Schrijfbeest verhaal: Het Fenomeen Vriendje

Frederique wil een vriendje. Heel, heel graag zelfs. Maar vriendjes komen niet uit de lucht vallen. Je moet er actief naar zoeken en ze aan de haak slaan. Of zijn ze er al de hele tijd? Christa heeft een vriendje, van wie ze heel veel houdt. Maar dingen beginnen uit elkaar te vallen vanaf het moment dat ze per ongeluk opeens zijn dagboek in haar handen heeft. Waar trek je de grens tussen doorgaan en dumpen?

Monday, October 23, 2006

Hoofdstuk 1 en 2

1. Frederique
Ik hou van dure dingen. Hoe duurder, hoe beter. Ik hou van de gedachte dat ik een lapje stof van tweehonderd euro aan mijn lijf heb. Helaas heb ik maar 1 zo’n stukje stof, en daar heb ik wel even voor moeten werken. Een topje van Versace is het. Zwart met hele subtiele glittertjes en een gespje, bezet met iets grovere glittersteentjes. Ik heb het twee weken geleden gekocht en nog niet aan gedurfd. Maar het hangt in mijn kamer en ik ben er verslaafd aan. Ik wil nog iets van Versace. Een topje zegt nog niks. Twee komt in de buurt. Met twee topjes van Versace zou je bijna kunnen zeggen dat ik klasse heb.
Daarom sta ik nu te kwijlen voor de etalage van de Versace. Ik tel in gedacten het aantal uren dat ik zal moeten werken voor ik zwarte truitje met de vleermuismouwen kan kopen, als de idylle wreed verstoord wordt door mijn beste vriendin Christa en haar vriendje Thomas. Christa draagt een knalrode trainingsbroek, versleten gympen en een topje waarvan ik weet dat ze het bij de lingerieafdeling van de H&M gekocht heeft, met korting omdat een van de bandjes een beetje gerafeld was. Thomas is gehuld in zijn eeuwige vale spijkerbroek en een zwart shirt waar “yuck fou” op staat, een poging tot optisch bedrog waar ik nooit ingetrapt ben. Ze hebben allebei een milkshake in hun hand, in een beker waar met grote letters “echt shakers willen FEBO-bekers” opstaat. Zoals gewoonlijk zien ze eruit alsof ze het een kwartier geleden nog met elkaar aan het doen waren. ,,Versace,” zegt Christa lachend. ,,Wat een nep is dat toch. Je kunt precies dezelfde dingen kopen op de markt!” ,,Weet je dat topje van mij niet meer!” roep ik verontwaardigd. Ik zie dat Christa schrikt. Thomas ziet het ook. Hij lacht stiekem, zonder dat ze het merkt. De smiecht. Hij weet net zo goed als ik dat Christa het niet leuk vindt als ze uitgelachen wordt. ,,Eh ja, maar die was ook…” probeert ze zich eruit te kletsen. Ik lach, al kost het me een beetje moeite. ,,Geeft niet joh. Versace is gewoon betere kwaliteit.” Ze haalt haar schouders op. ,,Dat zal dan wel, ja.” Plotseling vallen me de grote, stervormige oorbellen op, waaraan ze steeds staat te friemelen met haar rechterhand. ,,Hee, nieuw?” vraag ik, terwijl ik ze van dichterbij bekijk. Ze straalt. ,,Ja, net van Thomas gekregen!” Thomas grijnst zelfvoldaan. Gek, eerst vond ik hem altijd wel aardig, maar ik begin een steeds grotere hekel aan hem te krijgen. Ik heb het gevoel dat hij Christa van me heeft afgepakt. Ik zie haar nooit meer, ze is altijd bij hem. En dat terwijl ze vroeger altijd zei dat ze haar sociale leven nooit op zou geven voor een jongen. En hoewel ik weet dat het waarschijnlijk allemaal gewoon een fase is en dat het nog best pril is tussen haar en Thomas, heb ik toch het gevoel dat ze me heeft laten vallen. Mijn beste vriendin heeft me laten vallen voor een jongen. Dat had ik nooit van haar verwacht.
Ik kan het grote geluk niet maar aanzien en zeg dat ik er vandoor moet, wat trouwens ook waar is. Mijn pauze zit erop, ik moet terug naar mijn werk in de duurste parfumwinkel van de stad. Christa kijkt teleurgesteld. ,,Wij moeten ook weer eens gaan winkelen,” zegt ze. ,,Doen we,” beloof ik. Ik denk niet meer aan Versace als ik terugloop naar Rive Gauche. Ik denk aan het vriendje dat ik zo dolgraag wil, maar nooit lijk te ontmoeten. Natuurlijk, ik zou iets kunnen beginnen met een soort Thomas. Maar helaas val ik niet op het verwassen T-shirts-type. En gelukkig val ik ook niet op het type dat stiekem zijn vriendin staat uit te lachen als ze per ongeluk iets stoms zegt. Nee, een Thomas-jongen is niks. Er zijn natuurlijk wel meer soorten jongens. Maar ik val om de een of andere reden sowiezo niet op jongens met wat voor accent dan ook, wat de lading alweer meer uitdunt. En ik val ook niet op jongens die me te graag willen. Niets is zo’n afknapper als iemand die desperate is. Verder val ik niet op jongens die roken, jongen die veel drinken, jongens die blowen, jongens die nog thuis wonen (al woon ik zelf ook nog thuis), jongens met te lang haar, jongens die in een supermarkt werken… kortom: een jongen moet van goeden huize komen, wil ik erop vallen. Volgens Christa is dat goed, omdat ik tenminste weet wat ik wil, en niet duizend bij voorbaat al mislukte relaties aanknoop. Maar ik word gek van al dat wachten.
Het ergste is, dat overal stelletjes zijn. Op straat, op school, in de kroeg, het wemelt ervan. Sommigen lopen heel bescheiden met hun pinken in elkaar gehaakt, sommigen schamen zich niet elkaar half op te eten terwijl de halve stad toekijkt. En uitgerekend vanmiddag, nu ik weer eens een van mijn ik-wil-een-vriendje-buien heb, komen er drie gelukkige stelletjes aan mijn kassa, die elkaar een geurtje cadeau geven of erger nog, hetzelfde geurtje in de him- en de her-editie kopen. ,,Veel plezier ervan,” grijns ik gemaakt. Ondertussen heb ik wilde fantasieen waarin de die flesjes op hun kleffe hoofden kapotsla.

Als ik klaar ben met parfummetjes verkopen en ik de winkel uitloop, krijg ik een smsje. Dat weet ik doordat ik een eend hoor kwaken in mijn tas. Eigenlijk hou ik niet van eenden, sinds er eentje in mijn vinger beet toen ik ‘m wou voeren, toen ik drie was. Maar dierengeluiden als sms-toontje zijn helemaal in op het moment, en met mijn telefoon kon ik kiezen uit het geluid van een end, een kikker of een hond. Kikkers vind ik nog erger dan eenden en honden vind ik stinken, dus toen is het de eend geworden. ,,Heej doos!” luidt het berichtje. ,,Ga je vanavond mee naar de Jam? X Kim.” Eigenlijk had ik voor vanavonf een rustig tv-avondje gepland, maar Kim kan ik niet weigeren. Ze is zo aardig en cool, ze is echt mijn stijlicoon geworden. Ze gaat altijd om met Daisy en Miranda, die elke jongen kunnen krijgen die ze maar willen. Het klinkt natuurlijk heel zielig, maar ik hoop altijd dat dat een beetje op mij afstraalt. En trouwens, ik vind ze gewoon aardig. Ik laat mijn relaxavondje dus maar in rook opgaan en sms terug dat ik vanavond van de partij ben.
Op de fiets nar huis probeer ik te bedenken wat ik aan zal gaan trekken. Het is warm vandaag en dat zal het vannacht ook nog wel zijn, dus misschien kan ik een rokje aan. Met mijn nieuwe Versace topje? Dat zou wel indruk maken. Nu alleen nog even verzinnen welk rokje in aan zal doen. Spijkerrokje? Zwart rokje? Het zwarte rokje is waarschijnlijk beter, want daar zitten zakken in. Maar dan zou ik ‘m wel uit de wasmand moeten vissen. Ook niet al te fris. En welke schoenen moet ik trouwens aan? Ik wou dat ik platte, zwarte schoenen had. Nu worden het waarschijnlijk mijn zwarte laarzen met hoge hakken. Dus pijn.
Ik ben zo diep in gedachten mijn kledingkast aan het plunderen, dat ik me kapot schrik als ik mijn mobiel hoor gaan in mijn tas, en bijna tegen de stoeprand aanrijd. Als ik was gevallen, had dat zeker een gat in mijn dure Mexx-broek betekend. Pff. Zuchtend vis ik mijn telefoon uit mijn tasje. “Christa belt” staat op het schermpje. Oh, natuurlijk. Al zo lang ik Christa ken (en dat is vanaf de peuterspeelzaal, dus behoorlijk lang) krijgt ze het iedere keer weer voor elkaar om op de meest ongelegen momenten te bellen. Alsof ze daar speciale antennes voor heeft ofzo. Om precies dezelfde reden heeft ze, ironisch genoeg, zelf haar mobiel meestal uitstaan. ,,Als ik er niet ben, ben ik er niet,” zegt ze altijd. ,,Ik zou strontnerveus worden als er elk moment iets kon afgaan in mijn tas.” Maar ze schaamt zich niet om mij hetzelfde aan te doen. Toch neem ik maar op. Ergens in mijn achterhoofd registreer ik vaag de hoop dat ze belt om te zeggen dat ’t uit is met Thomas. Maar dat slaat natuurlijk nergens op. Ze belt om te vragen of ik zin heb om vanavond weer eens samen video te kijken, met een stemmetje waar het schuldgevoel vanaf druipt. En hoewel ik pas om 11 uur met Kim, Daisy en Miranda heb afgesproken, zeg ik toch dat ik niet kan, omdat ik uitga. Ik heb geen zin om met haar af te spreken zodat zij van haar schuldgevoel af is. Had ze maar eerder moeten bellen. Had ze maar aan mij moeten denken. ,,Oh!” zegt ze, zogenaamd vrolijk. ,,Nou, veel plezier dan maar.” ,,Dank je,” zeg ik. ,,Zal vast wel lukken.” Ze grinnikt. ,,En doe niets wat ik ook niet zou doen!”
,,Nou, dan kan het nog alle kanten op.” Aangezien zij elke vrije minuut met die sukkel ligt te rollebollen.

Om 11 uur is de Jam nog niet echt gezellig, dus gaan we eerst even indrinken in een of andere tent waar volgens Kim alleen maar lekkere barmannen werken. Voor de grote spiegel in de hal checken we onze make-up nog even. Ik moet zeggen dat we er goed uitzien met z’n vieren. Ik in mijn zwarte rokje (toch maar wel) en mijn Versace-topje, Kim in haar gifgroene minijurkje. Daisy met haar turqoise, laag uitgesneden hemdje en haar spijkerbroek die meer gat en rafel is dan spijkerbroek, en tenslotte Miranda, zoals altijd de extreemste, in een superklein zwart jurkje met een knalroze panty eronder. Hoofden draaien zich om als we naar binnen gaan, maar ik vermoed dat het gefluit dat hier en daar kninkt, niet echt voor mij bedoeld is. Vergeleken bij de drie anderen zie ik er nogal braafjes uit. Chagrijnig geef ik mezelf toe dat Christa gelijk had: niemand zal zien dat dit een Versace-topje is en geen markt-topje. Tweehonderd euro. Leuk hoor. Leuk.
Daisy leest een berichtje en klapt haar telefoontje dicht. ,,Martin komt zometeen ook hier naartoe,” kondigt ze aan. ,,Met twee vrienden van hem.” Miranda zit meteen rechtop. ,,Vrienden? Wie dan?” ,,Je kent ze niet,” zegt Daisy schouderophalend terwijl ze een sigaret opsteekt. ,,Ik ken ze zelf niet eens. Ze komen uit Rotterdam.” Kim geeft me een por. ,,Misschien iets voor jou, Frederique?” Ik weet dat ze alledrie stiekem medelijden met me hebben omdat ik niet zoveel ervaring met jongens heb als zij. ,,Ja,” peinst Daisy. ,,Wanneer had jij nou voor het laatst een vriend?” Alsof ze me al jaren kent. Ik speel met mijn glas wijn. ,,Oh, een tijdje geleden alweer…” Toen ik veertien was. Nu ben ik achttien. ,,En hoe lang heeft dat geduurd?”
,,Oh, niet zo heel lang…” Twee weken. Ze buigt zich naar me toe. ,,En wassie een beetje…?” De andere twee luisteren geïnteresseerd. Ik word er nerveus van. Ik lach maar wat. ,,Eh, ja hoor.” Hij vroeg of ik wou zoenen, wachtte het antwoord niet af en stak zijn tong in mijn mond, waarna hij ‘m als een gek rondjes om die van mij liet draaien. Ik werd er kotsmisselijk van.
Gelukkig arriveren dan Martin en consorten. Martin is duidelijk weer precies Daisy’s type, te herkennen aan het G-sus shirt en de overdosis gel. Vriend nummer 1 heet toevallig ook Martin en is qua uiterlijk duidelijk een kopie van de andere Martin: G-sus en gel. Maar vriend nummer 2… Hij stelt zich voor als Rogier, heeft bruine ogen, kort bruin haar en een eenvoudig uitziend, maar waarschijnlijk duur zwart shirt aan. Hij is helemaal mijn type. Mits hij niet thuis woont of in een supermarkt werkt. Maar ik besluit daar niet naar te vragen. Vanavond ga ik lol hebben.
En of ik lol heb. Rogier vangt mijn bewonderende blik, komt naast me zitten en haalt wel acht keer wijn voor me. Ik word steeds dronkener en hij begint ook behoorlijk aangeschoten te raken. Hij vertelt over zijn baan bij een advocatenkantoor, over zijn vrienden in Rotterdam, over de kroegen waar hij graag komt, over waarom zijn laatste relatie uitging… hij praat, ik luister. Ik doe alsof ik niet merk dat zijn hand, die op mijn knie begon, steeds iets verder naar boven kruipt. Ik doe alsof ik niet merk dat de andere drie elkaar aanstoten, zogenaamd onopvallend naar ons wijzen en hun duimen naar elkaar opsteken. Maar ik ben blij. Dolblij. Dit keer is het mijn beurt! Dit keer ben ik aan het scoren! Om het nog niet eens te hebben over hoe mijn prooi eruit ziet. Zelfs Miranda, die altijd heel kieskeurig is, zal het moeten toegeven: Rogier is echt heel knap.
Op weg naar de Jam slaat hij zijn arm om me heen. Dat komt goed uit, want ik loop behoorlijk te slingeren. Lopend zoent hij me in mijn nek. ,,Zullen we de Jam maar laten zitten,” mompelt hij zwoel in mijn oor. Nauwelijks beseffend wat me overkomt, knik ik maar wat. ,,Jongens!” roept Rogier naar de anderen, die een stuk voor ons lopen. ,,Ik breng deze dame even thuis!” Kim grijnst over haar schouder. ,,Doei!” roept ze vrolijk. Daisy en Miranda hebben het te druk met Martin 1 en Martin 2. Vaag vraag ik me nog af wie nou ook alweer wie is, dan staat Rogier plotseling stil, trekt me tegen zich aan en zoent me. Goh, dat is een stuk beter dan 4 jaar geleden, denk ik nog even heel droog. Daarna denk ik een hele tijd niet zo heel veel meer, behalve dat IK nu een stelletje ben.
Ik weet niet hoe lang we daar schaamteloos midden op staat hebben staan bekken als hij dwingend vraagt: ,,Ga je mee naar Martins huis.” Plotseling bekruipt me een onbehaaglijk gevoel, hoe perfect deze nacht ook is. Ik aai over zijn wang. ,,Beter van niet,” hoor ik mezelf beslist zeggen. ,,Maar je mag me wel thuisbrengen.” Hij is even stil. ,,Ik ben bang dat dat niet zal gaan,” zegt hij. ,,Kom, ik breng je naar een taxi.” Hij loopt met grote stappen voor me uit. Ik snap het niet. Heb ik hem nou beledigd? Wankel hol ik achter hem aan. Mijn voeten doen inmiddels behoorlijk pijn door mijn hakken. Net voelde ik er niets van. Nu voel ik het dubbel. ,,Hee, wacht nou even!” piep ik. ,,Ik bedoelde het niet lullig! We kunnen toch nog een keer afspreken?” Hij beent de taxistandplaats op en zwaait het portier van een taxi voor me open. Het heeft niets galants. ,,Goed, geef me je nummer dan maar.” Hij klinkt veel norser dan daarnet. Ik grabbel in mijn tas, vind om de een of andere reden een bierviltje en mijn oogpotlood. Ik krabbel huis- en mobielnummer neer en probeer hem een sexy afscheidszoen te geven terwijl ik het hem toestop. Hij zoent terug, al is het nogal halfslachtig en lang niet zo fijn als daarnet. Dan duwt hij me zo ongeveer de taxi in. ,,Slaap lekker,” zegt hij. Ligt het nou aan mij of klinkt het een beetje spottend? ,,Het was heel gezellig!” roep ik nog. Maar hij heeft zich al omgedraaid.
Ik geef mijn adres door aan de taxichauffeur en laat me achterover zakken. Ik probeer helder na te denken, maar staak al snel mijn pogingen omdat ik al mijn concentratie nodig heb voor het binnenhouden van al die wijn, terwijl de taxi over de klinkerweggetjes hobbelt. Morgen bel ik Kim of Christa, neem ik me voor.
Ik ben net op tijd binnen. In het halletje kots ik over mijn Versace-topje heen.

