Schrijfbeest verhaal: Het Fenomeen Vriendje

Frederique wil een vriendje. Heel, heel graag zelfs. Maar vriendjes komen niet uit de lucht vallen. Je moet er actief naar zoeken en ze aan de haak slaan. Of zijn ze er al de hele tijd? Christa heeft een vriendje, van wie ze heel veel houdt. Maar dingen beginnen uit elkaar te vallen vanaf het moment dat ze per ongeluk opeens zijn dagboek in haar handen heeft. Waar trek je de grens tussen doorgaan en dumpen?

Monday, October 23, 2006

Hoofdstuk 15 en 16

15. Frederique
Het noodlot heeft toegeslagen. Christa neemt haar mobiel niet op. Nu moet ik haar dus wel thuis bellen. Doodeng vind ik het. Straks krijg ik Tim aan de lijn, wat moet ik dan in godsnaam zeggen? ,,Hoi Tim, lekker gezoend gisteravond, maar is Christa thuis?”
Of, met een zakdoek voor mijn mond: ,,Goedemiddag, u spreekt met mevrouw Kooimans, de mentrix van uw zuster. Is Christa misschien aanwezig?” Maar Tim heeft Kooimans natuurlijk zelf ook gehad, dus dit idiote plan is ook geen optie.
Ik kan er niet onderuit. Ik heb het bellen al uitgesteld tot ik thuis was, en dat ben ik nu. Ik kan Christa niet laten stikken nu ze met een gebroken hart thuis zit. Ik zal haar niet laten vallen voor een jongen. Een jongen die toevallig haar broer is. Ik moet gewoon bellen. Ja. Dat ga ik doen.
Ik pak mijn telefoon en scroll naar Christa’s huisnummer. Oké. Nu niet moeilijk gaan doen. Gewoon op het groene “bellen”-knopje drukken. Je hebt Rogier toch ook durven bellen? En dat was nog wel een hufter. Tim is geen hufter. Tim kun je makkelijk bellen. Trouwens, je belt niet eens voor hem! Je maakt gewoon even een praatje, laat hem het woord een beetje doen, en dan vraag je naar Christa. Heel simpel allemaal.
Maar mijn hart bonkt minstens zo hard als toen ik Rogier ging bellen. En mijn keel wordt weer net zo droog. Alweer moet ik eerst even wat te drinken inschenken, anders klink ik als een kraai. En dat kan natuurlijk niet. Ik laat mijn mobiel dus op mijn bureau liggen, en loop naar beneden om iets te drinken te pakken. Ik zie mijn ouders in de tuin zitten. Mijn vader leest onderuitgezakt de krant, moe van het golfen. Mijn moeder zit een stapel papieren van haar werk door te nemen. Het valt me opeens op hoe kaarsrecht ze zit. Het lijkt wel alsof de tuin haar kantoor is. Ik heb zin om naar buiten te stormen en te schreeuwen: ,,Het is verdomme weekend! Ga er alsjeblieft een beetje relaxed bij zitten! Doe verdomme nou eens één keer gezellig!” Maar ik haal diep adem, draai me om, schenk mezelf een glas cola in en loop terug naar boven. In één keer drink ik het halve glas leeg. Ik grijp mijn telefoon, scroll opnieuw naar “Christa thuis” en druk op het groene knopje.
De telefoon gaat over. Eén keer. Twee keer. Drie keer. Bij elke “tuut” gaat mijn hart harder bonken. Gek word ik ervan. Vier keer. Zometeen krijg ik nog een hartaanval en hoort Tim me doodgaan als hij opneemt. Brr. Niet aan denken. Vijf keer. Dan tettert het stemmetje van Jesse of Nathan in mijn oor: ,,Hoi! We zijn er niet! Spreek maar wat in!” Voor ik het weet hoor ik al een schrille piep. Dan: stilte. ,,Ehh, hoi,” stamel ik. ,,Met Frederique. Ik eh, ik vroeg me af of het al wat beter ging. Met Christa, bedoel ik. Ik bel voor Christa. Dus, eh, bel me even terug. Ja. Dat was het. Doei.” Rillend van verschrikking hang ik op. Dit was absoluut het foutste voicemailberichte of all times. Ik wou dat ik kon terugbellen om het te wissen. Ik schaam me dood. Ik hoop zo ontzettend dat Christa het zelf afluistert. Als Tim dit hoort, sta ik vreselijk voor lul. “Ik bel voor Christa.” Ik had net zo goed meteen kunnen zeggen: “Ik bel niet voor Tim.” Nu lijkt het net alsof ik dat expres zo heb ingespoken.
Ik slaak een beverige zucht en laat me op mijn bed vallen. Wat een rotdag. Ik wou dat ie al voorbij was. Ik doe mijn ogen dicht. Opeens voel ik hoe moe ik ben. Ik rol me op mijn zij en dommel in.

