezen, was ze er achter gekomen. Het is maar goed dat ik op tijd wakker werd.
De opluchting die zich met het lezen in mijn hart begon te verzamelen, spat met een harde klap uiteen. Er is dus iets waar ik niet achter mag komen. Plotseling kan ik niet meer rustig lezen. Als een waanzinnige begin ik het dagboek door te bladeren. Mijn handen trillen. Ik lees flarden.
Hoe kan het toch dat ik altijd in dubbele relaties verzeild raak…. Deze hele situatie begint me uit te putten… Fay stelde zich gisteravond ontzettend aan en Christa eigenlijk ook… Vandaag de stad in met Maureen…Christa geloofde me… Maureen begint er genoeg van te krijgen…
Er wordt hard op de deur gebonkt. ,,Christa! Wat ben je godverdomme aan het doen!” Thomas. Ik sta op. Plotseling zie ik dat het putje van het bad verstopt is. Er staat een laagje water in. Ik denk niet na. Ik grijp het dagboek van de rand van het bad en smijt het erin.
Dan doe ik kalm de deur open. Thomas duwt me opzij en stampt de badkamer in. Hij is naakt en zijn ogen schieten vuur. Een vreemde combinatie, bedenk ik vaag, nog nooit eerder gezien. ,,Wat denk je in godsnaam…” begint hij. Dan ziet hij zijn dagboek. Hij vloekt zoals ik hem nooit eerder heb horen vloeken. En stelt vervolgens zo’n domme vraag dat ik spontaan in spottend gelach uitbarst: ,,Heb je erin gelezen?” ,,Ja, natuurlijk heb ik erin gelezen, debiel,” bijt ik hem toe. ,,Sterker nog, ik ben speciaal hier naartoe gekomen om erin te lezen. Dit keer is het je niet gelukt om je “dubbele relatie” vol te houden. En aangezien “de situatie je uit begon te putten”, is dat misschien maar beter ook.” Ik gooi mijn haar met een zwaai naar achteren. Ik weet dat het verdriet nog wel zal komen, maar op dit moment voel ik me goed. Superieur. Sterk. Ik heb me niet laten belazeren. Ik heb van me af gebeten. Ik wél. En hoeveel meisjes Thomas in het verleden ook al belazerd heeft of in de toekomst nog zal belazeren, ik zal er niet bijhoren. Ik zal altijd het meisje blijven dat hem heeft teruggepakt.
,,Oprotten. Mijn huis uit. Nu!” blaft Thomas. ,,Ik doe niets liever,” blaf ik terug, terwijl ik de trap naar zijn kamer weer op loop. Ik smijt hem zijn ochtendjas toe. Ik raap mijn kleren bij elkaar. Ik heb me nog nooit zo snel aangekleed. ,,Je mag me wel dankbaar zijn,” zeg ik, terwijl ik mijn spijkerbroek dichtrits. ,,Maureen kan je dagboek in elk geval niet meer tegenkomen.” Dan pak ik mijn tas en laveer ik naar buiten. Zo waardig mogelijk loop ik de trap af. ,,Je bent een bitch, Christa!” schreeuwt Thomas me nog na, waarschijnlijk omdat hij niks beters kan verzinnen. ,,Ik hoef je nooit meer te zien!” ,,Ik jou ook niet!” roep ik nog terug. Dan sta ik buiten. Als ik mijn fiets gepakt heb en wil wegrijden, stopt er naast me een meisje van ongeveer mijn leeftijd, met vuurrood haar en een lippiercing. We staan elkaar even aan te staren. ,,Je hebt hem vanaf nu voor jezelf,” zeg ik. Dan stap ik op mijn fiets en race de straat uit.

0 Comments:
Post a Comment
<< Home