2. Christa
Zondagmorgen. Ik word wakker van het geluid van de regen die tegen de ruiten tikt. En van het geluid van iemand die smakkend chips zit te eten. Lui doe ik een oog open. Het eerste wat ik zie is de klok. Die staat op vijf over acht. Het tweede wat ik zie is mijn vriendje, die rechtop in bed het overblijfsel van de bolognese-chips van gisteren soldaat zit te maken. Kraak kraak, smak smak. ,,Gadverdamme, Thomas…” kreun ik. Hij kijkt op. ,,Goeiemorgen lieffie,” zegt hij met zijn mond vol. Hij wil me een kus geven, maar ik duw hem weg. ,,Bah. Je stinkt naar bolognese.” Hij neemt nog een laatste hap chipskruimels en verfrommelt de zak. Hij probeert ‘m in de prullenbak te mikken, maar mist. Hij haalt zijn neus op en wijst naar mijn haar. ,,Je haar is net een vogelnestje.” ,,En bedankt weer,” brom ik. ,,Welterusten.” Ik trek het dekbed helemaal over mij en mijn vogelnestje heen, in de hoop dat ik nog een uurtje of twee kan slapen.
Met een wakkere Thomas in de buurt. Dat had ik dus gedacht. Ik vrees dat ik hem de opvatting “ik wakker, iedereen wakker” nooit af zal kunnen leren. Hij hopt een paar keer op en neer op het bed, springt er vanaf, komt met een bons op de grond neer, doet geen moeite om zachtjes te doen als hij naar zijn bureau loopt, rommelt wat, laat per ongeluk een of ander irritant piepdingetje afgaan, zegt “sorrie!”, trekt zo te horen iets ergens onderuit zodat een stapel papieren op de grond fladdert, fluistert net iets te hard “kut!”, raapt luid ritselend de papieren weer bij elkaar, trekt een krakende la open, probeert de papieren bij de andere rotzooi te proppen, duwt met geweld de la dicht…
Ik hou het niet meer uit. Ik schiet overeind en gooi het dekbed van me af. ,,Ja, laat maar, ik hoef al niet meer te slapen!” Onschuldig kijkt hij op. ,,Oh lieffie, heb ik je wakker gemaakt?” Soms kan ik hem wel wat aandoen. ,,Je hebt me al wakker gemaakt toen je die vieze chips zat op te vreten!”
,,Vieze chips? Jij wilde toch bolognese?”
,,’s Morgens vroeg is alle chips vies.” Hij haalt zijn schouders op. Hij denkt duidelijk dat ik weer eens last van een ochtendhumeur heb. ,,En ik heb geen ochtendhumeur!” vertel ik er maar vast bij. Hij lacht. ,,Lieffie, je hebt altijd een ochtendhumeur.” Ik besluit dat ik er toch nog niet helemaal klaar voor ben zijn warme bedje te verlaten en sla zijn dekbed weer om me heen. ,,Wat weet jij daar nou van. Ik slaap ook nog weleens alleen. Wat dacht je van zes keer per week?” Hij komt naast me op bed zitten en slaat een arm om me heen. Hij stinkt nog steeds naar die chips. ,,Maar niemand kent jou beter dan ik. Of wel soms?” Wat dacht je van mijn moeder, denk ik. Of wat dacht je van mijn beste vriendin sinds mijn tweede?
Maar zo gaat dat nou altijd als hij zo lief doet. Ik kan niks meer. Ik word er helemaal week van. En alle sarcatische opmerkingen die ik anders gemaakt zou hebben, verdwijnen. Hoe zou ik ook sarcastisch kunnen doen als hij me zo aankijkt met die bruine ogen van hem? Ik glimlach dus maar naar hem. ,,Misschien wel niet, nee. Jij kent me in elk geval van een heel andere kant.” Met dat laatste zinnetje bedoelde ik niet per se iets, maar Thomas denkt blijkbaar dat ik hem een hint probeerde te geven, want hij duwt me achterover en duikt er enthousiast bovenop. Ach, ik moet toch wat doen als ik niet meer kan slapen. En misschien, denk ik nog even hoopvol, is hij hierna wel weer slaperig.

Thomas ligt een half uur later inderdaad weer lekker te snurken, maar ik ben klaarwakker. Kwart voor negen is het. De regen is zo te horen opgehouden. De rest van het huis slaapt nog. Ik had ook nog kunnen slapen. Ik bedenk dat ik Thomas nu natuurlijk terug zou kunnen pakken door zelf herrie te gaan maken, maar ik kan mezelf er niet toe brengen op te staan en iets luidruchtigs te gaan doen. Ik steun op mijn elleboog en kijk naar hoe hij ligt te slapen. Hij ziet er zo lief uit. Het valt me op hoe lang en donker zijn wimpers eigenlijk zijn. Waar ik elke morgen voor sta te klungelen met mascara, heeft hij van zichzelf. Hij mompelt wat in zijn slaap en draait zich op zijn andere zij, naar mij toe. Een pluk haar valt voor zijn oog. Zijn haar wordt lang, valt me op. Het komt al bijna tot aan zijn schouders. Ik heb nog nooit meegemaakt dat hij het liet knippen, dus aan zijn haar zou ik moeten kunnen zien hoe lang we elkaar al kennen. Niet dat ik dat niet uit mijn hoofd weet, maar het is een leuk spelletje en ik verveel me. Ik voel me altijd alleen als iemand naast me ligt te slapen terwijl ik zelf wakker ben. Ik hijs mezelf nog wat verder overeind en pak voorzichtig de pluk voor zijn oog vast. Ik zou meteen wakker worden, maar Thomas slaapt prinsheerlijk door. Ik leg mijn vinger op de plek waar die pluk eerst ophield, die avond dat ik ging nachtkanoën met Fleur en Iris. We moesten in tweepersoons kano’s. Fleur en Iris vonden dat zij in dezelfde kano moesten omdat ze allebei ongeveer evenveel wogen (bijna niets dus), maar ik verdacht ze ervan dat ze gewoon bang waren dat ik ze nat zou spetteren omdat ik niet zo’n ervaren kanoster ben als zij. Volgens mij hadden ze spijt van hun beslissing toen ze zagen met wie ik toen een kano deelde. Thomas.
Iedereen vindt het altijd ongelooflijk romantisch als ik zeg dat we elkaar ontmoet hebben bij het nachtkanoën, maar verder is het echt een clichéverhaaltje. We konden het meteen goed met elkaar vinden, bleken veel gemeen te hebben, konden niet meer ophouden met kletsen, spraken af om nog een keer af te spreken, deden het nog ook, en voilá: binnen een paar weken hadden we verkering. Je haar groeit gemiddeld een centimeter per maand. De pluk van Thomas is vier en een halve centimeter gegroeid. We hebben vier maanden verkering. Het klopt. Plotseling word ik overvallen door een vreselijk romantisch gevoel, zoals ik hier lig, met een haarlok van mijn slapende vriendje in mijn hand, om op te meten hoe lang we al iets hebben. Dat had ik een half jaar geleden nooit gedacht.
Opeens gromt Thomas in zijn slaap, en draait zich weer om. De pluk schiet uit mijn hand. Ik kijk weer naar zijn rug, niet meer naar zijn lieve slapende gezicht. Mijn romantische gevoel stort in en slaat om. Plotseling voel ik me eenzaam en depressief. Dit had ik een half jaar geleden ook niet gedacht. Een half jaar geleden dacht ik dat mijn vriendje zou opstaan als ik nog lag te slapen, en zachtjes de kamer uit zou sluipen, om me vooral niet wakker te maken. Dan zou hij terugkomen met een dienblad met heerlijke verse broodjes en jus d’orange. Hij zou de gordijnen opentrekken en óf een stralend zonnige dag onthullen, óf een romantische witte winterwereld. Op dat moment zou ik mijn ogen opendoen en dolgelukkig naar hem glimlachen. Zittend op bed zouden we samen ontbijten en plannetjes voor de rest van de dag maken. Hij zou natuurlijk een rijbewijs hebben en altijd de auto van zijn ouders mogen lenen, dus alle zondagen zouden we besteden aan reizen door heel Nederland, en af en toe, op bijzonder mooie dagen, zelfs naar Duitsland of België. ’s Avonds zouden we naar onze stamkroeg gaan, waar al onze gemeenschappelijke vrienden al op ons zouden zitten wachten. Daarna zou hij me thuisbrengen en natuurlijk nog allemaal lieve dingen zeggen voor ik naar binnen zou gaan.
Maar alles gaat altijd anders dan je had gedacht. Het kan Thomas geen zak schelen of hij me al dan niet wakker maakt, heeft hij net bewezen. In plaats van ontbijt op bed voor mij te maken, eet hij ’s morgens de resten chips van de vorige avond op. Buiten regent het. In plaats van dolgelukkig, werd ik wakker met als eerste opmerking: ,,Gadverdamme, Thomas…”. Ontbijten doen we meestal staand bij het aanrecht in de keuken. De zondag, die we meestal samen doorbrengen, besteden we aan ergens rondhangen. Gemeenschappelijke vrienden hebben we niet. We kennen elkaars vrienden, maar gaan niet veel met ze om, behalve als we daar door de ander toe gedwongen worden. Een stamkroeg hebben we ook niet, omdat we het er maar niet over eens kunnen worden welke kroeg nou het allerleukst is. En aangezien Thomas geen rijbewijs heeft en ik best zelf kan fietsen, is thuisbrengen er ook niet bij.
Ik weet wel dat dit het echte leven is. Toen ik mezelf die ideale voorstelling van het vinden van de Ware maakte, wist ik ook wel dat niet elke dag zonnig zou zijn en dat hij niet altijd ontbijt op bed voor me zou maken. Maar toch had ik me meer voorgesteld dan dit. Waarschijnlijk zit het ‘m er gewoon in dat Thomas waarschijnlijk de minst romantische persoon op aarde is. Hij vindt het al heel wat dat hij als koosnaampje het tamelijk gewone “lieffie” voor me bedacht heeft. Hij gebruikt het ook constant, zodat ik soms zin heb om te zeggen dat ik ook nog een naam heb. Misschien doet hij het gewoon om te compenseren dat hij me verder eigenlijk behandelt als een heel goede vriendin, met wie hij toevallig ook nog seks heeft. Ik schrik zelf van deze gedachte. Zo negatief heb ik nog nooit over onze relatie gedacht. Maar Thomas heeft me ook nog nooit op zo’n botte manier wakker gemaakt. Het is dat ik al vier maanden samen met hem ben, maar als dit in de eerste maand gebeurd was, was ik echt afgeknapt.
Ik word gek van mijn eigen zeurderige gedachten. Zo ben ik anders nooit. Ik hou het niet meer uit in bed. Voor de tweede keer gooi ik het dekbed van me af, maar nu wel zo dat Thomas lekker door kan slapen. Wat ben ik toch lief. Ik loop nog zachtjes naar zijn boekenkast ook. Eindelijk heb ik eens de kans om al die boeken van hem eens rustig te bekijken. Het zijn vooral dikke misdaadromans van schrijvers die ik niet ken. Er staan ook een paar Baantjers, en Stephen King is ruimschoots vertegenwoordigd. Op de bovenste plank staat een rijtje met wat dunnere boekjes zonder titel op de rug. Wat zouden dat nou weer zijn? Nieuwsgierig ga ik op mijn tenen staan om er een te pakken. ,,Afblijven!” blaft Thomas dan opeens achter me, vanuit zijn bed. Geschrokken laat ik het boekje dat ik had willen pakken los. Ik draai me om. Thomas zit rechtop en kijkt mij even geschrokken aan als ik hem. ,,Kom daar nooit aan,” zegt hij, op een toon die ik nog nooit van hem gehoord heb. Het werkt op mijn zenuwen. ,,Of anders?” informeer ik. ,,Of anders was dit misschien wel de laatste keer dat je hier geweest bent.” Ik kan mijn oren niet geloven. Vanwaar dit belachelijke dreigement? ,,Hoezo? Schrijf je in die boekjes je plannen om het land op te blazen op ofzo?”
,,Het zijn mijn dagboeken.” Nu klinkt hij weer kwetsbaar. Ik ga naast hem op bed zitten en sla mijn armen om hem heen. Ik wil niet dat hij boos op me is. ,,Hee, maar ik wist toch helemaal niet dat jij dagboeken schreef? Dan zou ik er echt niet in lezen, hoor. Je kent me toch wel?” Hij maakt zich los uit mijn omhelzing. ,,Laat maar. ’t Is al goed. Kom, we gaan ontbijten.” Hij springt uit bed, pakt in een vloeiende beweging zijn kamerjas van het haakje en trekt hem aan, en loopt de kamer uit. Ik voel dat mijn hart nog steeds bonst van de schrik. Traag pak ik een oversized shirt uit mijn tas en trek het over mijn hoofd. Met een onbehaaglijk gevoel loop ik naar de keuken.

,,Zullen we een video gaan kijken?” stel ik voor, na een nagenoeg zwijgend ontbijtje. Ik heb ongelooflijk de zenuwen van de gespannen sfeer die er plotseling tussen ons hangt. Wat is er nou helemaal gebeurd? Oke, ik heb per ongeluk bijna in een van zijn dagboeken gelezen. Maar die heeft hij ook niet bepaald op een geheim plekje neergezet. En hoe kon ik nou weten dat het dagboeken waren? Welke jongen houdt er nou een dagboek bij?Thomas haalt zijn schouders op. ,,Kweenie. Maakt mij niet uit.” Hoewel hij vond dat we het maar moesten laten, is hij duidelijk nog steeds boos op me. Ik kan er niet tegen. ,,Alsjeblieft,” smeek ik. ,,Doe nou niet zo. Het spijt me. Echt waar.” Hij kijk me gewond aan. ,,Het punt is, Christa,” zegt hij ernstig. ,,Hoe weet ik nou of ik je kan vertrouwen? Wat had je gedaan als ik had doorgeslapen?” Ik begin kwaad te worden van zijn wantrouwen. ,,Wat denk je nou van mij?!” roep ik. ,,Denk je dat ik er lekker voor was gaan zitten? Denk je dat ik ze allemaal was gaan lezen? Nou, dankjewel voor je grenzeloze vertrouwen in mij.” ,,Je weet zelf ook wel hoe nieuwsgierig je bent,” zegt hij. ,,Ik betwijfel of je de verleiding had kunnen weerstaan.” Ik begin me steeds onbehaaglijker te voelen. Waarom maakt hij er nou zo’n big deal van? ,,Wat staat er dan wel niet in die dagboeken van jou?” vraag ik. ,,Wat kan er in godsnaam zo geheim zijn? Stel dat ik een paar regels had gelezen, had had ik dan voor gruwelijks ontdekt?” Het is olie op het vuur. ,,Zie je nou wel!” schreeuwt Thomas. ,,Jij wil alles weten! Jij had zeker doorgelezen!” Zo heeft hij nog nooit tegen me gedaan. Ik voel dat ik elk moment in tranen uit kan barsten. Ik kan alleen maar piepen: ,,Dat is niet eerlijk. Dat is NIET eerlijk!” Mijn onderlip trilt als een gek. Ik zie er vast uit als een peuter. Ik denk dat Thomas het nu toch wel zielig voor me vindt, want hij zucht en zegt: ,,Okee, ik zal je het voordeel van de twijfel geven. Maar de volgende keer…!” Jezus, hij lijkt mijn vader wel. ,,Geloof me, vanaf nu kijk ik wel uit,” beloof ik hem. ,,Je hebt me er voor eens en voor altijd van overtuigd dat ruzie met jou krijgen niet zo’n slim idee is.” Mijn sarcasme lijkt niet aan hem besteed. Ik haal eens diep adem en veeg wat kruimels van het aanrecht. Thomas aait over mijn haar. ,,Lieffie, ik ga even douchen. Jij redt je wel, he? Ga maar tv kijken ofzo.” ,,Ja, ik zie wel,” zeg ik afwezig. Als ik hem de trap op hoor stommelen zet ik de keukenradio aan. ,,Het is een vieze regenachtige zondag, dus kruip lekker met je liefje op de bank… of in bed,” lacht de dj vettig. ,,En luister saampjes lekker naar onze True Love Sunday. We beginnen met Kci and Jojo met “all my life”…” Ik voel een traan over mijn wang biggelen. Kom op, aanstelster, jullie hebben alleen maar even ruzie gehad, zeg ik tegen mezelf. Maar ik heb het gevoel alsof er iets kapot is. Thomas, die altijd volkomen relaxed is en nog niet boos zou worden als hij zijn nieuwe fiets gejat zag worden, is net helemaal door het lint gegaan omdat ik zijn topgeheim-dagboeken in het vizier had gekregen, waarvan ik na vier maanden nog niet eens wist dat hij ze schreef. Dit is niet zomaar een ruzietje. Hier klopt iets niet.