Ik schrik wakker van het geluid van mijn telefoon, die pal naast mijn oor begint te jengelen. Kreunend hijs ik me overeind. “Christa thuis belt” staat er in het schermpje. Gelukkig, daar zal je haar hebben. Ik wrijf de slaap uit mijn ogen en neem op. Maar tot mijn grote schrik hoor ik niet Christa aan de andere kant van de lijn, maar Tim. ,,Dit geloof je niet!” tettert hij. Hij neemt niet eens de moeite om “met Tim” te zeggen. Mijn hart slaat op hol van schrik. Zie je wel; hij is boos. Hij heeft vast net mijn voicemailberichtje afgeluisterd. ,,Ik…” begin ik, maar ik kom er niet eens tussen. ,,Ik luister hier net de voicemail af en…” Oh god, nu zul je het krijgen. Met mijn vrije hand omklem ik mijn kussen. ,,…en daar is jouw berichtje, én een berichtje van Christa. Je gelooft het nooit. Ze blijft vanavond bij Thomas eten. Ze komt tegen twaalven thuis.”
Hij laat een dramatische stilte vallen, die ik gebruik om van de schrik te bekomen en mijn stem terug te vinden. ,,Echt?” piep ik schril. ,,Echt,” antwoordt Tim grimmig. ,,Oh…” zeg ik. Ik kan niks beters verzinnen. Mijn hoofd is helemaal leeg. ,,Ik bel toch niet ongelegen?” vraagt Tim. ,,Eh, nee, ik lag te slapen,” leg ik uit. Hè, waarom zeg ik dat nou weer! Nou denkt hij dat ik zo’n verlopen wijf ben dat overdag slaapt en ‘s nachts achter haar computer zit. ,,Dat doe ik anders nooit, hoor,” voeg ik er dus maar aan toe. ,,Maar ik heb nogal slecht geslapen vannacht.” Weer fout. Straks denkt hij dat dat komt door onze zoen! ,,Ja, het was zeker wel heftig gisteravond,” zegt hij. Aan zijn toon kan ik horen dat hij het over de toestand met Christa heeft. ,,Zeker,” beaam ik. Hij begint weer te tieren. ,,En daarom kan ik ook niet begrijpen dat ze nu weer vrolijk bij hem gaat eten! Wat zou hij haar nou weer voor onzin verteld hebben? Vast dat hij gewoon een ‘heel speciale band’ met dat meisje heeft ofzo. De schoft.” Zo langzamerhand weet ik echt niet meer wat ik terug moet zeggen op Tims tirades. Hij háát Thomas echt. Is dat niet een klein beetje overdreven? vraag ik me plotseling af. Maar ik krijg niet de kans om daar langer over na te denken, want ik hoor Tim zuchten. ,,Ik verveel je, hè?” ,,Oh nee, helemaal niet!” roep ik, meteen weer een beetje geschrokken. ,,Nee, sorry. Je verveelt me helemaal niet. Ik heb gewoon een beetje een rotdag gehad en ik wist zo snel niks terug te zeggen. Het ligt echt niet aan jou.” Ik hoor hoe bizar lang deze verdediging is, maar het is nu al te laat om er iets aan te doen. ,,Okee,” zegt Tim. ,,Je moet het echt zeggen, hè, als ik je verveel.” ,,Je verveelt me niet,” zeg ik nog eens ten overvloede. Er valt een stilte. ,,Dus…” zegt Tim, duideljk ongemakkelijk. ,,Nog iets leuks gedaan vandaag?” ,,Oh, niks bijzonders,” antwoord ik. ,,Beetje huiswerk gemaakt, terrasje gepakt met een vriendin die nu geen vriendin meer is, geslapen…” Zijn interesse is nu duidelijk gewekt. ,,Vriendin die geen vriendin meer is? Hoezo dat dan?” Ik zucht. ,,Ik weet het niet. Ze zat gewoon zo lomp te doen opeens. Zo oppervlakkig. Ken je dat, dat je iemand hoort praten en dat je dan opeens denkt: waarom ga ik in godsnaam met jou om?” Hij grinnikt. ,,Dat ken ik maar al te goed, ja.” ,,Nou ja, dat had ik dus vanmiddag. Ze zat te vertellen over hoe ze uit was geweest en hoe ze met een vriendin had gezoend om de aandacht van twee jongens te trekken, en toen kwamen die jongens er natuurlijk op af, en bla bla bla…”
,,En ze heeft het nooit over iets anders?” vraagt Tim. Ik moet even nadenken. ,,Eh, nou ja, ze heeft het niet altijd over jongens en uitgaan ofzo. Ze heeft het ook vaak over mode, en… ehm, tja…” Ik kan niet bedenken waarover Kim het verder eigenlijk weleens heeft. Ik weet niet of dat nou komt doordat ik niet goed kan denken nu ik opeens met Tim aan het bellen ben, of doordat ze het écht nooit over iets anders dan jongens, uitgaan en mode heeft. ,,Dan lijkt het mij niet echt een boeiend type, nee,” zegt Tim droog. Ik moet lachen. Nu hij het zo simpel zegt, gebeurt er hetzelfde als vrijdag met Rogier: het lijkt opeens niet meer zo belangrijk. ,,Ach, Christa blijft gewoon mijn beste vriendin,” zeg ik schouderophalend. ,,Daar kan niemand aan tippen, denk ik.” ,,Ben je weleens jaloers op Christa?” vraagt Tim dan opeens. ,,Jaloers? Waarom zou ik jaloers op haar moeten zijn?” vraag ik verbaasd. ,,Nou, omdat zij wel een vriendje heeft, waar ze natuurlijk ook tijd aan besteedt, en jij niet…” Zit hij nou te vissen? Het kan bijna niet anders. Als ik het doorheb, moet het tenslotte wel héél opvallend zijn. Ik weet niet zo goed wat ik moet antwoorden. ,,Ach, nou ja…” aarzel ik. ,,Natuurlijk vind ik het weleens jammer als ze niet kan afspreken. En ze heeft inderdaad minder tijd voor me. Maar ach, ik vermaak me wel, hoor. Zonder vriendje,” voeg ik er nog even nadrukkelijk aan toe. ,,Goed van je. Ik ben altijd jaloers op vrienden van me die een vriendin hebben,” bekent hij.
,,Echt?” Dat lijkt me nou helemaal niks voor hem. ,,Ja, echt,” zegt hij. ,,Vooral als ze zo’n meisje dan meenemen als we met de band gaan repeteren. Kijk, als het nou een aardig meisje is, vind ik dat niet erg natuurlijk. Maar vaak zijn het van die wijven die overal commentaar op gaan lopen leveren. En daar kan ik echt niet tegen.”
,,Dus je hebt eigenlijk gewoon een hekel aan die meiden op zich.” Hij lacht. ,,Ja, eigenlijk wel. En dan denk ik: man, je kunt zoveel beter krijgen. Doe dat nou niet.”