Hoofdstuk 3 en 4

3. Frederique
Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan. Maar die barst al zo ongeveer uit elkaar, dus ik bewaar die meppen wel voor als mijn kater over is. Ik kan niet geloven dat ik Rogier heb afgewezen. Ik kan niet geloven dat ik zo godvergeten stom ben geweest. Eindelijk was hij daar, de jongen waar ik op wachtte. Eindelijk was ik heel even de helft van een stelletje. En wat doe ik? Ik wijs hem af. Ik wijs hem godverdomme af. Het enige wat ik had hoeven doen, was met hem meegaan. Maar in een of andere stomme opwelling zei ik nee. Ik zei gewoon nee! Hoe heb ik dat in ’s hemelsnaam kunnen doen?! Diep in mijn hart weet ik het wel. Ik weet wat hij wilde. Vrouwelijke intuitie. Maar zonder vrouwelijke intuitie had ik ook wel kunnen weten wat een jongen wil als hij je na een zoenpartij vraagt mee te gaan naar het huis van zijn vriend. Als ik was meegegaan, had hij me hoogst waarschijnlijk ontmaagd. Zo simpel is het. Dat is het enige wat ik had hoeven opofferen om zijn vriendinnetje te worden. Mijn maagdelijkheid. Vierentwintig uur geleden kende ik hem nog niet eens, maar nu mis ik hem al zo dat mijn maagdelijkheid een heel aanvaardbaar offer lijkt. Vannacht dacht ik daar blijkbaar anders over. Verdomme. Ik heb het verpest. Het liefst zou ik hem nu meteen bellen om te zeggen dat het me spijt, om te smeken om een tweede kans (waarin ik natuurlijk wel met hem mee naar huis zou gaan), maar ten eerste heb ik zijn nummer niet en ten tweede wil ik ook weer niet zo zielig overkomen.
Ik lig in bed naar de tv te kijken, het dekbed tot mijn kin opgetrokken. Ik heb mijn moeder verteld dat ik ziek ben. Ze is al drie keer met lekkere hapjes naar boven gekomen, maar water is het enige wat ik binnenhoud. Normaal prop ik me altijd helemaal vol met bonbonbloc of zeebanket als ik in een dip zit, maar nu begin ik al zowat te kokhalzen als ik aan chocola denk. Ik wou dat beter tegen drank kon. Kim drinkt vaak heel wat meer dan acht wijntjes op een avond, en die huppelt de volgende dag weer vrolijk rond. Maar Kim doet ook niet moeilijk als een jongen vraagt of ze met hem meegaat. Kim weet hoe het hoort. Kim weet dat er bepaalde offers zijn die je soms moet brengen. Is dat niet een van de beginselen van een relatie? Soms moet je dingen voor de ander doen, die je zelf liever niet gedaan had. Anders werkt het niet. En ik was nog niet begonnen, of ik ging daar de fout al mee in. Stomme, domme, lelijke, saaie ik. Zie je wel dat ik nooit iemand krijg. Ik ben nog niet eens in staat een jongen voor een avond te houden.
Met een enorme krachtinspanning weet ik mijn tasje naar me toe te trekken zonder accuut misselijk te worden. Ik vis mijn mobieltje eruit. Ik moet even met iemand praten, anders word ik gek. Ik zoek het nummer van Kim op. Maar net als ik wil gaan bellen, begin ik te aarzelen. Zal zij me niet even stom vinden? Van haar hoef ik waarschijnlijk geen peptalk te verwachten. Waarschijnlijk daal ik juist in haar achting. Wat zij altijd meteen goed doet, doe ik de eerste keer al fout. Ze zal er juist achter komen dat haar nieuwe vriendin een loser van de eerste orde is. Ik denk aan hoe lief en verwachtingsvol ze naar me lachte. Ik wil haar niet teleurstellen. Ik moet dit op zien te lossen zonder een modderfiguur bij haar te slaan. Nog een probleem erbij dus. Nee, ik heb echt even iemand nodig om zonder schaamte bij uit te kunnen janken. Christa dan maar. Ze is in haar hele leven waarschijnlijk drie keer uit geweest en heeft Thomas in een of andere natuuraangelegenheid ontmoet, maar ze zal me niet meteen veroordelen. Ze kan hooguit zeggen dat ik niet zo slim ben geweest. Ze kent me al vanaf mijn tweede. Ze heeft me verdedigd toen ik straf kreeg omdat ik in de zandbak Stefan heel hard met een schepje op zijn hoofd sloeg, ze heeft me gerustgesteld toen ik voor het eerst ongesteld werd, ze heeft me getroost toen mijn vriendje-dat-niet-kon-zoenen het na twee weken uitmaakte omdat hij me “saai” vond… en zo zal ze er nu ook weer voor me zijn. We zijn de laatste tijd niet zo close geweest, maar vriendinnen blijf je. Ik moet haar spreken. Als ze niet thuis, achterhaal ik het nummer van Yuck Fou wel.
Maar tot mijn verbazing is Christa wel thuis. Zoals gewoonlijk is het een enorme herrie daar thuis, maar haar broer schreeuwt over de heksenketel heen dat ze net binnen is gekomen en dat hij haar wel even zal roepen. Na wat wel vijf minuten lijken, waarin ik haar twee kleine broertjes tegen elkaar hoor schreeuwen over een of ander computerspelletje, komt ze eindelijk aan de lijn. In plaats van dat ze even hallo zegt, roept ze meteen: ,,Oh, wat ben ik blij dat je belt! Het lijkt wel of je daar voelsprieten voor hebt ofzo! Ik moet je even vertellen wat er net bij Thomas gebeurd is, je gelooft echt je oren niet.” ,,Nou, eigenlijk…” probeer ik, maar ik kom er niet tussen. Christa begint een onsamenhangend verhaal te vertellen, over dat ze een dagboek van Thomas gevonden had en dat hij toen heel kwaad werd of zoiets. Ze eindigt met een verontwaardigd: ,,Wat vind je daar nou van? Dat komt toch over alsof hij iets te verbergen heeft ofzo?” Ik hoop dat ze straks ook even naar mij luistert als ik nu even doe alsof dat vriendje van haar mij interesseert. ,,Ik kan me wel voorstellen dat hij niet blij is als je in z’n dagboek zat te lezen…” zeg ik voorzichtig. ,,Ik zat juist niet in zijn dagboek te lezen!” roept ze ongeduldig. ,,Luister je dan niet? Ik wist niet dat het een dagboek was!”
,,Maar waarom werd hij dan zo kwaad?”
,,Hij dacht dat ik het wou lezen, maar dat wou ik helemaal niet! En dat geloofde hij gewoon niet! Hij begon helemaal te zeiken dat hij me niet vertrouwde en dat hij het uit zou maken als hij me nog een keer betrapte…”
Oei oei, een heuse relatiecrisis, denk ik sarcastisch. Als ze zou weten wat mij is overkomen zou ze er wel anders over denken. Dan zou ze dolblij zijn dat ze veilig in iemands armen kan wegkruipen en klef kan doen wanneer ze maar wil. ,,Nou, dat is dus simpel,” probeer ik het onderwerp af te ronden. ,,Niet meer in zijn dagboek lezen, want dan wordt ie pissed. Maar moet je luisteren…”
,,Maar vind je het dan niet gek? Hij ging echt helemaal flippen! Als er gewoon onzin instond over zijn vorige vriendinnetje ofzo had hij toch niet zo gereageerd?”
,,Misschien stond erin dat ie zijn lul te klein vond ofzo. Wie weet wat voor complex hij heeft. Je moet er niet zoveel achter zoeken. Maar ik…”
,,Ik zoek er wel wat achter. Echt waar. Je had hem moeten zien. Normaal is hij zo relaxed, en nu stond hij te schreeuwen als een gek. En toen we het goedmaakten, deed hij nog heel koeltjes. Toen heb ik gezegd dat ik heel veel huiswerk had en ben ik weggegaan.” Nu wordt mijn interesse toch wel gewekt. ,,Je wilt het toch niet gaan uitmaken?” vraag ik. Ik hoop dat het niet te hoopvol klinkt. Christa is even stil. ,,Nou… dat niet meteen. Denk ik. Dat zou wel een beetje overdreven zijn, of niet? Maar ik wil wel even nadenken, en dan wil ik met hem praten.” Jammer. Dan maken ze het natuurlijk binnen de korste keren weer goed, vallen elkaar in de armen, duiken in bed en gaan verder waar ze gebleven waren. ,,Ach, het komt vast wel weer in orde. Jullie passen toch bij elkaar.” Ik hoor dat het eerder mismoedig klinkt dan meelevend. ,,Ik hoop het,” zegt ze stilletjes. Ik maak dankbaar gebruik van de stilte die er valt en roep: ,,Maar moet je nou eens horen wat mij gisteren is overkomen…!” Ze klinkt vermoeid als ze zegt: ,,Laat me raden. Je hebt een lekker ding gezien en zijn nummer niet gevraagd.” Wat een belangstelling, zeg. Kan ze ook een seconde naar mijn verhaal luisteren, in plaats van alleen maar aan die stomme relatie van haar te denken? Ik heb heel veel zin om te zeggen dat ze niet hoeft te luisteren als ze daar geen zin in heeft, maar ik heb te hard een schouder om op uit te huilen nodig. Ik doe dus alsof ik niet merk dat ik haar verveel, en begin van voren af aan. De wijntjes, het gesprek, Rogiers hand op mijn knie, de zoenpartij: ik laat geen detail weg. Al is het alleen maar om haar te straffen voor haar desinteresse en haar te laten voelen dat ik ook weleens iets meemaak. Ze verpest mijn mooie verhaal wel een beetje door net op het moment wanneer ik vertel hoe hij in mijn oor fluisterde of we de Jam maar zouden laten zitten, tegen haar broertjes te gillen dat ze op moeten rotten met dat geschreeuw van ze. Maar ik ga onverstoorbaar verder. ,,Het enige wat ik had hoeven doen, was met hem meegaan,” eindig ik vol zelfmedelijden. ,,Dan was ik nu heel gelukkig geweest.” ,,Nee, nee, neee!” roept ze tot mijn verbazing. ,,Je moet juist dolblij zijn dat je niet met hem mee bent gegaan! Dan had hij je gebruikt voor de seks. Als je geluk had gehad, had je mogen blijven slapen, maar hij had je ook zonder pardon op straat kunnen zetten zodra hij zijn kwakje geloosd had.” Ik ben er even stil van. ,,Dat meen je niet,” breng ik uit. ,,Zo was hij niet. Je had hem moeten meemaken! Hij was juist superlief! Het is gewoon zo stom van me! Ik heb zelf met hem geflirt, ik heb allemaal verwachtingen gewekt die ik niet waar kon maken. Ik heb hem teleurgesteld. Logisch dat hij boos is.”
,,Hij heeft het recht niet om boos te zijn. Kom nou, je mag toch wel een beetje flirten? Dat betekent toch niet meteen dat je van plan bent dezelfde avond met hem het bed in te duiken? Als hij vindt van wel, dan is het een eikel en dan kan ik je alleen maar feliciteren dat je van hem af bent.”
Ik weet niet wat ik nou eigenlijk van haar wil horen. Ik wil in elk geval niet dat ze Rogier afkraakt. Ik wil dat ze met me meehuilt. Ik wil dat ze me begrijpt. ,,Je snapt het niet,” hou ik huilerig vol. ,,Als je hem had gezien, had je het begrepen. Hij is gewoon de jongen waar ik op gewacht heb. Ken je dat? Je loopt met een plaatje in je hoofd van hoe je vriendje eruit moet zien, en dan kom je opeens dat plaatje tegen.” Ze lacht. ,,Nou, eerlijk gezegd vond ik eerst dat Thomas te lang haar had. Maar ik had ook eigenlijk geen plaatje.” Thomas is ongeveer wel het laatste waar ik het nu over wil hebben. Om te voorkomen dat ze het gesprek heel sneaky een andere wendig geeft, roep ik snel: ,,Ik had wel een plaatje. En dat was hij. Dat was hij gewoon.” Ik hoor haar zuchten. ,,Frederique…” Aha, haar ik-zeg-het-nog-één-keer-toontje. ,,Frederique, ik mag toch niet hopen dat jouw plaatje een jongen is die jou dumpt nadat hij met je geneukt heeft? Als je nou ja zegt, dan hang ik op en mag je terugbellen als je je roes uitgeslapen hebt. Want dan ben je duidelijk nog dronken.” Ik weet niet of ze dat nou serieus meent. Van dat laatste zinnetje word ik in elk geval een beetje pissig. Hoor hier mevrouwtje Nuchter. Ze snapt er niks van. ,,Natuurlijk is dat mijn plaatje niet,” geef ik geirriteerd toe, want straks hangt ze nog echt op. ,,Maar daar gaat het ook niet om. Het gaat erom dat ik er eerder mee had moeten komen dat ik niet wou. Voor hij zich er meer van ging voorstellen dan erin zat.” ,,Nou, dat is je anders goed recht,” houdt ze koppig vol. ,,Je mag altijd van gedachten veranderen. Als het niet goed voelt, moet je het gewoon niet doen. Al heb je je kleren al uit. Vind ik.” Ik hoor wel wat ze zegt, maar ik luister niet echt meer. Ik krijg namelijk opeens een geniaal idee. Waarom zou ik afwachten tot Rogier mij belt? Ik ga hem gewoon zelf bellen! Dan kan ik het allemaal uitleggen. Als hij hoort hoe het zit, zal hij me heus wel een tweede kans geven. Ik vertel Christa meteen wat ik van plan ben. Ze zucht weer. ,,En hoe was je van plan aan zijn nummer te gaan komen? Onder “player” zoeken in de Gouden Gids?” Ze heeft duidelijk weer eens een sarcastische bui. Maar mijn humeur is door mijn geniale idee zo opgevrolijkt dat ik besluit het door de vingers te zien. ,,Neehee, ik vraag het gewoon aan Daisy. Die kent hem.”
,,En wat ben je van plan tegen hem te gaan zeggen?”
,,Gewoon, dat ik hem superaardig vind en dat ik hem niet teleur wou stellen. Dat ik gewoon wat tijd nodig heb. Zoiets.”
,,En net zei je nog dat je hem niet kon bellen omdat je dat zo zielig vond overkomen! Jij bent echt niet te volgen, weet je dat?”
,,Ik bedenk net dat het er gewoon aan ligt hoe ik het breng. Als ik het niet-smekerig breng, is er geen vuiltje aan de lucht. Als je er gisteren bij was geweest, was je het met me eens geweest, geloof me nou maar.”
,,Nou, kijk maar wat je doet. Maar doe alsjeblieft geen stomme dingen.” Wie denkt ze wel niet dat ze is, mijn moeder?! Ik besluit dat het tijd is om op te hangen. Ik wens haar een fijne dag verder, veel succes met Thomas (zo aardig ben ik dan wel weer) en laat me achterover zakken in de kussens van mijn heerlijke bedje. Plotseling voel ik me slaperig. Ik besluit dat mijn belangrijke bezigheden best nog een paar uurtjes kunnen wachten.

,,Of ik het nummer van Rogier heb?” Daisy klinkt op z’n zachtst gezegd verbaasd. ,,Waar heb je dat voor nodig?” Ik heb geen zin om het helemaal uit te gaan leggen. Daisy zou me dan pas echt een loser vinden. Ik heb het vermoeden dat ze dat nu al een beetje vindt. ,,Ik had beloofd dat ik hem zou bellen, maar ik kan zijn nummer nergens meer vinden,” lieg ik daarom maar glashard. ,,Da’s niet zo slim,” zegt ze droog. ,,Ik zal even kijken.” Ik hoor een heleboel gerommel dat een hele tijd aanhoudt. Eindelijk komt ze weer aan de lijn. ,,Volgens mij moet dit ‘m zijn. Heb je pen en papier?” En of ik die heb. Ik schrijf het nummer op. Ik bedank Daisy rustig, maar vanbinnen kan ik wel juichen. Ik heb zijn nummer! Ik heb het heft in eigen handen! Nu heb ik rustig de tijd om na te denken over hoe ik dit aan ga pakken. Ik ga in elk geval vandaag nog niet bellen. En morgen ook niet. Heel misschien overmorgen, maar waarschijnlijk de dag daarna. Drie dagen laten wachten, is de gouden regel. Hmm. In het geval van Rogier vind ik drie dagen riskant. Hij is zo geweldig dat hij in die drie dagen makkelijk door iemand anders ingepikt kan zijn. Misschien maak ik er maar twee van. Nou ja, dat zie ik nog wel. Kijken hoe lang ik niet-bellen volhoud.
Door het uurtje slapen en mijn enthousiasme was ik bijna vergeten dat ik een behoorlijke kater heb, maar plotseling voel ik ‘m weer. Ik trek mijn dekbed maar weer eens lekker op en besluit de hele dag in bed te blijven. Geen huiswerk voor mij vandaag. Ik mag mezelf toch ook weleens verwennen? Bovendien moet ik goed uitgerust zijn als ik over een paar dagen Het Telefoongesprek ga voeren.
,,Frederique!” roept mijn moeder van onderaan de trap. ,,Wil je nog wat hebben?” Ik constateer dat mijn misselijkheid over is. ,,Doe maar een croissantje!” roep ik naar beneden. ,,En jus d’orange!” Tevreden zet ik mijn tv weer aan. Het gaat helemaal goedkomen met mij.

4. Christa
,,Wat had ze nou weer?” informeert mijn broer Tim zogenaamd onverschillig als ik de telefoon neerleg. Hij doet altijd alsof hij Federique een doos vindt – “altijd heeft dat kind wel ergens gezeik over” – maar ik verdenk hem ervan dat hij stiekem best gek op haar is. Zeker sinds het uit is met die Carmen van ‘m is de frequentie van het “wat had ze nou weer” schrikbarend toegenomen. Misschien moet ik haar dat maar eens vertellen. Dan houdt ze wel op met achter van die enge players als die Rogier aan te lopen. Hopelijk.
,,Oh, een kater,” scheep ik Tim af, terwijl ik denk: oh, ze gaat zich laten ontmaagden door een of andere gladjanus uit Rotterdam, waarvan ze lijkt te geloven dat hij de Ware is. ,,Ja ja,” bromt Tim. ,,Trouwens, je had beter wat langer bij die soepkip kunnen blijven. Er staat voor vanmiddag weer een gezinsuitje op het programma.” Tja, je hebt een hechte familie of niet: mijn ouders zijn er dol op om er met het hele gezin op uit te trekken. En wie thuis is, moet mee. Huiswerk of niet. Normaal heb ik het niet zo op die verplichte gezelligheid, maar vanmiddag komt het me wel goed uit. Dan kan ik dat gedoe met Thomas tenminste een beetje van me afzetten. Het enige nadeel is: die verdomde regen. Ik begin net een beetje op te drogen van mijn fietstochtje naar huis. ,,Waar gaan we heen dan?” vraag ik. Tim laat een dramatische stilte vallen. ,,…we gaan naar het museum.” Ik moet lachen. Tim haat musea. Ik vind ze altijd wel leuk. En alles is beter dan hier zitten kniezen.
Een half uur later zitten we allemaal opgepropt in de auto: mijn ouders (zoals altijd gewapend met verschillende folders en VVV-gidsen, mueslibollen en flesjes met gezonde sapjes voor onderweg), Tim (mijn grote broer van twintig, waar ik vroeger elke dag ruzie mee had maar die nu steeds aardiger begint te worden), de tweeling Jesse & Nathan (een luidruchtig, negenjarig ongelukje, resultaat van een activiteit tussen mijn ouders die moet hebben plaatsgevonden terwijl kleine Christa heel onschuldig lag te slapen en waar grotere Christa nu liever niet aan wil denken), en ik (zeventien jaar en, mijn tuinbroekdragende moeder niet meegerekend, het enige meisje). ,,Naar welk museum gaan we?” informeer ik in een poging boven het geschreeuw van Jesse & Nathan uit te komen, die vechten om de Gameboy Color. Uit principiële overwegingen mag er van mijn ouders altijd maar 1 Gameboy mee als we ergens heen gaan. Het idee van twee kinderen met allebei een Gameboy op de achterbank vinden ze vreselijk. Daar kan ik op zich inkomen, maar ik vind twee kinderen op de achterbank die constant ruziemaken persoonlijk vreselijker. ,,Het Rijksmusuem!” schreeuwt mijn vader over de jochies heen. ,,Oh, dat is pas voor de twintigste keer dit jaar!” roept Tim. Hij is duidelijk boos omdat hij niet thuis mocht blijven. ,,Zo lang je hier nog woont, ga je gewoon mee met de gezinsuitstapjes,” is de mening van mijn vader. ,,Anders ga je maar op kamers.” ,,Zal ik zeker doen!” roept Tim dan altijd, maar hij verhuist nooit. Ik vermoed dat hij het gewoon wel lekker makkelijk vindt dat er voor hem gekookt wordt en dat hij het geld dat hij anders aan de huur besteed zou hebben, nu kan besteden aan zijn drumstel, en aan cd’s die van begin tot eind volstaan met geschreeuw over drugs, depressies en zelfmoord.