We praten en praten en praten en praten. Net als vrijdag. Ik vergeet bijna dat ik met hem aan het bellen ben, het lijkt net alsof hij hier bij me in de kamer is. Op die manier bel ik alleen soms met Christa. Als ik na een hele tijd op mijn horloge kijk, zie ik dat we al drie kwartier aan de lijn hangen. ,,We zijn al drie kwartier aan het bellen!” zeg ik ademloos. ,,Echt? Al drie kwartier?” zegt Tim ongelovig. ,,Goh, ik weet niet of ik ooit zo lang met iemand aan de telefoon gezeten heb!” ,,Ik voel me vereerd,” glimlach ik. Die glimlach kan hij natuurlijk niet zien, maar ik hoop dat hij ‘m hoort. We zijn even stil, want wat moet je doen als blijkt dat je al drie kwartier hebt zitten praten? Stoïcijns verder lullen, of er netjes een eindje aan breien? Ik zou het echt niet weten. Wat zou Kim doen? denk ik even automatisch. Maar ik roep mezelf tot de orde. Dat wil ik niet meer weten.
Tim weet het duidelijk ook niet. ,,Dus…” zegt hij onhandig. Gelukkig hoor ik dan een klopje op mijn deur. ,,Frederique, kom je nou nog eten? Jack en Isa zitten al een kwartier op jou te wachten!” Oh god, dat is waar ook. Mijn ouders geven een etentje vanavond, voor hun stomme kennissen Jack en Isa. Jack kan alleen maar over aandelen praten, Isa kijkt altijd alleen maar een beetje glazig voor zich uit. Ik snap niet wat mijn ouders in ze zien. ,,Wacht even, mijn moeder roept,” zeg ik tegen Tim. Mijn moeder rukt de deur open. ,,Het is nou al kwart over acht! Om acht uur zou je beneden zijn! Dat hadden we afgesproken, weet je nog!” ,,Waarom eten we dan ook zo belachelijk laat,” mor ik. ,,Dat weet je best!” zegt mijn moeder gepikeerd. ,,Ik heb je al minstens drie keer verteld dat Jack en Isa tegenwoordig helemaal in Emmen wonen, en ze konden daar niet eerder weg! Nou, sta op, trek iets fatsoenlijks aan en kam in godsnaam je haar. En snel een beetje.” En ze raast mijn kamer weer uit. Hemel. Zodra er etentjes in het spel zijn, verandert mijn moeder in de meest neurotische mens op aarde. ,,Zoals je waarschijnlijk al wel begrepen hebt, moet ik ophangen,” meld ik Tim mistroostig. ,,We hebben eters. Héle saaie eters.” ,,Nou, sterkte ermee,” zegt Tim. ,,Ja, dankjewel,” zeg ik. ,,Eh, nou, dan zie ik je wel weer…”
,,Ja,” zegt hij. ,,Kom je deze week nog langs?” Aáááááááh. ,,Ik kom deze week nog langs,” beloof ik. ,,Ga jij dan weer koken?” Die laatste vraag was een impuls. Ik hou mijn hart vast. Wat zou hij zeggen? Was dit niet veel te… tè? ,,Ja, ik kook dinsdag weer!” hoor ik Tim dan gelukkig zeggen. ,,Dat is mijn vaste kookavond. Dus als je dan langskomt…”
Voor ik het weet heb ik al beloofd om dinsdag langs te komen. ,,Leuk! Gezellig!” roept hij enthousiast. Wel een beetje héél enthousiast. ,,Oké, dan zie ik je dinsdag,” zeg ik. En ik voel hoe er een glimlach op mijn gezicht verschijnt die er de rest van de avond zal blijven.