Na een uurtje ben ik er achter dat thuis blijven kniezen bij nader inzien misschien toch een beter idee was geweest. In plaats van dat de schilderijen me afleiden, word ik er alleen maar chagrijnig van. Vooral van het educatief verantwoorde commentaar van mijn ouders, dat ik al honderdduizend keer eerder gehoord heb. ,,Jesse, wat denk je dat die mensen daar aan het doen zijn?” ,,Picknicken,” zegt Jesse meteen, en het is ook wel erg duidelijk te zien. Mijn vader zevert nog wat over dat je aan de lichtval kunt zien dat het middag is en dat de schilder dat goed weergegeven heeft. Jesse houdt braaf zijn mond, maar zodra mijn vader klaar is zegt hij: ,,Dat hondje vreet de worst op.” Ik zie dat mijn vader iets wil zeggen, maar het toch maar niet doet. Waarschijnlijk is hij allang blij dat Jesse in elk geval goed naar het schilderij kijkt.
Mijn moeder probeert Nathans interesse op te wekken voor een beeld van een of andere Griekse godin, maar het enige wat hij vraagt is hoeveel hij moet betalen als hij het op de grond gooit. ,,Oh, dat kost je je zakgeld tot je vijftigste,” antwoordt mijn moeder. ,,Op mijn vijftigste krijg ik allang geen zakgeld meer!” roept Nathan bijdehant. ,,Dan ben ik allang het huis uit, net als jij, toch Tim?”
,,Hm?” Tim lijkt zich liever niet in het gesprek te willen mengen. ,,Nou geloof me,” belooft mijn moeder Nathan alvast, voor hij aanstalten gaat maken het beeld er echt vanaf te gooien (je weet het maar nooit met dat joch). ,,Of je nou het huis uit gaat of niet, dat beeld betaal je tot de laatste cent!” ,,Dan neem ik gewoon een hypotheek,” besluit Nathan alvast. Hij heeft natuurlijk geen idee wat een hypotheek is, maar hij weet dat het iets met geld te maken heeft en dat is voor hem genoeg. ,,Doe dat,” zegt mijn moeder, om van hem af te zijn.
Ik leun tegen de muur, wat me een dreigende blik van een suppoost oplevert, maar ik trek me er niks van aan en sluit even mijn ogen. Wat een rotdag. Dan hoor ik de stem van mijn broer naast me. ,,Hé Chris, zullen wij alvast een tafeltje vrij gaan houden in het restaurant?” Ik doe mijn ogen weer open. ,,Goed idee.”
“Een tafeltje vrijhouden” is onze code voor er tussenuit knijpen als we de gezinsuitstapjes tijdelijk zat zijn. Het is een keer begonnen toen we in een museum waren waar het echt heel druk was, en papa ons vroeg of we alvast vooruit wilden gaan om een tafeltje te bemachtigen, omdat de tweeling niet te genieten zou zijn als ze moesten wachten tot ze konden zitten. Sindsdien houden Tim en ik altijd tafeltjes vrij. Ik verdenk mijn ouders ervan dat ze best begrijpen dat we na een uurtje museum en tweeling gewoon WEG willen.
We zoeken het mooiste tafeltje voor het hele gezin uit en bestellen alvast wat te drinken voor onszelf. ,,Zo,” zegt Tim tevreden. ,,Dit is beter. En nou hopen dat die twee ettertjes nog wat uitvreten, dan blijven ze nog wel even weg.” Ik bedenk dat dit een goed moment is om hem eens even uit te horen over Frederique. Maar ik heb mijn mond nog niet opengedaan of mijn mobiel gaat al. ,,Loverboy!” zingt Tim pesterig. Met één hand houd ik dreigend mijn flesje cola boven zijn hoofd, met de andere neem ik mijn telefoon op. Het is inderdaad Thomas. ,,Hoe is het met je huiswerk?” informeert hij. Soms lijkt hij mijn vader wel. ,,Ik…” begin ik, maar op dat moment laat iemand achter me een dienblad vallen. Rinkeldekinkel. Thomas hoort het ook. ,,Je bent helemaal niet thuis!” roept hij verontwaardigd. ,,Nee, dat wou ik ook net gaan zeggen, voor iemand hier iets uit z’n handen liet vallen,” zeg ik snel. Ik merk dat ik nerveus word, doodsbang dat hij weer zo’n uitbarsting zal krijgen als vanmorgen. Het is je vriendje maar Christa, denk ik. Rustig, alsjeblieft. ,,Maar je zei dat je zoveel huiswerk had! Daarom kon je niet blijven!” Hij klinkt als de inquisitie. ,,Nee, een van de beruchte gezinsuitjes,” leg ik luchtig uit. ,,Was niet onderuit te komen.” Tim rolt instemmend met zijn ogen.
Thomas laat een verwijtende stilte vallen. ,,Het kwam door onze ruzie, hè? Je moest helemaal geen huiswerk maken.”
,,Dat moest ik wel. Nu moet ik het vanavond doen. Ik háát ’s avonds huiswerk maken.”
,,Kon je dat dan niet gewoon tegen je ouders zeggen?”
,,Je kent mijn ouders toch! Het is gewoon een van de huisregels. Wie thuis is, moet mee.”
,,Echt, het spijt me heel erg als ik je gekwetst heb. Ik weet zelf ook niet wat ik had. Ik kan me voorstellen dat je even niet bij me wil zijn, maar had dat dan gewoon gezegd.”
Ik word doodmoe van hem. Normaal gaat alles altijd prima tussen ons, maar het ljkt wel of we opeens met een grote sprong in een Moeilijke Periode terecht gekomen zijn. ,,Ik heb een idee,” zeg ik, om hem ervan te overtuigen dat ik wel bij hem wil zijn, ook al kan ik hem nu eerlijk gezegd missen als kiespijn. ,,Kom me vanavond gewoon helpen met mijn huiswerk. Dan kun je het goedmaken.”
,,Okee,” zegt hij, en hij klinkt opgelucht. ,,Na vanavond ben jij een wonderkind, lieffie!” Hij klinkt weer als de aardige Thomas die ik ken. ,,Daar hou ik je aan,” lach ik.
,,Vriendje boos?” informeert Tim als ik opgehangen heb. Ik neem een slok cola. ,,Zoiets.” Ik heb geen zin om het er over te hebben. Tim duidelijk wel. ,,Hoe lang hebben jullie nou al met elkaar?” ,,Vier maanden,” antwoord ik.
,,Toe maar. Mijn kleine zusje wordt groot.” Ik geef geen antwoord en doe alsof ik druk met mijn mobiel aan het klooien ben. Al vanaf dat we klein waren, heeft Tim het gevoel dat hij mij moet beschermen. Toen was dat tegen de grote jongens uit de buurt, dus dat kwam altijd wel goed uit. Maar nu heeft Tim zijn mening klaar over iedere jongen waarmee hij me ziet. En hij ziet in één oogopslag of ik iemand leuk vind, en zo ja, hoe leuk. Soms ziet hij dat zelfs voor ik het zelf in de gaten heb.
Zijn typeringen en voorspellingen zijn altijd raak. Daarom wil ik nu niet over Thomas praten. Ik wil het niet weten. Ik wil het zelf uitzoeken. Ik trek de klep van mijn petje wat verder over mijn ogen. Tim begrijpt de hint. ,,Ook goed,” zegt hij. Hij is even stil. En dan komt hij alsnog met waar ik bang voor was. ,,Als je maar weet, dat die Thomas jou volgens mij lang niet alles vertelt. Op mij komt hij over alsof hij altijd wat verborgen houdt. Noem het ‘mysterieus’ als je wil, maar ik noem het geniepig.” Het voelt alsof ik een stomp in mijn maag gehad heb. Het is gewoon griezelig hoe Tim precies zegt waar ik zelf ook al bang voor was. En het is nog griezeliger, dat ik weet dat Tim altijd gelijk heeft… ,,Je kent hem niet eens,” snauw ik. Thomas zucht. ,,Nee, daar heb je gelijk in. Ik ken ‘m alleen maar van die –tig keer dat ie de afgelopen maanden is komen eten.”
,,Ik wil het er niet over hebben, oké? Je hoort het nog wel van me.”
,,Oké.” Het is pijnlijk stil. Gelukkig komen dan mijn ouders eraan met de tweeling. Nooit gedacht dat ik nog eens blij zou zijn om die te zien.

Tim is gelukkig geen helderziende, denk ik bij mezelf als ik ’s avonds in bed kruip. Thomas was hartstikke lief vanavond. Eerst hielp hij me met aardrijkskunde, toen met wiskunde. Hij kan goed uitleggen en ik snapte het binnen de korste keren. Toen we vonden dat we genoeg gedaan hadden, hebben we gevreeën. We hebben het nergens meer over gehad. Dat vond ik ook maar beter. Het komt nog wel een keer. Of niet. Sommige dingen moet je gewoon laten hangen. Soms heeft iemand gewoon even een rare aanval. Ik ben ook niet altijd even normaal. Ik herinner me nog twee maanden terug, toen Thomas een paar dagen ging kamperen met vrienden en ik opeens heel hard begon te huilen toen we afscheid van elkaar namen. Ik wist zelf ook niet waar het vandaan kwam. ,,Zul je me zo missen?” vroeg Thomas geschrokken. ,,Nee!” snikte ik. ,,Ik bedoel, ja! Natuurlijk zal ik je missen! Maar ook weer niet zo erg! Alles is gewoon zo snel gegaan en… en…!” Nou ja, Thomas maakte wat sussende geluidjes en wreef een beetje over mijn rug. Hij zal wel dolblij geweest zijn dat zijn vrienden er niet bij waren. Na een paar minuten was ik uitgehuild. Het waren gewoon spanningen, zei ik tegen hem. En dat was ook zo. Denk ik. Ik zou niet weten waarom ik anders zo zou moeten huilen.
Dit was vast ook zoiets. Gewoon spanningen. Ik snap niet waarom ik daar nou zo moeilijk over gedaan heb. Ik had best bij hem kunnen blijven. Dan hadden we gewoon een gezellige zondag gehad, zoals altijd. Dan had ik niet meegehoeven naar het Rijksmuseum en had ik die preek van Tim niet aan hoeven horen. Duidelijk een dag vol vergissingen vandaag.
Net als ik het licht uit wil doen, bonst Tim zachtjes op mijn deur. ,,Slaap je al, Chris?” Nee hè. Ik heb even geen zin in Tim. ,,Ja!” roep ik dus maar terug. Het klinkt in de verste verte niet slaperig, en Tim doet gewoon mijn deur open. ,,Is deze van jou?” Hij heeft mijn cd van de Red Hot Chili Peppers in zijn hand. ,,Ja,” zeg ik. ,,Waar vond je die dan?”
,,Beneden,” antwoordt Tim. Ik heb het gevoel dat dit een smoes is om nog een diepzinnig gesprek met me te kunnen voeren. En jawel hoor, Tim blijft besluiteloos naast mijn bed staan. ,,Ik ben moe,” kondig ik aan. ,,Ik ga slapen. Als je niet iets héél dringends te vertellen hebt, moet ik je nu toch verzoeken om mijn kamer te verlaten.”
Tim schuifelt met zijn voeten. ,,Eh, nou, ik wou je dit vanmiddag al vragen, maar je was zo chagrijnig door dat gedoe met Thomas…”
,,Nou, schiet op dan.”
,,Heeft die Frederique van jou… heeft die een vriend?”
Aaaah!!! Ik wist het wel! Ik wist het gewoon! Opgetogen ga ik overeind zitten. Ik kijk Tim grijnzend aan. ,,Nou,” zeg ik. ,,Op het moment niet, maar ze heeft er hard eentje nodig.”
,,Echt?” Tim glundert. Ik knik. ,,Op het moment is ze een beetje… verdwaald, zeg maar. Ze heeft iemand nodig om haar weer een beetje op weg te helpen.” Dit moet stoere ridder Tim toch als muziek in de oren klinken. ,,Ze komt deze week eten,” kondig ik aan. Dat weet ze zelf nog niet, maar dat beslis ik nu. Tim kijkt heel blij. ,,Leuk,” zegt hij. ,,Gezellig. Als je nou zegt wanneer, dan kook ik.” Mijn ogen puilen uit van verbazing. ,,Koken?! Jij?! Wat heb jij opeens?” Hij grinnikt verlegen. ,,Nou ja, ken je dat? Je kent iemand al je hele leven, en dan opeens zie je haar lopen op straat en denk je: godverdomme!” Dit verbaast me een beetje. Ik had wel zo’n vermoeden dat Tim Frederique wel zag zitten, maar dat het zo erg was had ik niet gedacht. Ik schud een beetje ongelovig mijn hoofd. ,,En dan te bedenken dat jij vroeger haar schepje stal in de zandbak en het dan voor haar ging verstoppen… of was dat soms je eerste versierpoging?” Hij schudt zijn hoofd. ,,Nee, ik was Isabelle nooit ontrouw geweest.” Isabelle was het meisje waar hij op de basisschool verkering mee had. Ik bedenk even wat een tuttig, aanstellerig kind ik dat altijd vond, maar Tim haalt mijn gedachten alweer in. ,,Frederique was altijd gewoon Frederique, weet je wel? Daar heb ik nooit zo bij stilgestaan. Maar toen zag ik haar opeens in de stad, met dat korte koppie en die lange benen…” Ik glimlach. Ik snap Tim wel. Frederique was nooit een opvallend persoon, ze was een beetje zoals ik: het niet-al-te-moeilijk-doen-type. Maar dan zonder mijn gekke-dingen-tic. Ik weet niet wanneer ze begon te veranderen, maar nu draagt ze nette kleren, draagt ze haar haar met van die piekjes die er nonchalant uitzien maar die je niet krijgt zonder een half uur werk en gaat ze om met mensen zoals Kim. Kim is zo’n soort fashion victim die schoenen weggooit omdat ze in een of ander blaadje heeft gelezen dat ronde neuzen niet meer “kunnen”. Ze doet altijd wel aardig tegen me, maar ik weet dat ze me een slons vindt. Soms ben ik bang dat Frederique dat tegenwoordig met haar eens is. Als je die kritische blik zag waarmee ze gisteren in de stad naar Thomas en mij keek, toen we haar tegenkwamen voor de Vesace-winkel, zich verlekkerend aan lelijke spullen die ze toch nooit kan betalen… Ik heb de stille hoop dat Tim haar weer een beetje met beide benen op de grond kan zetten. ,,Nou ja, welterusten dan maar.” Ik schrik op uit mijn gedachten als Tim weer begint te praten. ,,En laat je me even weten wanneer ze komt?” ,,Zal ik doen,” beloof ik hem. ,,Welterusten.” Zachtjes doet mijn grote broer de deur dicht. Ik ga weer liggen. Frederique en Tim. Of moet het zijn Tim en Frederique? Morgen ga ik vragen of ze komt eten. Ze kan niet weer weigeren. Ze móet gewoon komen. Al moet ik haar ervoor ontvoeren.

Hoofdstuk 5 en 6

5. Frederique
06-85622345. Ik ken het nummer inmiddels uit mijn hoofd. En nu ga ik bellen. Het is dinsdag, en ik heb Rogier zaterdag voor het laatst gezien, dus dat moet kunnen. Oké dan. Waarom loop ik nou zo te treuzelen? Ik moet een beetje opschieten. Over een uurtje moet ik al bij Christa zijn. Vanaf hier is het vijf minuten fietsen naar Chista’s huis, maar Rogier en ik zouden wel eens heel lang aan de lijn kunnen blijven. Zaterdag raakten we ook niet uitgepraat. En dat was geweldig. Ik ben wel een beetje zenuwachtig omdat ik geen idee heb waar we het over zouden moeten hebben, maar toen had ik het ook niet van tevoren bedacht. Het komt vanzelf wel. Met iemand die recht in je ziel kijkt heb je altijd wel iets om over te praten, toch?
Het enige wat ik hoef te doen is tien keer op de knopjes van mijn telefoon drukken. Dan praat ik al met hem. Heel simpel. Ik snap niet waarom ik nou hartkloppingen zou moeten krijgen van het idee alleen maar. Ik moet niet vergeten dat ik degene ben die hém heeft afgewezen. Ik zal dus ook degene moeten zijn die moeite doet om het weer goed te maken. Hij zal blij zijn als hij mijn stem hoort. Misschien hoef ik het niet eens over zaterdag te hebben. Dat ik hem bel zegt waarschijnlijk al genoeg.
Goed. Genoeg getwijfeld nu. Tijd voor actie. Maar eerst even wat drinken. Ik merk dat ik een beetje een droge keel heb. Zo kan ik natuurlijk niet bellen. Een beetje hees is wel sexy, maar nu klink ik vast alsof ik keelontsteking heb. Ik schenk een glas cola voor mezelf in, in een van de designerglazen die mijn moeder pasgeleden gekocht heeft. Aan het hele huis is te zien dat mijn moeder, binnehuisarchitecte, dezelfde dure smaak heeft als ik. Allure, denk ik vaak, als ik de chic ingerichte woonkamer rondkijk, het straalt allure uit. Het is maar goed dat mijn moeder zich alleen met de inrichting bemoeid heeft, want mijn vader zal het allemaal worst wezen. Als er maar een lekker stoel voor hem staat, van waaruit hij de breedbeeldtelevisie goed kan zien, vindt hij het ook best om in een schuur te wonen. Mijn vader is notaris en doet altijd alsof hij minister-president is, zo belangrijk vindt hij zijn werk.
’s Avonds hoeft hij niets meer, vindt hij. Niets behalve tv kijken. Het resultaat is dat ik de programma’s die ik wil zien altijd opneem en ze ’s nachts op mijn kamer kijk, om toch mee te kunnen praten op school. Ik haat het als iedereen het over een televisieprogramma heeft en ik heb het niet gezien. Gelukkig weet ik precies over welke programma’s gepraat wordt, dus ik kijk niets voor niets.
Mijn cola is op, ik heb geen excuus meer. Ik heb verdomme nog maar drie kwartier, dan moet ik al weg. Ik had een uur voor dit telefoontje ingepland. Zo erg is het dus al met mij: ik haal mijn eigen planning al niet eens meer. Wie weet wat er in dit kwartier allemaal in Rogiers leven gebeurd is. Een kwartier kan verdomme het verschil tussen single of bezet betekenen! Ik ben gek dat ik dat riskeer.
Mijn vingers trillen zo erg dat ik heel goed moet opletten of ik de goede nummers wel intoets. Als je niet beter wist, zou je denken dat ik Parkinson had. Ik ben blij als ik het nummer-intoesten-gedeelte gehad heb. De telefoon gaat over. Mijn hart bonkt zo hard in mijn keel dat ik me afvraag of ik zometeen wel kan praten. Het lijkt wel alsof ik vergeten ben hoe dat moet. Straks neemt hij op en hoort hij alleen maar een beetje schor gepiep aan de andere kant van de lijn… Net als ik in paniek wil ophangen, hoor ik ,,Met Rogier,” in mijn oor. ,,Eh, hoi, met Frederique,” weet ik uit te brengen. Tot mijn opluchting klinkt het redelijk normaal. Maar tot mijn schrik blijft het stil aan de andere kant van de lijn. ,,Eh, van zaterdag?” probeer ik. Weer een stilte. Dan: ,,Godverdomme, zaterdag… daar vraag je me wat, hahaha!” ,,Kater?” vraag ik in een poging begrijpend te klinken. Hij lacht. ,,Nogal ja. Ik lag om acht uur in m’n nest. ’s Morgens, hahaha.” Dus nadat hij mij in een taxi gedumpt had, is hij gewoon vrolijk teruggegaan het nachtleven in. In mijn gedachten zag ik hem al eenzaam aan de bar zitten in de kroeg waar we samen gezeten hadden, of naar het huis van Martin slenteren. ,,Oh,” mompel ik beschaamd. ,,Nou ja, ik ben een vriendin van Daisy…” Daisy zou mij in deze situatie nooit als vriendin noemen, maar ik weet niet wat ik anders moet zeggen. ,,Ik ben een vriendin van Daisy en we hebben met z’n allen wat gedronken, weet je nog? Toen zat ik naast je.” Ik hoor hem denken. Dan roept hij opeens: ,,Oh, jij bent dat meisje dat zo vroeg naar huis wilde, toch?” Het schaamrood stijgt me naar de kaken. ,,Ik ben dat meisje dat niet zo vroeg met jou naar huis wilde,” zou Christa in zo’n situatie zeggen. Heel even wens ik dat ik Christa was, met haar slordige haar, enorme collectie petjes, hoedjes, sjaals en oorbellen, en haar grote bek. Maar naar meisjes als Christa kijken jongens als Rogier natuurlijk niet om. De wens dat ik Christa was verkleint zich dus tot de wens dat ik haar grote bek had. ,,Eh, ja,” zeg ik onhandig. Rogier lacht alweer. ,,Sorry hoor, ik wil niet lullig doen, maar je moet me even helpen herinneren. Hebben we gezoend ofzo? Ik weet alleen nog dat je in een taxi stapte.” Ik bijt hard op mijn lip. Ik heb me nog nooit van mijn leven zo vernederd gevoeld. Ik heb de nacht van mijn leven gehad met iemand die het gewoon niet meer weet. En ik dacht dat hij mijn zielsverwant was. Maar, zegt een stemmetje in mijn hoofd, maar misschien was hij zo teleurgesteld dat jij hem hebt afgewezen dat hij dronk om dat te vergeten. En dat is hem toevallig gelukt. Een klein vlammetje hoop gloeit op vanbinnen.
Ik ben zo lang stil dat Rogier het antwoord op zijn vraag zelf al raadt. ,,Ja dus,” zegt hij zachtjes. Opeens klinkt hij weer zoals de lieve Rogier die naast me zat in de kroeg. ,,Ik voel me echt een klootzak nu, weet je dat?” ,,Hoeft niet,” mompel ik opgelaten. Ergens is het wel goed. Waarschijnlijk weet hij niet meer dat ik hem afgewezen heb. Ik hoor hem zuchten door de telefoon heen. ,,Ik moet echt eens minder gaan drinken, dit is echt niet gezond meer…” kreunt hij. ,,Hé, mag ik je een drankje aanbieden, om het goed te maken?”
Ik voel me alsof ik plotseling, zonder enige waarschuwing vooraf, omhoog geschoten word, zoals in een achtbaan. ,,Eh, ja, natuurlijk!” piep ik blij. ,,Gelukkig,” zegt hij. ,,Je doet er niet moeilijk over.” Ik lach. ,,Nee joh, kan gebeuren, toch? Maar dat drankje krijg ik van je!” ,,Vrijdag?” stelt hij voor. ,,Vrijdag is prima,” zeg ik.

,,Ik heb een date, ik heb een date!” zing ik luid als ik bij Christa het halletje in dans. Verschrikt kijkt ze me aan. ,,Ssst!” fluistert ze. Ik kijk haar verbaasd aan. ,,De hele buurt hoeft het toch niet te horen,” zegt ze. Ik rol met mijn ogen. ,,Had je jezelf eens moeten horen toen jij verkering met Thomas kreeg.” Het werkt. Ze begint te lachen. ,,Je bent gelukkig nog niet vergeten hoe het voelt om verliefd te zijn, op je ouwe dag,” gooi ik er nog een schepje bovenop. Ze grijpt mijn hand. ,,Kom, we gaan naar boven.”
Ik vind haar maar zenuwachtig. ,,Hoe gaat het tussen jou en Thomas?” vraag ik terloops, want daar zal het wel weer door komen. Ze heeft geluk: nu ik zelf een date in het verschiet heb liggen, ben ik opeens heel tolerant wat stelletjes betreft.
Maar tot mijn grote verbazing antwoordt ze dat het wel weer goed gaat. Sterker nog: hij zet duidelijk zijn beste beentje voor. ,,Wel handig hoor,” grinnikt ze. ,,Hij zeurde niet eens toen hij me net over de telefoon moest helpen met de computer. Normaal háát hij dat. “Maar ik zie niet wat ik doe!” zeurt hij dan altijd.” Ik glimlach maar wat en vraag me af wat dan de grote reden is dat ik opeens moest komen eten. Ik dacht namelijk dat dat was zodat zij haar hart kon uitstorten over Thomas. Ik heb hier al een hele tijd niet meer gegeten. Eerst deed ik dat altijd als ik toevallig toch al over de vloer was. Dit is echt zo’n gezin waar iedereen aan kan schuiven en mee kan eten. Ik snap niet waarom Christa de moeite heeft genomen om me speciaal op het eten te gaan vragen. Misschien omdat het al zo lang geleden is? Hmm, dat is wel een mogelijkheid.
,,Waar denk je aan?” vraagt Christa, en ik besef dat ik al even uit het raam zit te staren. ,,Ik vroeg me af of je een speciale reden had om me op het eten te vragen,” zeg ik eerlijk. Plotseling krijg een visioen van Christa die achter een kinderwagen loopt. Ze zal toch niet…? Maar ze haalt haar wenkbrauwen op. ,,Gewoon. Voor de gezelligheid. Bijpraten. Waarom anders?” ,,Omdat je me iets moet vertellen?” suggereer ik. ,,Dat je zwanger bent ofzo?” Ze schatert het uit. ,,Zwánger?! Dácht je dat?!”
,,Dames! Eten!” horen we dan de vrolijke stem van Christa’s grote broer Tim door het huis schallen. Opmerkelijk. Meestal horen we Tim alleen maar drummen. Christa springt op. ,,Oh ja, dat is waar. Tim heeft gekookt vandaag.” Stomverbaasd kijk ik haar aan. ,,Tim heeft
ge-wat?!”
,,Gekookt. Hij heeft opeens kookambities ontwikkeld. Misschien wil hij binnenkort toch op kamers ofzo. Kom mee, ik ben benieuwd wat we krijgen.” Vijf minuten geleden sleepte ze me de krakende trap op, nu sleept ze me er net zo hard weer af. Ze heeft de touwtjes stevig in handen vanavond.
Het is mooi weer, dus we eten in de tuin. Die is asociaal groot en heeft wel iets weg van een mini-natuurgebied. Vroeger vonden Christa, Tim en ik het heerlijk om hier verstoppertje te spelen. Christa’s kleine broertjes Jesse en Nathan zijn daar duidelijk nog steeds mee bezig. ,,Uitkomen!” roept Tim. ,,Of we eten alles zonder jullie op!” ,,Mmm, lekker!” doet Christa mee. ,,Goed klaargemaakt, Tim. Lekker veel hebben we ook, zonder…” Nathan komt al aangerend, Jesse er achteraan. ,,Wat eten we?”
,,Spagetti à la Tim!” Met een zwierig gebaar zet Tim de grote pan saus op tafel. Ik ga in de schaduw van de grote spar zitten. Mijn hoofd raakt even een tak. Meteen liggen er vier dennennaalden op mijn bord. Ik kijk of er nog een ander plekje vrij is, maar de hele familie heeft zich al gesetteld. Behalve Tim, die loopt nog om de tafel heen om op te scheppen. Maar het zou wel erg lullig zijn om zijn naalden-vrije plaats in pikken. Zuchtend pik ik de naalden van mijn bord af. Tim ziet het en schiet toe. ,,Sorry, die stomme boom ook altijd! Ga jij maar daar zitten.” Hij wijst naar de plaats schuin tegenover me, waar hij anders zou komen zitten. ,,Nee joh!” protesteer ik. ,,Jij hebt al helemaal gekookt.”
,,Maar jij bent te gast. Kom, ik sta erop.” ,,Krijg ik ook nog eten?” informeert vader Jan. ,,Tuurlijk, pa, tuurlijk!” Tim is wel érg vrolijk. Omdat hij zo aandrong, ga ik toch maar op zijn plaats zitten. Als hij op die van mij gaat zitten, zie ik dat zijn hoofd constant de tak raakt, omdat hij een stuk langer is dan ik. Gelaten pikt hij met zijn vork wat naalden uit zijn saus. Hij vangt mijn ongemakkelijke blik en glimlacht naar me.
,,Lekker, Tim,” zegt Christa, die nu naast me zit, tussen twee grote happen door. ,,Moet je vaker doen.” Ik kauw verwoed, zodat ik ook wat kan zeggen. Ik wou dat ik net zo snel kon eten als Christa. ,,Ja, het is lekker,” zeg ik als ik mijn hap eindelijk weggewerkt heb. Eigenlijk had er wel wat minder kaas door die tomatensaus gemogen, maar ik voel me nog steeds schuldig omdat hij nu op mijn plaats met naaldenregen moet zitten.
,,En, hoe staat het leven, Frederique?” informeert Jan monter. ,,Goed,” zeg ik automatisch, maar beleefd. ,,Denk je dat je gaat slagen dit jaar?” vraagt hij, zoals ongeveer elke volwassene tegenwoordig. ,,Ik hoop het wel!” glimlach ik. ,,Geloof me, dat Centraal valt echt heel erg mee,” zegt Tim. ,,Ik vond het zelf makkelijker dan de schoolexamens. Ik had het ook gehaald als ik niet drie weken lang elke dag geleerd had.” Drie weken lang elke dag… ik griezel bij het idee. ,,Hou op over dat leren,” ril ik. ,,Dat duurt nog minstens een half jaar. Nee, langer nog!” Christa zwaait streng met haar vinger in mijn richting. ,,Maar als je nu niet alvast begint met plannen, wordt het niks, meisje!” Ik grinnik. Tim kijkt me aan. Hij lacht niet. Waarschijnlijk heeft Christa zijn hele examenjaar zo tegen hem gedaan. Verdomme, ik heb nog helemaal niet de kans gekregen om haar wat uitgebreider over Rogier te vertellen. Nu blijkt dat er geen bijzondere reden is dat ze me heeft uitgenodigd voor de spaghetti van haar broer, kan ik me niets voorstellen wat belangrijker is. En als ze niet een beetje blij voor me is, zál ik haar.
,,Kom eens,” zeg ik meteen na het toetje, en ik probeer haar naar een beschut hoekje van de tuin te trekken. ,,Nee, ik heb Tim beloofd dat ik zou helpen met de afwas,” zegt ze. Ik zucht. ,,Jullie zijn met z’n zessen! Ik snap niet waarom jullie geen afwasmachine hebben.” Ze lacht. ,,Je kent mijn ouders! Principes, principes…”
,,Ik snap niet wat het principe kan zijn achter het niet hebben van een afwasmachine in zo’n groot gezin.” Christa stapelt met veel herrie borden op elkaar. ,,We zijn zo klaar. Kom er gewoon bijzitten en laat die belangrijke mededeling van je een kwartiertje wachten.”
Ze lijkt zowaar een beetje geïrriteerd. Ze heeft gewoon wat tegen Rogier, terwijl ze hem niet eens kent. Het ligt er zo dik bovenop. Ik pak een pan en slof achter haar aan naar binnen.
Een kwartiertje, ja ja. Die afwas duurt eindeloos. Eerst kunnen ze het afwasmiddel niet vinden. Als ze eindelijk een teiltje met sop gemaakt hebben, vindt Tim het ook nog nodig met alle stomme liedjes op de radio mee te zingen, waardoor hij niet echt opschiet met afwassen. Ik wil bijna zelf een theedoek pakken om er een beetje vaart achter te zetten, maar Tim is zo langzaam dat Christa in haar eentje al de helft van de tijd werkloos is.
Dus zit ik maar wat op de keukentafel en probeer ze met mijn gezwijg duidelijk te maken dat ik niet blij ben. Ze trekken zich er niks van aan. Je zou bijna denken dat ze het van tevoren afgesproken hebben.
Normaal vind ik het heerlijk om in de grote woonkeuken te zitten. Ik hou niet zo van oude, slordige huizen als dit, maar de keuken is dan wel niet erg stijlvol, hij is heel gezellig. Alles is er groot, maar rommelig: een enorm aanrecht met een enorme stapel borden en mokken erop, een grote koelkast waar een grote verzameling magneetjes op prijkt, die waarschijnlijk teruggaat tot in de jaren ’70, en dan nog een reusachtige keukentafel. Wat dáár allemaal op ligt wil al helemaal niemand weten. Je gaat van zo’n keuken houden als je er zowat bent opgegroeid. Maar vandaag wil ik er alleen maar weg. Ik wil op Chirsta’s kamer zitten en alles vertellen, haar ervan overtuigen dat Rogier niet zo slecht is als ze denkt.
Eindelijk zijn de laatste theelepeltjes dan afgedroogd. Ik spring van de tafel. ,,Chris, ik …”
Maar ik kan mijn zin niet afmaken. Christa kijkt op haar horloge. Tim kijkt op de keukenklok. ,,Friends!!!” bulderen ze tegelijk. Ik had het kunnen weten. Heb ik eindelijk eens iets belangrijks, gebeurt er eens iets in mijn leventje, word ik zonder pardon aan de kant geschoven voor een herhaling voor die afgezaagde serie. Oké, in het normale leven ben ik ook een Friends-fan. Hoe vaak hebben Christa en ik wel niet een Friends-marathon gehouden? Dat Tim het ook leuk vond, heb ik nooit geweten. Christa raadt mijn gedachten. ,,Ik heb Tim bekeerd, goed hè? Hij houdt nu zelfs bij wanneer Friends op tv komt!” ,,Ik wil je eigenlijk even iets vertellen…” zeg ik zachtjes. Ze kijkt me smekend aan. ,,Kun je een half uurtje wachten? We moeten echt even met Tim meekijken. Anders voelt ie zich een mietje. En dat zou zonde zijn van een nieuwe Friends-fan, toch?” Ik vind het een bijzonder zwak argument. Ach ach, haar arme broertje kan geen Friends kijken zonder haar exclusieve begeleiding. Ik ben zeker niet belangrijk. Ik zie dat ze weet wat ik denk. ,,Hij heeft het even nodig,” fluistert ze. Ik herinner me vaag dat ze me een paar weken geleden vertelde dat het uit is tussen Tim en z’n vriendin. Oké dan. Omdat ik hem al zo lang ken. En omdat ik na dat halve uurtje Friends Christa écht voor mezelf zal hebben.
,,Oh, koekjes!” roept Christa als we de kamer binnenkomen, en rent weer terug. Ik zit nog helemaal vol van het eten. ,,Ik hoef echt nog geen…!” roep ik nog, maar ze luistert niet. Ik ga naast Tim op de bank zitten. Het is net begonnen. Christa komt terug met de koektrommel en valt met een enorme plof naast me neer, waardoor ik tegen Tim aangedrukt wordt. ,,Eh…” zeg ik onhandig, maar geen van beiden verschuift een millimeter. Ze vinden deze broer-vriendin-zus-sandwich blijkbaar wel gezellig. De laatste tijd is Christa echt heel klef geworden met haar broer. Ik blijf maar gewoon zo zitten, al kan ik me niet goed op Friends concentreren met Tim zo dichtbij me.
Als Friends is afgelopen, sta ik zo snel op als de beleefdheid me toestaat. Voor de vorm rek ik me uit. ,,Ik word altijd zo sloom van tv kijken!” Christa staat ook op. ,,Zullen we naar boven gaan?” Hè hè! Eindelijk heeft ze het begrepen! Ik moet me inhouden om niet teveel te huppelen als ik achter haar aanloop.