16. Christa
“De contactpersoon is aan uw lijst toegevoegd” meldt MSN me. Ik knik tevreden en klik op “voltooien”. Ik heb Fay aan mijn MSN toegevoegd. Ik wilde het eigenlijk niet meer doen, ik wilde het zo laten. Maar sinds ik zondag Thomas’ dagboek in mijn handen gehad heb, heb ik geen rust meer. Ik móet weten wat er gebeurd is. Ik moet weten wat de waarheid is. Al weet ik ook niet of ik Fay kan vertrouwen, maar als ik haar kant van het verhaal weet, heb ik in elk geval twee waarheden waar ik misschien een eigen waarheid van kan construeren. Dat is in elk geval weer iets.
Het was ontzettend moeilijk om Thomas’ dagboek weer terug te stoppen onder zijn kussen. Ik brandde van verlangen om het open te slaan en te lezen hoe hij de afgelopen week had ervaren. Héél even maar. Een seconde. Even mijn blik over de pagina’s laten gaan. Dan zou ik het weer dichtslaan en tegen de tijd dat hij binnenkwam, zou ik erbij liggen als de vermoorde onschuld. Maar ik heb het niet gedaan. Ik heb het dagboek dicht gelaten. Ik wilde zijn vertrouwen niet beschamen. En misschien wilde ik het ook gewoon niet weten.
Maar het laat me niet met rust. Hij schrijft gewoon in dat dagboek. Nu misschien ook wel. Hij schrijft dingen over mij, en misschien wel over háár. In zijn dagboek staat de waarheid waar ik naar op zoek ben. Daarom is het zo godsgruwelijk moeilijk om het met rust te laten.
Maar dat ga ik toch doen. Hoe zeggen ze dat ook alweer, luistervinken horen nooit iets goeds over zichzelf? Nou dan. Dit is net zoiets. Ik zal op een andere manier achter de waarheid moeten komen. Misschien is die manier wel via Fay. Ik kan het in elk geval niet laten rusten, zoals ik van plan was. Ik ben nog steeds achterdochtig, en niet zo’n beetje ook. Ik probeer mezelf te vertellen dat ik me niet zo moet aanstellen. Ik bedoel, hij heeft me recht in de ogen gekeken en gezegd dat hij me níet bedriegt. Dat zou wel een enorme schoftenstreek zijn als hij me wél bedriegt. En Thomas is geen schoft. Hij is altijd superlief voor me geweest, tot de afgelopen week tenminste. Ik moet hem gewoon vertrouwen. Hij bedriegt me niet.
Maar zo’n beetje alles spreekt tegen hem, dat is het probleem. Hij is de enige die zegt dat hij me niet belazert. Verder lijkt iedereen die belangrijk voor me is ervan overtuigd te zijn dat hij dat wel doet. Is het heel gek dat ik dan toch ga twijfelen? Ik wil het helemaal niet, het gebeurt gewoon. Alsof er een klein monstertje in mijn hoofd zit dat me steeds die gedachten blijft influisteren. Een monstertje dat zijn mond niet wil houden, wat ik ook probeer. Zelfs gisteravond wilde het niet ophouden, toen ik nota bene bij Thomas was. Hij was de hele avond lief tegen me. Hij schepte voor me op bij het eten, gaf hoog op over mijn leerprestaties tegen zijn ouders, knuffelde me steeds toen we een film keken, voerde me chipjes en begon me te zoenen iedere keer dat ik zei dat ik nu écht naar huis moest. En dat monstertje zat daar maar in mijn hoofd en zei steeds maar: ,,Hij meent hier helemaal niks van. Zodra jij weg bent belt hij háár. Hij wil gewoon van twee walletjes eten.” Het was om gek van te worden. Ik wilde een mooie, zorgeloze avond hebben, maar het lukte niet. Ik deed alsof, en misschien deed hij ook wel alsof. Ik word verdrietig van die gedachte.
Fay is nu in elk geval niet online, dus het is wachten geblazen. Killing. Stel dat zij zo’n type is dat nooit online komt, of alleen midden in de nacht. Dan hoor ik nog niks.
Ik zucht eens diep, en besluit dat achter de computer gaan zitten wachten in elk geval geen zin heeft. Dan krijg ik plotseling een idee. Waarom stuur ik Fay niet gewoon een mailtje? Moet ik natuurlijk nog steeds wachten tot ze teruggemaild heeft, maar dan ben ik in elk geval alweer een klein stapje verder. Ik vind het een goed plan van mezelf. Ik open mijn mail en begin meteen.