6. Christa
,,Nou, wat was er nou zo dringend?” vraag ik als ik op mijn bed neergeploft ben en Frederique in de oude fauteuil die ik van mijn opa en oma heb gekregen. Ze lacht stralend. ,,Moet je dat nog vrágen? Ik zei toch dat ik een date had!”
,,Met Rogier,” constateer ik, hopelijk neutraal. Bij het noemen van zijn naam begint ze nog meer te stralen dan ze al deed. O god. Het ziet ernaar uit dat ze écht verliefd is op die gluiperd. ,,Vertel,” commandeer ik. Ze is even stil en glimlacht mysterieus. ,,Nou, ik heb hem gebeld,” begint ze. ,,Het was wel even pijnlijk, want hij wist even niet meer wie ik was…” Ik had me voorgenomen om geduldig te luisteren en alleen opbouwende kritiek op haar naïviteit te geven. Maar ik kan me niet inhouden en roep: ,,WAT?! Hij wist niet meer wie je was?!” ,,Laat me even uitpraten, ja?” zegt ze geërgerd. Ik zucht. ,,Oké, oké, ik hou m’n mond.” Ze gaat rechtop zitten, zet haar blije gezichtje weer op en gaat verder met haar verhaal. ,,Maar toen hij diep nadacht, wist hij het wel weer, hoor. Hij zei dat hij zich een enorme klootzak voelde, en toen bood hij me een drankje aan om het goed te maken. En nu gaan we vrijdag wat drinken.”
,,Eh, even één belangrijke vraag, Frederique. Wist hij nog wel dat jullie gezoend hadden?” Ze kijkt moeiljk, en frummelt aan haar smetteloos witte bloesje. ,,Eh, nou, nee, maar…” Stiekem druk ik mijn nagels in mijn handpalmen. Ik mág nu niet sarcastisch worden, ik mag geen harde dingen zeggen. Dan ben ik haar kwijt. Dan gaat ze boos naar huis en gaat ze verhaal halen bij de tutjes, die Rogier natuurlijk op handen dragen en het helemaal met haar eens zijn dat ik een verbitterd kreng ben, omdat ik geen geld heb voor schoenen van tweehonderd euro. ,,De vraag is of jij dat wilt,” zeg ik dus voorzichtig. ,,Wil jij iemand die zoveel drinkt dat hij de volgende dag niet meer weet dat hij met een lief meisje als jij gezoend heeft, of wil je iemand die het echt speciaal vindt met jou? Die je de volgende dag zélf belt, en die zich niks aantrekt van stomme regeltjes als drie dagen wachten ofzo?” Met andere woorden: iemand zoals mijn broer. Maar daar denkt ze natuurlijk niet aan. Ze zucht. ,,Ik weet dat hij fout klinkt. Maar jij hebt niet naast hem gezeten. Jij kent hem niet. En oké, hij had echt teveel gedronken. Maar hij klonk echt alsof hij daarmee op wilde houden. Ik wil hem gewoon een kans geven.”
Daar kan ik niks tegenin brengen. Onze vriendschap staat al op een vrij laag pitje, die wil ik niet in gevaar brengen. Het enige wat ik kan doen, is het in de gaten houden. ,,Nou ja,” capituleer ik. ,,Als jij zeker weet dat ie het waard is, moet je ervoor gaan, natuurlijk.” Ze wipt op het bed op en neer. ,,Ik weet het zeker! En geloof me, als jij hem gezien hebt, weet jij het ook zeker.” Ik moet het nog zien. En ik ben bang dat mijn broer geen schijn van kans maakt.

Als Frederique twee uur later übergelukkig op haar fiets gesprongen is, loop ik langzaam naar de zolder waar Tim huist. Ik zal hem het slechte nieuws meteen moeten vertellen. Het heeft geen zin om hem langer hoop te laten houden als er geen sprankje hoop ís. Het spijt me voor hem. Ik was zo blij voor hem geweest als hij iets met Frederique gekregen had. Hij kan in elk geval niet zeggen dat ik vanavond niet mijn best gedaan heb. Ik heb Frederique overal laten zijn waar hij was, ik heb alleen maar positieve dingen over hem gezegd, ik heb zijn spaghetti, die ik eigenlijk helemaal niet zo geweldig vond, uitvoerig geprezen, ik heb de afwas eindeloos gerekt terwijl ik aan alles merkte dat ze zich ontzettend aan ons zat te ergeren, ik heb tegen haar gelogen om haar zover te krijgen dat ze Friends met ons meekeek (Tim is eerder blij dat hij van Carmen af is dan dat hij het er moeilijk mee heeft), ik heb haar zo’n beetje tegen hem aangeduwd op de bank, en ben daarna zo gaan zitten dat ze met geen mogelijkheid meer weg kon… daarna móest ik wel naar haar verhaal over Rogier luisteren en doen alsof ik het niet een heel slecht idee vind dat ze met hem uitgaat, anders had ze echt argwaan gekregen. Als ze die nu al niet had. Nee, Tim staat bij me in het krijt.
Hij hangt met een boek in een zelfde soort oude fauteuil als ik heb, ook van opa en oma gekregen. Zijn gezicht betrekt als hij dat van mij ziet. ,,Het wordt niks, hè?” Ik schud mijn hoofd. ,,Ze is al verliefd. Het spijt me. Ik heb mijn best gedaan.” Hij haalt zijn schouders op en doet alsof het hem niks kan schelen. Ik weet dat het niet waar is. Hij vond haar écht leuk. Hij grinnikt een beetje. ,,En daar heb ik dan een uur voor in de keuken gestaan.” ,,Een uur in de keuken voor spaghetti?” plaag ik. ,,Dan doe je dat zeker niet vaak voor een meisje!” ,,Zeg dat maar tegen haar,” bromt hij. ,,En zeg ook maar dat ze er niet op hoeft te rekenen dat ik nog een keer voor haar onder die klotespar ga zitten. Die naalden smaakten echt niet lekker.” Plotseling heb ik heel veel zin om hem te knuffelen. Een beetje verbaasd en geëergerd doet hij een halfslachtige poging om me weg te duwen. ,,Ze is stom dat ze met die andere gozer uitgaat,” mompel ik in zijn haar.
,,Wat is het dan voor type?” informeert hij. ,,Player,” zeg ik kortaf. ,,Niet dat ik hem gezien heb ofzo. Maar ik voel het gewoon.” Hij haalt zijn schouders op. ,,Daar kunnen wij dan verder weinig aan doen, hè?” ,,Oh jawel,” zeg ik grimmig. ,,Afwachten tot ze hier met een gebroken hart komt uithuilen. Maak jij dan weer spaghetti?” Tim haalt zijn wenkbrauwen op. ,,Dat moet ik nog zien.”

Frederique wordt met de dag hyperder. Soms spijt het me dat ik bij haar in de klas zit en dus constant moet aanzien hoe ze zich voorbereidt op haar Date met Rogier. Kim helpt duidelijk fanatiek mee. Als ik langs ze loop vang ik altijd “…rode topje met die witte broek…” of “…blauwe oogschaduw van Rimmel…” of zoiets op. Dit is de eerste keer dat ik blij ben dat ik haast nooit meer naast haar zit. Ik moet er niet aan denken om de hele dag over kleding en make up te praten. Eén keer kan ik me niet inhouden en meng ik me in het gesprek: ,,Ik stel voor: je nieuwe spijkerbroek, dat ene blauwe truitje met die V-hals, een of ander speldje in je haar, een beetje lipgloss en dan ophouden met zeuren.” Ze staren me aan. ,,Néé!” zeggen ze dan allebei tegelijk. Voor het allereerst in mijn hele leven denk ik: dit is mijn beste vriendin niet. Ik schrik van mezelf. Ik heb altijd geweten dat Frederique en ik hele verschillende personen zijn. Frederique is altijd onzeker geweest en mij heeft het nooit iets kunnen schelen wat mensen van me denken. Mij maakte het nooit zoveel uit dat we anders waren. Maar nu wil ze er zo graag bijhoren, dat ze zichzelf niet meer is. Of ze is gewoon veranderd. Ik heb nooit een andere beste vriendin gehad dan haar, en we kennen elkaar nu zestien jaar. Twee jaar van ons leven hebben we zonder elkaar doorgebracht, en dat zijn nou net die twee jaar waar we ons het minst van herinneren. Maar nu heb ik opeens het gevoel dat ik haar helemaal niet leuk zou vinden als ik haar nú zou leren kennen. Zij en Kim staan me leeghoofdig, maar minachtend aan te kijken. Hoe kom ik erop. Een spijkerbroek aan naar De Date. En alleen lipgloss op?! Ik haal mijn schouders op. ,,Laat maar.” Dan loop ik weg. ,,…boos?” versta ik nog net. Flikker toch op jullie, denk ik chagrijnig. Ga verder met kleding bespreken, in plaats van mij te analyseren. Ik ben toch niet interessant. Ik heb alleen maar stomme ideeën volgens jullie. En er zit een gat in mijn spijkerbroek.
Tijdens Nederlands laat ik alles maar een beetje over me heen komen en teken ik afwezig poppetjes in mijn schrift. Twee meisjes worden het, merk ik. De ene met een kort rokje, netjes halflang haar en getuite lippen. De andere met een wijde broek, slordig lang haar en een boos gezichtje. Ik bekijk mijn creatie en zie dat ik nog iets vergeten ben. Nijdig teken ik een tweede poppetje met een kort rokje en getuite lippen. Zo is het nu, denk ik.
In een ver verleden woonde kleine Frederique met haar ouders bij mij in de straat. Om de hoek was een peuterspeelzaal, en daar zouden zowel Frederique als ik binnenkort heengebracht worden. Onze moeders waren in die tijd min of meer vriendinnen, al waren ze net zo verschillend als Frederique en ik nu, maar ze hadden allebei een kind van twee thuis, dus altijd wel wat om over te kletsen. Ze besloten dat het wel leuk zou zijn als we op dezelfde dag voor het eerst naar de speelzaal zouden gaan, zodat we ons aan elkaar op konden trekken als nieuwelingetjes. Zo geschiedde het. We konden het goed met elkaar vinden en vonden de andere kinderen helemaal niet interessant. Natuurlijk moesten we ook op dezelfde dag naar de kleuterschool, waar ik voor Frederique opkwam als ze straf kreeg omdat ze zich met een schepje verdedigde tegen de pesterijen van Stefan. Na de kleuterschool kwam natuurlijk groep 3, waar ik altijd jaloers was op Frederiques nette handschrift en voor we het wisten zaten we in groep 8, toen Frederique op kamp in Oldebroek plotseling voor het eerst ongesteld werd en ze de juffrouw niet om maandverband durfde te vragen, zodat ik tenslotte loog dat ík degene was die ongesteld was geworden. Toen we naar de brugklas gingen verhuisde Frederique, maar we woonden nog steeds vlakbij elkaar en onze vrienschap veranderde helemaal niet. Mensen noemden ons weleens “de tweeling”, omdat we altijd samen waren en overal hetzelfde over dachten. Ik denk dat we allebei een beetje begonnen te veranderen in de derde of de vierde. Maar dat is normaal. Je kunt niet altijd een tweeling blijven, zeker niet als je allebei uit zo’n ander gezin komt. Ik begon mijn outfit steeds vaker op te leuken met gekke accessoires, terwijl Frederique urenlang in de stad kon zoeken naar hét perfecte truitje van hét perfecte (en het liefst: duurste) merk, iets waar ik nooit geduld voor heb gehad. Verder ging alles gewoon z’n gangetje. We hadden natuurlijk allebei ook wel andere vriendinnen, maar toch zagen we elkaar elke dag. Tot, ironisch genoeg, ik Thomas ontmoette en Frederique op hetzelfde moment opeens bevriend raakte met Kim. Ik wilde haar absoluut niet laten vallen voor een jongen, maar het leek wel alsof ze dat bijna van me verwachtte, want opeens kon ze nooit meer. Ik zag haar altijd achter Kim en die andere twee aanhangen, met zo’n hongerige betrek-mij-erbij-blik. Maar eerlijk gezegd stoorde het me nooit echt. Ik dacht dat het gewoon een fase was, zoals in elke vriendschap. Iets was al zestien jaar bestaat gaat echt niet zomaar stuk. Maar zonet, toen ze me met z’n tweeën zo aan stonden te kijken en overduidelijk iets wisten wat ik niet wist, voelde ik me voor de allereerste keer in mijn leven door haar buitengesloten. Opeens zag ik niet meer de binnenkant, maar alleen haar buitenkant. Een hoop make up en vertoon om niks. Normaal hou ik absoluut niet van dat soort mensen. Ik dacht dat Frederique anders was. Maar nu begin ik daar plotseling aan te twijfelen.

Op vrijdagmiddag heeft Frederiques gekte het hoogtepunt bereikt. Kim is om de een of andere reden al naar huis, dus klampt ze mij aan op de trap, na het zesde uur. ,,Ik heb het besloten!” kondigt ze aan. ,,Je gaat afbellen?” suggereer ik. Flauw, ik weet het, maar ik ben nog steeds een beetje pissig. Gelukkig is Frederique te veel in de zevende hemel om boos te worden. ,,Mijn zwarte broek en dat rode shirtje met die boothals, weet je wel? En dan rode schoenen er onder.” Ik denk even na. ,,Maar je hébt toch helemaal geen rode schoenen?” Ze schudt vrolijk haar hoofd. ,,Nee, die ga ik nu kopen. Ga je mee?”
,,Je gaat toch geen schoenen kopen voor een date?!” roep ik stomverbaasd uit. ,,Je kunt beter zwarte schoenen aantrekken ofzo. Anders lijkt het zo bedacht.” Ze haalt haar schouders op. ,,Ach, jongens zien dat toch niet.” Ik begin nu echt te lachen. ,,Waarom zou je dan nog moeite doen?!” ,,Ahhh, please!” smeekt ze, irritant aan mijn arm hangend. ,,Ik heb gewoon opeens het gevoel dat ik rode schoenen moet hebben, ken je dat? En je wilde toch nog een keer naar de stad?” ,,Nou ja, vooruit dan maar,” geef ik toe. Ik heb er een hekel aan om met een rugtas vol zware boeken door de stad te sjokken, zeker met Frederique als ze in zo’n stemming is dat ze per se iets moet hebben, maar misschien kan ik er op de valreep nog een beetje gezond verstand inpompen.
Ik raad aan om eerst naar de goedkope schoenenwinkels te gaan, maar Frederique wil er niets van horen. ,,Als je iets doet, moet je het wel goed doen,” zegt ze, terwijl ze me de Shoebaloo binnensleept. We kijken rond. De enige rode schoen die te bekennen is, is een knalrode Allstar, die ik persoonlijk erg leuk vind. ,,Kijk, die is leuk,” wijs ik. ,,Ja, maar die kan niet,” protesteert ze. ,,Waarom niet?” vraag ik, hoewel ik het antwoord best weet. Ze werpt me weer zo’n jij-begrijpt-er-ook-niet-veel-van-blik toe, maar zonder Kim erbij is ie een stuk minder leeghoofdig. ,,Dan lijkt het net alsof ik er geen moeite voor gedaan heb.” ,,Net goed,” brom ik, plaatsvervangend wrokkig. ,,Had ie maar niet moeten vergeten dat jullie gezoend hadden. Hij heeft het recht niet om te verwachten dat je moeite voor hem doet.” Ze doet alsof ze me niet hoort. Ik wijs naar een open schoentje met een hakje, zwart, leuk maar niet al te opvallend. ,,Kijk, is dat niks?” probeer ik hoopvol. Ze kijkt er maar heel even naar. ,,Die is niet rood.” ,,Maar wel leuk,” doe ik nog een poging. Ze schudt haar hoofd. ,,Nee. Ik wil rood. Zullen we verder gaan?” Ik haal mijn schouders op en sjok achter haar aan. Ze sleept me de Cinderella binnen, die er tegenover ligt. Weer wijs ik haar op allemaal leuke schoenen, maar ze zijn niet rood, dus geen van allen een optie. Ik geloof dat rood er een beetje uit is dit seizoen. Dat zegt de verkoopster van Shoeline ook, als ik maar een gesprekje met haar aanknoop terwijl Frederique haar voeten in een paar belachelijk hoge hakjes probeert te wurmen. Maar het zijn rode hakjes, dus het moet. ,,Is dit écht het enige wat jullie hebben in het rood?” vraagt Frederique klaaglijk terwijl ze naar de spiegel strompelt. ,,Ja,” zegt de verkoopster voor de zoveelste keer. ,,Kom op, je kunt er niet eens op lopen,” zeg ik. ,,We vinden wel wat anders.” ,,Ze zijn wel leuk…” aarzelt Frederique. ,,Je kunt er makkelijk mee vallen,” dreig ik. ,,Stel je voor, je komt dat café binnen en…” ,,Als ik voorzichtig loop zal het best gaan,” houdt ze vol. Ik zie hoe ze zich onopvallend aan een rek vastpakt. ,,Laat ze dan apart zetten,” stel ik voor. ,,Dan kun je nog even verder kijken.” ,,Goed idee,” zegt ze, en zakt neer op een bankje. Ik zie hoe ze probeert niet opgelucht te zuchten als ze de hakjes uittrekt.
Na de Bijenkorf, V&D en honderdduizend andere schoenenwinkels zonder rode schoenen of met lelijke rode schoenen of met rode schoenen die leuk staan, maar waar je nog geen meter op vooruit komt, ben ik het helemaal zat. De hele stad door op zoek naar rode schoenen. Dit is niet normaal. ,,Ik moet zo echt weg,” zeg ik tegen Frederique, die haar voet wanhopig in een pump maat 38 staat te proppen, omdat maat 39 uitverkocht is. Halverwege schopt ze het schoentje boos uit en laat zich naast mij op het bankje zakken. ,,Misschien moet ik dan gewoon maar wat anders aantrekken…” Ik heb zin om haar met elke rode schoen die ze in de afgelopen twee uur gepast heeft, een harde klap op haar hoofd te geven. ,,Je kunt nog altijd die Allstars kopen,” stel ik voor. Na twee uur wanhopig op zoek naar rode schoenen, is ze gelukkig heel beïnvloedbaar. In plaats van dat ze meteen “kan niet!” roept, kijkt ze me twijfelachtig aan en vraagt aarzelend: ,,Maar eh… kan dat wel?” Ik haal mijn schouders op. ,,Waarom niet? Het is maar een date. Het zijn vrolijke schoenen en je ziet dan tenminste niet uit alsof je uren voor hem voor de spiegel hebt gestaan. En je kunt erop lopen. En lang staan. Wie weet waarvoor dat nog eens handig kan zijn…” Ik knipoog schalks naar haar en bedenk dat er misschien best een toekomst voor mij weggelegd zou zijn in de reclame. Als ik ervan hield de hele dag aan het hoofd van onschuldige mensen te zeuren, tenminste. Frederique haalt haar schouders op. ,,Nou ja, okee dan.”
De gympen staan haar leuk. ,,Ze lopen wel lekker,” lacht ze opgelucht. Dat kan ik me voorstellen na al die rotschoenen die ze hiervoor gepast heeft. Ik hoop dat deze schoenen haar weer een beetje helpen herinneren voor ze was voordat ze zich met de tutjes in begon te laten.