Hoi Fay!Ik heb een paar dagen geaarzeld, maar nu weet ik zeker dat ik heel graag wil weten wat er precies tussen jou en Thomas gebeurd is. Hij gedraagt zich een beetje vreemd de laatste tijd (god, wat een understatement) en ik loop mezelf helemaal gek te maken met mogelijke scenario’s. Mijn broer en mijn beste vriendin zijn er stellig van overtuigd dat hij me belazert. Ik weet echt niet wat ik moet denken. Vertel me alsjeblieft zo objectief mogelijk wat er tussen jullie gebeurd is. Je hoeft me niet te sparen maar je hoeft het ook niet erger te maken ofzo.
Alvast bedankt.
Christa

Ik haal diep adem en klik op “verzenden”. Het mailtje gaat richting Fay. Nu zal het niet lang meer duren voor ik de waarheid weet. Ik leun achterover en merk dat ik tril van de zenuwen. Dat gaat lekker zo. Tegen de tijd dat ik Fay’s mailtje zelfs maar ontvangen heb, ben ik waarschijnlijk een zenuwtoeval nabij.

Zuchtend klik ik op “verbinding verbreken”. Het is nu dinsdag en Fay heeft nog niet gereageerd. Het is inmiddels meer dan viertentwintig uur geleden dat ik mijn mailtje heb verstuurd. Ik heb al zo’n vijf keer gekeken of ze al heeft geantwoord, maar nee. Zou ze haar mail wel bekeken hebben? Moet ze misschien nadenken over wat ze gaat schrijven? Heb ik het naar een verkeerd adres gestuurd? Of wil ze misschien helemaal niet antwoorden?
Van Thomas heb ik ook al even niks gehoord, en dat maakt mijn toestand er niet bepaald beter op. Meestal zie ik hem overdag altijd wel een keertje op MSN, maar nu ben ik voor mijn doen extreem veel online geweest en heb ik hem helemaal niet gezien. Als er iets met zijn computer was zou ik dat toch wel gehoord hebben…? En volgens mij heeft hij het op het moment ook niet bijzonder druk met zijn studie of zoiets, niet drukker dan anders in elk geval. ,,Hij zit vast en zeker bij haar,” zegt het groene monstertje in mijn hoofd steeds opnieuw. Ik word er gek van. Ik wil zo niet denken! Ik wil Thomas vertrouwen! Waarom wordt dat me zo moeilijk gemaakt? ,,Misschien omdat hij niet te vertrouwen IS?” suggereert het groene monstertje bijdehand.
Gelukkig hoor ik dan beneden de deur dichtslaan en een vrolijk “hallo!”. Frederique is gearriveerd. Tim heeft haar uitgenodigd om te komen eten, jazeker. Om het minder te laten opvallen, heeft hij haar wijsgemaakt dat dinsdag zijn vaste kookavond is. Ondanks mijn eigen ellende moet ik toch even lachen als ik daaraan terugdenk. Hij vloog vanmiddag zowat tegen de muren op omdat hij niet wist wat hij moest gaan maken. Het enige wat hij kan is immers spaghetti, en dat had hij vorige week al gemaakt. ,,Maak dan macaroni,” stelde ik melig voor. ,,Of farfalle, of spongebob-pasta… keuze genoeg!” Hij kon er niet om lachen. ,,Wat heb ik nou aan jou,” bromde hij boos. Toen heb ik me maar coöperatief opgesteld en met hem meegedacht. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat diepvries-aardappelschotel waarschijnlijk toch de veiligste optie was, al is dat niet erg handig te bereiden voor zeven personen. Tim staat al bijna drie kwartier diepgevroren stukjes aardappel en groente op te warmen in de bakpan. Ik denk dat ik Frederique maar eens ga begroeten, dan kan ik meteen even kijken hoeveel zakken Tim nog te gaan heeft.
Frederique was blijkbaar ook op weg naar mij, want we komen elkaar tegen op de trap. ,,Hoe gaat het?” vraagt ze bezorgd, terwijl ze me vier uur geleden nog op school gezien heeft. ,,Oh, gaat wel,” wimpel ik haar af, want ik heb nu even geen zin om over mezelf te moeten praten. Frederique weet wie Fay is en dat ik haar gemaild heb, maar ze begrijpt geloof ik niet helemaal waarom. ,,Heeft dat meisje je al gemaild?” vraagt ze nu desondanks. Dat vind ik lief van haar. ,,Nee, nog niet,” zeg ik. ,,Gelukkig maar, want misschien word ik wel heel chagrijnig van de waarheid, en nu wil ik een gezellige avond hebben!” ,,Dat vind ik een goed idee,” zegt Frederique, maar ik zie aan haar ogen dat ze niet helemaal gelooft dat ik op dit moment in staat ben tot het hebben van een gezellige avond.

Wat is het afschuwelijk om met een klef stel aan tafel te zitten, vooral als je eigen relatie op losse schroeven staat. Tim en Frederique zitten tegenover elkaar en op hun voorhoofden staat in neonletters “wij zijn aan het voetjevrijen” geschreven. Nog even en ze vreten elkaar per ongeluk op in plaats van de aardappeltjes (die trouwens wel iets langer hadden mogen bakken). Tim zit ontzettend op te scheppen over dat stomme bandje van ‘m, en Frederique giechelt bij alles wat hij zegt. Gadverdamme. Misschien ben ik vanavond inderdaad niet de gezelligste tafelgenoot die je je kunt wensen, maar ze zouden me wel iets meer bij het gesprek mogen betrekken, zeg. Boos prop ik nog wat aardappels en vitaminenarme stukjes groente naar binnen. Mijn moeder, die tegenover me zit, ziet blijkbaar dat ik me buitengesloten voel en doet een poging tot het beginnen van een gesprek. ,,Heb je nog toetsen deze week, Christa?” Stug schud ik mijn hoofd. Ik heb geen zin in een gesprek met iemand die me zielig vindt, zelfs al is diegene mijn moeder. Gelukkig wordt ze afgeleid door mijn broertjes, die elkaar beginnen te bekogelen met stukjes aardappel, zoals het tienjarigen betaamt.
,,Kim kende jou trouwens nog,” hoor ik Frederique zeggen. ,,Je hebt bij haar broer in de klas gezeten, zei ze.” Ik spits mijn oren. Dit zou weleens interessant kunnen worden. Het is me opgevallen dat Frederique Kim de afgelopen twee dagen geen blik waardig heeft gekeurd. Ze heeft voornamelijk om mij heen gehangen. Dat zou natuurlijk heel goed gewoon bezorgdheid kunnen zijn, maar ik heb toch sterk het gevoel dat er iets meer aan de hand is. Zó slecht gaat het nou ook weer niet met me, tenslotte.
,,Wie is Kims broer?” vraagt Tim. Frederique denkt even na. ,,Alwin heet ie, geloof ik.”
,,Alwin! Dan snap ik waarom je zei dat Kim zo’n oppervlakkig geval is! Man, wat een gast was dat…” ,,Vertel eens!” bedelt Frederique. ,,Ja, vertel eens,” doe ik ook een duit uit het zakje, al is het maar om even te laten merken dat ik er ook nog ben. Ik zou durven zweren dat ze even verbaasd opkijken bij het horen van mijn stemgeluid.
,,Die gast,” begint Tim gewichtig, alsof hij iets héél interessants gaat vertellen. ,,Die gast had een spiegeltje in zijn agenda geplakt. Nee, echt. Zat altijd achter brugklassertjes aan. Walgelijk.” Nou, opzienbarend hoor. Ik haal mijn schouders op. ,,Klinkt als de mannelijke versie van Kim. Behalve dat van die brugklassertjes dan.” ,,Het was ook een ontzettende klootzak,” vervolgt Tim, die blijkbaar in de gaten gekregen heeft dat zijn verhaal tot nu toe niet veel indruk maakt. ,,Eén zo’n verliefd brugklassertje had hem een liefdesbrief geschreven. Ging hij die hardop voorlezen in de klas. Dat meisje is er de rest van het jaar mee gepest.” ,,Aaaaah,” slijmt Frederique meelevend. Ik heb geen zin om mee te doen met haar plotselinge bewondering voor mijn broer. ,,Tja, die dingen gebeuren,” zeg ik onverschillig. Ik had net zo goed mijn mond kunnen houden, want ik word straal genegeerd door de tortelduifjes. Tim vertelt verder over de schoftenstreken van Alwin, en Frederique zegt op de juiste momenten “aaaah” en “néé!”. Ik schuif mijn bord van me af. Ik heb geen trek meer.