,,Thomas heeft wel tien keer gebeld,” zegt Tim zodra ik thuiskom. Zijn kook-ambities zijn alweer vervlogen (slechte associaties, denk ik) en hij zit lui aan tafel op het eten te wachten, bladerend in de tv-gids. ,,Wel tien keer?” schrik ik. ,,Wat is er nou weer aan de hand?” Tim kijkt me oplettend aan bij dat “nou weer”, maar gaat er niet op in. ,,Nou ja, drie keer dan,” grinnikt hij. ,,Maar ik zou hem toch maar terugbellen als ik jou was.” Om de een of andere reden heb ik hier geen goed gevoel over. Ik hoor mijn moeder vanuit de keuken ,,we gaan eten!” roepen, maar voor deze keer ben ik Oostindisch doof. Ik pak de telefoon en ga op de trap zitten. Natuurlijk stommelen Jesse en Nathan net langs als ik de de telefoon bij Thomas over hoor gaan. ,,We gaan eten hoor!” roept Jesse. ,,Ssst!” sis ik boos. Thomas neemt op. ,,Hoi, met mij,” zeg ik, en ik probeer het luchtig te laten klinken. ,,Tim zei dat je gebeld had.” ,,Ja, klopt,” zegt hij, en gelukkig klinkt hij niet alsof hij een motie van wantrouwen over mij gaat uitspreken of zijn oma onder de bus ligt. ,,Ga je vanavond mee naar scouting?” Dat is voor mij bijna net zo erg. Thomas zit op scouting, dat is het enige wat ik dus niet leuk aan hem vind. Het idee van jongens en meisjes in identieke bloesjes met dassen die tenten opzetten, de vlag hijsen en overal knopen in leggen trekt me absoluut niet aan. Hij vraagt al sinds hij me kent of ik een keer meega, maar ik heb me er altijd redelijk elegant onderuit weten te werken. Nu ben ik te overdonderd om een goeie smoes te bedenken. ,,Nou, eigenlijk…” begin ik nog, in de hoop dat me spontaan iets in zal vallen. Maar er komt niks en mijn “nou, eigenlijk…” klinkt nogal zielig. ,,Eigenlijk wat?” vraagt Thomas een beetje geërgerd. ,,We kennen elkaar nu al vijf maanden, Christa. Kun je niet proberen een klein beetje interesse voor mijn hobby’s op te brengen?” Ik schrik. Straks krijgt hij weer zo’n enge uitbarsting. ,,Rustig maar!” lach ik vlug. ,,Ik wou alleen zeggen dat ik eigenlijk had willen vragen of je zin had om naar de film te gaan en daarna hier te blijven slapen, maar je hebt natuurlijk altijd scouting op vrijdag. Stom van mij hè, hahaha!” ,,Nogal ja,” bromt Thomas. Mijn acteerprestaties hadden op Frederique vanmiddag meer effect. ,,Maar dan wil ik vanavond natuurlijk wel mee naar scouting. Gezellig,” gooi ik er nog een schepje bovenop. ,,Okee, ben je dan om kwart over acht bij mij?” vraagt Thomas. Ik hoor aan zijn stem dat hij absoluut niet gelooft dat ik het gezellig vind om met hem mee naar scouting te gaan, en daar heeft ie gelijk in. Maar ik doe alsof er niks aan de hand is en beloof dat ik om kwart over acht bij hem op de stoep zal staan.
Net als mijn moeder geïrriteerd voor de derde keer mijn naam roept, storm ik de serre binnen en plof neer. ,,Sorry,” mompel ik. Gadverdamme, ik heb helemaal geen zin om mee te gaan naar die stomme scouting. Als Thomas me zo’n beetje dwingt om “interesse voor zijn hobby’s op te brengen” staat het me al helemaal tegen. ,,Wat moest ie?” vraagt Tim, die naast me zit, zachtjes. ,,Ik moet vanavond mee naar scouting,” kreun ik. ,,Zit ie daarop dan?” Tim begint te lachen. ,,Nou weet ik helemaal zeker dat ie gek is.”Boos neem ik een hap. Ik zeg niks terug. ,,Dat kan natuurlijk ook,” zegt Tim lackoniek, en buigt zich weer over zijn andijvie. ,,Vertel je me hoe het was?” ,,Tot je me smeekt om op te houden,” beloof ik sarcastisch.

Hoofdstuk 7 en 8

7.Frederique
Ik geloof niet dat ik ooit in mijn hele leven zo zenuwachtig ben geweest. Maar er is ook nog nooit een jongen helemaal uit Rotterdam helemaal hier naartoe gekomen voor een date met mij. Met MIJ! Even hoor ik Christa’s stem in mijn hoofd: ,,Ja, om goed te maken dat ie jullie zoenpartij was vergeten.” Ophouden, zeg ik streng tegen mezelf. Christa heb ik vanmiddag wel genoeg gehoord. Gezellig de stad in, zeg. Het enige wat ze deed, was onderuitgezakt op bankjes hangen, negatief commentaar leveren op elke schoen die ik aanpaste en me tenslotte opzadelen met rode gympen. Gympen! Ik was zo uitgeput van al dat passen, en wanhopig van het feit dat ik niet DE rode schoen kon vinden, dat ik ze nog gekocht heb ook. Zestig euro, verdomme. En nu zit ik hier op Rogier te wachten in mijn spijkerrokje, met mijn ballerina’s eronder. Toen ik gegeten had en weer helder kon denken, zag ik natuurlijk in dat ik never nooit met rode gympen aan kon komen zetten. Zeker niet na hoe ik er zaterdag uitzag. Ik vond eigenlijk dat deze outfit mijn benen een klein beetje kort maakte, maar ik had niks beters. Ik heb een dun roze truitje aan en mijn haar met kleine klemmetjes opgestoken. Ik kijk naar mezelf in een spiegel schuin tegenover mijn tafeltje. Ik zie er best schattig uit. Dat werkt het beste, volgens Kim. Het roept het beschermersinstinct van de mannen op. Ze willen je in hun sterke armen sluiten, ver weg van al het kwaad in de wereld. Nou, van mij mag het.
Ik kijk op de klok die boven de bar hangt. Vijf over acht. Hij is een beetje te laat. Maar dat is niet erg. Fashionably late, heet dat. Eigenlijk had ik ook te laat moeten komen, maar het lukte niet. Ik zat hier zelfs te vroeg. Het leek wel of ik geen enkel stoplicht tegen had op de weg hierheen. Wil je eens een keer te laat komen, lukt het niet. Het leven is ironisch.
Om kwart over acht is Rogier er nog niet. Ik doe mijn uiterste best om al mijn nagels er niet af te kluiven. Hij zal het toch niet vergeten zijn…? Nee, dat kan niet. Dat zou hij nooit doen. Hij zei dat hij het op zou schrijven. Rogier is een heer. Er is vast iets gebeurd op de weg hierheen. Of hij is gewoon niet zo’n man van de klok. Ik verpulver een bierviltje, maar hou er meteen mee op als ik bedenk dat dat volgens Daisy betekent dat je seksueel gefrustreerd bent. Ik heb geen idee of ik dat ben, maar Rogier mocht het eens gaan denken.
Tien voor half negen. De deur gaat open. Ik vlieg overeind, doe snel mijn haar een beetje goed… en zie een stelletje binnenkomen. Ze bestellen allebei een biertje. Ik zak weer in. Ik ben zenuwachtig en verveel me tegelijk, een dodelijke combinatie. Ik vraag me af of ik een van de tijdschriften moet pakken die naast me in de vensterbank liggen. Zou hij afknappen als ik zit te lezen als hij binnenkomt? Aan de ene kant: het is zijn eigen schuld dat hij zo laat is, ik moet toch wat doen om de tijd door te komen. Maar aan de andere kant: misschien komt het wel over als een wanhopige poging literair te lijken. Of zou Rogier zo niet denken?
Half negen. Er komt een meisje naar me toe dat vraagt of ik wat wil drinken. Ik zal wel moeten, ik kan hier niet blijven zitten zonder iets te bestellen, alsof ik een dakloze ben. Maar wat moet ik drinken? Wat wil ik dat Rogier mij ziet drinken als hij zometeen binnenkomt? ,,Eh, eh…” aarzel ik. Het meisje werpt me een vreemde blik toe. Of verbeeld ik me dat nou? ,,Doe maar cola,” flap ik er zonder nadenken uit. Ze knikt en loopt weg. Twee minuten later staat er een glas cola voor me. Ik heb helemaal geen zin in cola, maar neem toch maar een slokje. Ik krijg het amper weggeslikt.
Tien over half negen. Wanhopig probeer ik me te concentreren op Vrij Nederland, omdat volgens Christa alle belangrijke dingen gebeuren als je net even met iets anders bezig bent. Maar ik kan alleen maar denken: ik ben nu met iets anders bezig, dus nu moet hij binnenkomen. Hij hij niet even kunnen bellen? Hij heeft mijn nummer toch? Daar had ik nog niet eens aan gedacht. Shit, ik heb mijn telefoon toch niet op “stil” staan? Als een bezetene begin ik in mijn tasje te graven en vis mijn mobieltje eruit. Verslagen zie ik dat hij op z’n hardst staat, en dat er niet gebeld of ge-smst is. Ik stop het kleine kreng weer in mijn tas en probeer me nou eens op het tijdschrift te concentreren.
Kwart voor negen. Misschien is er iets mis met mijn telefoon waardoor hij nieuwe sms-jes meteen bij de andere sms-jes zet, zonder aan te geven dat er een nieuw bericht is. Dat zou best kunnen. Ik bekijk alle oude smsjes in mijn telefoon, maar er staat geen nieuwe tussen. Voor de zekerheid kijk ik ook nog even naar het gespreksoverzicht, maar er is écht niet gebeld. Of zou er een storing zijn? Ik bel de storinglijn van mijn provider. ,,Op het moment zijn er geen storingen,” vertelt een blikkerige stem me. Damn.
Vijf voor negen. Ik zit hier al bijna een uur. Ik zie dat ik mijn cola op heb. Ik heb niet eens gemerkt dat ik die heb opgedronken. Ik voel me klote. Ik wacht nog 5 minuten, besluit ik. Het is niet dat ik niet langer wil wachten, ik zou hier tot het vergaan van de wereld willen blijven zitten, hopend dat hij nog komt, maar ik wil niet zo wanhopig overkomen. Ik heb eigenlijk liever niet dat hij nu nog komt, hoewel ik hem dolgraag wil zien. Maar ik wil niet dat zielige meisje zijn dat een uur zit te wachten. Als ik een beetje cool was geweest, was ik na twintig minuten al weggeweest, op naar een andere aanbidder. Helaas. Ik ben niet cool.
Negen uur. Ik pak mijn tasje, loop naar de bar en reken mijn cola af. Het meisje werpt me een medelijdende blik toe. Ik doe alsof ik het niet zie. Ik trek mijn jasje aan en loop naar buiten. Het regent een beetje. Ik voel me vreselijk zielig. Ik kan niet naar huis gaan. Ik moet al bijna huilen bij de gedachte aan ons grote, koude huis, waar mijn vader zwijgend voor de tv zit en mijn moeder aan de tafel iets belangrijks zit te doen. ,,Hallo schat, was het leuk?” Ze vraagt het altijd, ook als ze niet eens weet waar ik heen ben geweest. Ik geloof dat ze denkt dat dat haar een betere moeder zal maken of zoiets. Nee. Ik kan echt niet naar huis. Kim zal wel niet thuis zijn, vrijdagavond om negen uur. Die heeft altijd wel wat te doen ’s avonds. Ik denk dat ik maar naar Christa ga. Natuurlijk, ze zal niet zeggen “ik zei het je toch” maar ze zal het overduidelijk denken. Ze zal me overladen met commentaar en goede raad. Maar het is er warm, en het is er gezellig. Ze zal luisteren en meeleven. En ze woont hier dichtbij, zodat ik niet te ver hoef te fietsen met mijn korte rokje.

Tim doet de deur open. ,,Christa is er niet,” zegt hij, voor ik mijn mond maar heb opengedaan. Hij lijkt chagrijnig. Dat heb ik weer. ,,Oh,” zeg ik, en ik weet me geen houding te geven. Ik wil niet zielig overkomen, maar het kost me de grootste moeite om me een beetje normaal te gedragen. Het liefst zou ik driftig gillen dat ie haar dan maar hier moet toveren, omdat ik haar NU wil spreken. In plaats daarvan haal ik diep adem en vraag of hij weet waar ze is. Hij grinnikt even. ,,Raad je nooit. Scouting.” ,,Met Thomas zeker?” zucht ik. Hij knikt. ,,Jep. Wie anders.” Ik weet dat ik gedag zou moeten zeggen en weg zou moeten gaan, in plaats van als een of andere zwerfhond in de regen op het tuinpad te blijven staan. Tim kijkt me even onderzoekend aan. ,,’t Is toch niet dringend ofzo?” ,,Nee, niet echt,” zeg ik. ,,Sta ik hier alleen voor niks te verregenen.” Ik pers er iets uit wat op een lachje zou kunnen lijken. ,,Kom anders even binnen,” stelt Tim dan opeens voor. Ik voel me zo eenzaam en treurig, dat ik “okee” gezegd heb voor ik het weet.
Ik hang mijn jas aan de overbekende kapstok, en het voelt raar dat ik hier nu niet voor Christa kom. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Tim vraagt of ik wat wil drinken. Eigenlijk heb ik er geen zin in, ik zit nog vol cola, maar om aardig te zijn zeg ik maar ja, doe maar Fanta.
Gelukkig verstoort een luide bonk boven ons hoofd de gespannen stilte. Tim loopt naar de trap en brult: ,,Slapen!” naar boven. ,,Mijn ouders zijn de deur uit, Christa is de deur uit, en ik zit hier de hele avond om te zorgen dat die twee de boel niet afbreken.” Nog twee harde bonken, een luid “auhauw!” en de stappen op de trap. Het volgende moment staat Nathan voor onze neus. ,,Jesse zit steeds te…” Dan ziet hij mij. ,,Wat doe jij hier?” ,,Frederique is even op bezoek,” legt Tim met nauwelijks verholen ongeduld uit. ,,Nou, wat doet Jesse?” ,,Hij trapt steeds tegen mijn matras aan,” zegt Nathan klaaglijk. Tim zucht. ,,Wacht even,” zegt hij tegen mij. Dan loopt hij naar de trap. Nathan holt triomfantelijk achter hem aan. Bij de deuropening draait hij zich nog een keer nieuwsgierig naar me om. ,,Welterusten,” zeg ik. Hij grijnst. ,,Slapen, pfff…” Ik vermoed dat Tims taken als oppasser vanavond nog niet voorbij zijn.
Ik loop naar het raam en staar de tuin in. Hij ligt er triest bij in de regen. Op de tafel waar we dinsdag nog gezellig spaghetti zaten te eten in de zon, kleven nu een paar natte bladeren en dennenaalden. Ik voel tranen opkomen als ik denk aan hoe blij ik dinsdag was. Blij is nog een understatement: ik was dolgelukkig. Christa was sceptisch. Had ze daar dan toch gelijk in of is er een goede reden dat Rogier me vanavond heeft laten zitten? Ik haal weer mijn telefoon uit mijn tasje in de hoop dat hij intussen ge-smst heeft. Maar het schermpje ziet er akelig normaal uit. Geen nieuwe berichten. Ik heb me nog nooit zo eenzaam en verloren gevoeld. Ik bijt op mijn lip. Niet huilen, alsjeblieft. Tim zit vast niet op een jankend meisje te wachten. Dan wenst hij vast dat hij me nooit binnen had gevraagd. Jongens haten meisjes die huilen.
,,Fanta wilde je, hè?” Ik schrik als ik zijn stem opeens weer achter me hoor. Snel neem ik een kalme, peinzende pose in. ,,Ja, Fanta,” zeg ik. Het klinkt verdacht hees, maar gelukkig niet huilerig. ,,Hier,” zegt hij, en zet het glas naast me neer. Hij kijkt me even oplettend aan, maar vraagt niets. Het is weer stil. Ik kan slecht tegen stilte, maar Tim lijkt zich volkomen op zijn gemak te voelen. Hij schenkt zichzelf ook een glas Fanta in en komt naast me staan. ,,Nathan en Jesse willen een poes,” zegt hij na een stilte van zeker een minuut opeens. ,,Een poes?” kras ik. ,,Maar mijn ouders willen het niet,” gaat hij verder. ,,Mijn moeder zegt dat vier kinderen al huisdieren genoeg zijn.” ,,En je vader?” vraag ik, om het gesprek op gang te houden. ,,Die is opeens allergisch. Terwijl hij op foto’s van vroeger altijd omringd wordt door honden, katten en konijnen.” Ondanks mijn miserabele toestand moet ik lachen. ,,Hé, je lacht!” zegt hij, maar nog steeds vraagt hij niets. Christa had tegen deze tijd waarschijnlijk alle onderwerpen die in de verte aan Rogier gelinkt zijn en ook met klootzakken te maken hebben, al wel afgewerkt. ,,Heb jij huisdieren?” vraagt Tim daarentegen. Ik schud mijn hoofd. Ik moet weer aan het grote, kille huis denken en staar zogenaamd heel geïnteresseerd naar een boom in de tuin. ,,Ook niet gehad?” vraagt hij door. ,,Ik had een konijn, vroeger,” zeg ik. ,,Toen we nog hiernaast woonden. Snoopy heette die, weet je dat niet meer?” Hij lacht. ,,Er begint me iets te dagen, ja. Is dat niet dat beest dat z’n naam eer aandeed en jullie hele suikerpot leegsnoepte?” Ik zie het opeens weer voor me, dat dikke witte konijn op de tafel, met een schuldige blik in z’n oogjes naast de omgevallen suikerpot. Ik giechel. ,,Eigenlijk zou ik best weer een konijn willen,” bedenk ik opeens hardop. Het grote kille huis zou er gezelliger van worden, denk ik er achteraan, niet hardop.
,,Ti-him!!” horen we dan twee stemmetjes boven ons hoofd. Tim neemt net zijn laatste slok. Hij grijnst verontschuldigend naar me. ,,Moet weer even oppascentrale spelen. Sorry.” Met twee treden tegelijk holt hij de trap op. Door het oude plafond kan ik letterlijk verstaan wat hij tegen de tweeling zegt. ,,Jongens, het is half tien. Jullie moeten nu écht gaan slapen.”
,,Maar er zit hier een mug! En hij zoemt de hele tijd.”
,,Jullie hebben toch Autan opgesmeerd? Die mug lust jullie helemaal niet meer.”
,,Nee, maar hij zoemt wél!”
,,Daar kan ik ook niks aan doen. Denk maar gewoon aan iets anders, dan val je vanzelf in slaap.”
Pappa Tim, denk ik bij mezelf. Hij klinkt lief. Niet echt als de stoere, drummende Tim die ik ken. Onwillekeurig glimlach ik. Dan herinner ik me dat ik gedumpt ben, afgedankt, in de steek gelaten, en dat glimlachen wel het laatste is dat ik in deze situatie zou moeten doen. Al zou ik ook niet kunnen bedenken wat dan het eerste is dat ik zou moeten doen. ,,Als ze nou niet gaan slapen weet ik het ook niet meer.” Opeens staat hij weer voor mijn neus. Ik schrik op en lach maar wat. ,,Kijk wat ik op hun kamer vond.” Tim haalt een dvd achter zijn rug vandaan. Finding Nemo. Als ik alleen al naar dat lieve kleine oranje visje kíjk word ik al wat blijer. ,,Kijken?” stelt hij voor. ,,Ik heb hem nog steeds niet gezien.” ,,Dat kan niet!” roep ik geschokt. ,,Deze moet je gezien hebben. Iedereen heeft ‘m al gezien!” Hij lacht. ,,Iedereen kan me niet zoveel schelen, maar ik ben wel nieuwsgierig. En de chips moet dringend op.” ,,Dat kan ik toch moeilijk weigeren,” zeg ik, en alweer vergeet ik dat ik, gezien de situatie, eigenlijk niet mag glimlachen.