Na het toetje loop ik meteen door naar boven, zonder nog om te kijken naar Tim en Frederique. Die zullen wel gezellig saampjes tv gaan kijken ofzo. Nou, zonder mij. Ik vermaak me wel in mijn eentje. Ik zal ze alle privacy gunnen die ze nodig denken te hebben. Ik doe de deur van mijn vaders studeerkamer dicht en plof neer achter de computer. Ik hoor Tim en Frederique langslopen. Ze gaan de trap op naar Tims kamer. Waarom heb ik zo’n gevoel dat ik wel kan raden wat ze daar gaan doen? Ik zucht en log voor de zoveelste keer in bij hotmail. ,,U heeft 1 nieuw emailbericht,” meldt de computer me. Mijn hart begint te bonzen. Zou dit het mailtje van Fay zijn?
Het is het mailtje van Fay. Ik klik het aan en knijp mijn ogen dicht terwijl de computer ratelt en veel te snel weer stil is. Fay’s waarheid staat nu op mijn scherm. Zal ik het durven lezen? Wil ik het eigenlijk wel weten? Wat doe ik mezelf aan?
Ik haal diep adem, open mijn ogen, knijp met mijn ene hand de muis fijn en lees het mailtje.

Hoi Christa,
Als je het echt wilt weten, dit is er tussen Thomas en mij gebeurd. Toen ik vorig jaar bij de stam kwam, vond ik Thomas meteen leuk. Ik was zo stom dit tegen Claudia te zeggen, die het doorvertelde aan hem. Hij vroeg me mee uit. Ik blij natuurlijk. We gingen een paar keer samen naar de bios en op een gegeven moment begonnen we ook bij elkaar thuis te komen, met alles erop en eraan (als je begrijpt wat ik bedoel…). Nou ja, het voelde alsof we echt wat hadden. Na een paar maanden durfde ik het aan hem te vragen. Hij lachte en zei: ,,Ja, natuurlijk hebben we wat.” Dus vanaf dat moment beschouwde ik ons als vriendje en vriendinnetje, en hij ook, dacht ik. Op een gegeven moment begon hij steeds stugger te doen, ik hoorde minder van hem, ik hoorde vreemde verhalen over hem en andere meisjes, en mijn vriendinnen zeiden dat ze hem niet vertrouwden. Maar ik wou het allemaal niet weten natuurlijk. Ik wilde hem per se vertrouwen (eigenwijs, ik weet het). Mijn familie begon ook nieuwsgierig naar hem te worden, dus ik vroeg of hij meeging naar de verjaardag van mijn oma. Toen reageerde hij opeens woedend. Wie dacht ik wel dat ik was om hem zo te claimen, we hadden helemaal niks, enzovoorts. Ik wist niet wat ik hoorde. Hij had toch zelf gezegd dat we wat hadden! ,,Ja, ik bedoelde gewoon lol,” zei hij toen. Dat geloof je toch niet! Ik word weer helemaal kwaad nu ik het opschrijf. Ik ben nog nooit in mijn hele leven op zo’n botte en domme manier afgedankt door een jongen. Maar daar help ik jou ook niet mee natuurlijk. Als ik je één advies mag geven, al denk ik dat je hier je conclusies al wel uit kunt trekken, maak het alsjeblieft uit voor hij de kans krijgt om jou te behandelen zoals hij mij heeft behandeld. Volgens mij gaat hij vreemd bij het leven. Echt, je kunt veel beter krijgen. Dump hem, hij verdient het.
Groetjes,
Fay

0 Comments:

Post a Comment

<< Home