8.Christa
Thomas staat al helemaal klaar voor vertrek. Ongeduldig rijdt hij heen en weer over de stoep. ,,Je bent laat,” is het eerste wat hij verwijtend zegt als ik aan kom racen en “hoi!” roep. Mijn hemel. Ik ben er nog niet en hij begint alweer op me te zeiken. Ik kijk op mijn horloge. Tien voor half negen. ,,Vijf minuutjes maar,” zeg ik. Het klinkt alsof ik me verdedig. Belachelijk. Thomas is plotseling veranderd in een enorme zeikerd, en je daartegen verdedigen is wel ongeveer het laatste wat je moet doen. Geef je ze alleen maar meer macht mee, is mijn mening. ,,Straks beginnen ze zonder ons,” dreigt hij, terwijl hij wegracet. Lijkt me een goed moment om duidelijk te maken dat ik niet van plan ben door de modder te gaan tijgeren of een ingewikkelde knoop te leren die ik nooit ergens voor nodig zal hebben. ,,Wat gaan we doen vanavond?” vraag ik voorzichtig. Hij haalt zijn schouders op. ,,Drinken, waarschijnlijk. Misschien nog een verkeersbord jatten voor in het lokaal ofzo.’ Ik ben geschokt. ,,Moeten jullie de vlag niet hijsen dan?” Thomas lacht spottend. ,,Ik weet niet wat voor beeld jij van scouting hebt, maar het is in elk geval behoorlijk verkeerd.” ,,Ik ben benieuwd,” brom ik. Daarna zeggen we geen van beiden nog iets. Ik snap niet wat er opeens aan de hand is tussen ons. Is hij me nou nog steeds aan het straffen voor mijn niet al te enthousiaste reactie van vanmiddag?
Zwijgend komen we aan bij het scoutinggebouw, aan de rand van een park. ,,Hier is het dus,” zeg ik. ,,Hier is het dus,” bevestigt Thomas. ,,Leuk kleurtje,” doe ik nog een poging.
,,Eerst was het wit,” vertelt Thomas. ,,Maar het beheer vond rood toen opeens leuker.”
,,Aha.” Ik zie niet eens een vlaggemast.
Het lokaal van de Stam, de groep waar Thomas bijzit, “speltak”, zoals hij het zelf uitdrukt, is een vochtig zoldertje helemaal bovenin het gebouw, waar je volgens mij niet levend uitkomt bij een brand. Niet dat het de allerslechtste plek is om dood te gaan, het ziet er best leuk uit. Tegen de wanden zijn foto’s en posters geplakt, in de hoek staat een verkeerszuil en hier en daar hangt een verkeersbord. Er staan twee oude banken, een ijskast en een oude tafel met zes verschillende stoelen er omheen. En, het beste: niemand heeft zo’n eng bloesje aan. ,,Hee Thomas, is dat nou je vriendin?” roept een jongen. ,,Ja, dit is Christa,” stelt Thomas me voor. 8 paar ogen staren me aan. ,,Hoi,” zeg ik. ,,Hoi,” zeggen de anderen. ,,Laat ik maar geen moeite doen met voorstellen, want dat onthou je toch niet,” zegt Thomas. ,,En bedankt weer,” reageer ik beledigd. Een paar mensen lachen. Thomas is zo galant om een stoel voor me te pakken (de banken zijn natuurlijk al bezet) en ploft zelf op de leuning van een van de banken neer, naast een meisje met zwart haar en een lippiercing. En ik maar denken dat op scouting vooral van die geitenwollen-sokken-types zaten – mijn eigen vriendje daargelaten natuurlijk. Misschien was het een beetje naïef van me om te denken dat Thomas de enige uitzondering op de hele wereld zou zijn.
,,Hallo,” grijnst het meisje, als ze ziet dat ik naar haar kijk. ,,Ik ben Dewi. Wil je de rest ook weten?” ,,Ja, doe maar,” zeg ik, om Thomas dwars te zitten. Ze noemt van alle andere zeven de namen op. Winston, Claudia, Myrthe, Daan, Fay, Willemijn en Alan heten ze, als ik het goed versta. Winston is het type klein, donker, grappig en atletisch. Zo’n jochie dat altijd wint met hardlopen, maar geen serieus gesprek kan voeren. Claudia heeft lang blond haar en grote ogen waarmee ze constant “ik weet van niets”-blikken de wereld inzendt. Wat er ook gebeurt, Claudia weet nérgens van, dat zie ik meteen. Ze doet me denken aan iemand uit een tv-serie, maar ik kan er niet opkomen wie. Myrthe weet duidelijk juist overal iets van: ze zit druk iets in Claudia’s oor te fluisteren, die nog grotere ogen opzet. Lekker stel is dat, denk ik geërgerd. Het zou me niet verbazen als ze op dit moment hun waarderoodeel over mij aan het uitspreken waren. Daan lijkt me wel aardig. Ik hoor hem net zachtjes “je moet het je niet zo aantrekken” tegen Fay zeggen. Wat Fay zich niet zo aan moet trekken wordt me niet duidelijk, maar hij geeft een bemoedigend klopje op haar arm en ik besluit dat hij aardig is. Van Fay kan ik niet zo goed hoogte krijgen. Het enige wat me duidelijk wordt is dat ze behoorlijk depri is. Ze kauwt op een sliert haar en staart verbeten voor zich uit. Willemijn is ook niet bepaald een open boek. Ze lijkt totaal niet te merken dat Fay naast haar waarschijnlijk zelfmoordplannen zit te maken, en staart dromerig voor zich uit. Ze is niet hier. Ik ken haar niet, maar ben nieuwsgierig naar waar dan wel . Alan is tenslotte duidelijk de macho van het stel. Hij heeft een helmdje aan waarin zijn gespierde armen goed uitkomen en zit wijdbeens. Hij is afschuwelijk zeker van zichzelf. Hij is het type jongen dat Frederique en ik leuk gevonden zouden hebben toen we dertien waren. Mijn smaak is gelukkig veranderd. Van Frederique weet ik dat nog niet zo zeker. Ze is nu op haar date, bedenk ik opeens. Hoe zou het zijn? Ik heb zin om Thomas’ mobiel te lenen en een smsje te sturen, al is het alleen maar om me hier een beetje een houding te geven, maar ze is waarschijnlijk toch te druk om het te lezen. Ze is bezig zich in de netten van die engerd te laten strikken. Daar kan ze mij toch niet bij gebruiken.
,,Heeft er iemand programma vanavond?” vraagt Daan. Het is stil. Dan begint iedereen te lachen. ,,Niet dus.” Ik vraag me af wat ik in godsnaam de hele avond moet gaan doen hier. Een beetje in de ruimte lullen met mensen die ik amper ken? Moet ik moeite gaan doen om ze te leren kennen? Zal ik ze vanaf nu vaker gaan zien of is dit iets eenmaligs?
,,Iemand zin om te kaarten?” stelt Daan voor. Daar heb ik helemaal geen zin in, ik ben ontzettend slecht in welk kaartspelletje dan ook, maar Thomas roept “goed plan!” dus ik heb eigenlijk weinig keus en knik maar wat. Fay ontwaakt opeens uit haar bad trip en veert op. ,,Ja, kaarten!” De rest vertoont niet veel reactie. ,,We zijn met z’n vieren, kunnen we hartenjagen,” besluit Daan energiek. Hij vist ergens kaarten vandaan en voor ik het goed en wel doorheb zitten we met z’n vieren rond de tafel. Daan wil net enthousiast de kaarten gaan ronddelen als ik vertel dat ik niet kan hartenjagen. ,,Kún je dat niet?!” valt Thomas me onmiddellijk af. ,,Hou je bek, zeikerd, daar kan zij toch niks aan doen,’ snauwt Fay tot mijn grote verbazing opeens. ,,Niet iedereen is geboren met een natuurlijke kennis van alle kaartspelletjes op aarde.” Voor iemand die een paar minuten geleden nog leek te zitten bedenken welke manier het minste pijn doet vind ik haar verrassend adrem. Thomas zucht. ,,Alsjeblieft Fay, zou je voor één avondje je slechte humeur niet op ons willen botvieren?” ,,Met jou erbij kan ik niks beloven,” kat ze, en ze stopt weer een sliert haar in haar mond. Daan probeert mij ondertussen de grondbeginselen van het hartenjagen uit te leggen, maar ik snap er nog niet al te veel van. ,,Je krijgt punten voor de harten en de schoppen vrouw, dus die moet je proberen weg te spelen,” zegt hij. Wartaal, als je het mij vraagt. ,,Hoe moet je ze dan wegspelen?” vraag ik vertwijfeld. ,,Door ze op te gooien als er een andere kleur gespeeld wordt natuurlijk!” roept Thomas voor Daan zijn mond zelfs maar open heeft kunnen doen. ,,Maar dat mag alleen als je die kleur zelf niet meer hebt!” vult Daan aan. ,,Maar het hoeft niet per se een kleur te zijn,” mengt Fay zich in de uitleg. ,,Als je harten weg wil spelen mag dat ook op ruiten, als je zelf geen ruiten meer hebt. Je hoeft harten niet per se op zwart weg te spelen.” ,,Alle harten zijn één punt, de schoppen vrouw is er dertien,” gaat Daan onverschrokken verder. ,,Wanneer krijg je die punten dan?” vraag ik, want gek genoeg heb ik niet het idee dat dat me al uitgelegd is. ,,Als je de slag krijgt natuurlijk!” roept Thomas weer voor zijn beurt. ,,Jou hebben we niks gevraagd!” blaft Fay, alsof we al jaren soulmates zijn. ,,Je krijgt de slag als je de hoogste kaart opgegooid hebt,” vertelt ze mij vervolgens heel vriendelijk. Ik begin me stiekem af te vragen wat voor soort aandoening ze precies heeft. Ik besluit dat doen alsof ik het spel snap op dit moment het verstandigst is. ,,Okee, zullen we dan maar?” bluf ik vrolijk. Daan deelt de kaarten en ik doe mijn uiterste best om naar mijn waaier te kijken met de blik van een prof. Deze houding houdt niet lang stand. ,,Kies er maar drie die je weg wilt geven,” zegt Daan. De moed zinkt me in de schoenen. ,,Weggeven? Hoezo, weggeven?” ,,Je mag je drie slechtste kaarten aan het begin van het spel weggeven,” legt Daan geduldig uit. ,,Dat is gewoon een regel. Een keer naar links, een keer naar rechts, een keer naar degene tegenover je en een keer houd je ze zelf.” Dat klinkt me redelijk logisch in de oren. ,,Okee,” zeg ik, alsof dit spelletje een cookie voor mij wordt. Nu alleen nog bedenken wat mijn slechtste kaarten zijn. Ik kijk volkomen blanco naar mijn kaarten en besluit de hoogste maar door te geven, dat lijkt me wel een veilige zet. Ik geef een klaver vrouw, een schoppen aas en een harten heer aan Thomas. ,,Ohw, Christa!” roept hij meteen. Oh god, ik heb het natuurlijk weer verkeerd gedaan. ,,Hoe kun je me nou zulke kutkaarten geven!’ roept hij er dan gelukkig achteraan. ,,Tja, dat hoort erbij,” grijns ik trots. Ik heb zelf trouwens ook behoorlijk hoge kaarten gekregen. Volgens mij heb ik die ene waar je dertien punten mee krijgt.
Om een duistere reden liggen er opeens kaarten op tafel. Klaveren. Ik gooi een willekeurige klaveren op, de tien. Gelukkig krijg ik niet alle kaarten. De twee slagen daarna gelukkig ook niet, en ik zou bijna gaan denken dat ik het al een beetje kan. Maar dan krijg ik natuurlijk opeens die dertien punten, en meteen heb ik er geen zin meer in. Nu moet ik ook nog iets kiezen om op te gooien. Vertwijfeld kijk ik naar mijn kaarten. ,,Doe iets laags,” raadt Thomas aan, en ik voel hoe mijn maag een sprongetje maakt omdat hij eindelijk weer eens iets aardigs tegen me zegt. Nou ja, je zou het als aardig kunnen opvatten. Ik gooi mijn laagste kaart op, de ruiten vier. En weer krijg ik al die kaarten. Ik snap er niks van. ,,Hoe kan dat nou! Het was een vier!” zeg ik verontwaardigd. ,,Blijkbaar heeft niemand verder meer ruiten,” legt Fay uit. ,,Oh,” zeg ik dom. Wat een stom spel, denk ik bij mezelf.
Uiteindelijk heb ik 19 punten, van de 26 die je maximaal kunt halen. Daan zegt dat hij dat nog knap van me vindt, hij had er de eerste keer 25. Toch vind ik het geen leuk spelletje. Ik voel me altijd zo dom bij kaartspelletjes. Daan en Fay vragen zich vast af wat Thomas met zo’n dom kind moet. Ik heb absoluut geen zin in nog een potje, maar omdat ik verder toch niks te doen heb hier, speel ik maar door. Ik wacht op een geschikt moment om een hele intelligente opmerking te maken, maar dat moment komt niet echt. Thomas en Fay bekvechten om de drie minuten, en verder worden er alleen opmerkingen gemaakt als “de schoppen vrouw is nog niet geweest hè” en “ze zijn voor jou”. Mijn puntenaantal stijgt, maar gelukkig krijgt Daan dan twee keer achter elkaar de schoppen vrouw, waardoor ik niet zo heel eenzaam ben met al m’n punten. Als ik de honderd punten overschreden heb, is het spel opeens afgelopen. Daan en Thomas verdwijnen naar benenden. Ik blijf achter met Fay. Ze speelt met een van haar vele zwarte plastic armbandjes. ,,En, hoe lang hebben jij en Thomas nu al met elkaar?” ,,Vier maanden,” zeg ik, maar ik klink niet zo blij en trots als normaal. Ik begin me zo langzamerhand af te vragen wat ik al vier maanden met dat stuk chagrijn moet. Al is hij pas de laatste week zo chagrijnig, sinds dat gedoe met zijn dagboek. Daarvoor was hij altijd wel lief. ,,Hij is niet makkelijk, hè?” zegt Fay opeens. Oh, dus nu kan ze ook al gedachten lezen. Ik begin haar steeds wonderlijker te vinden. ,,Soms niet, nee,” hou ik me nogal op de vlakte. Ik vertel niet graag de ins en outs van mijn privéleven aan vreemden. Fay staart voor zich uit. ,,Eerst is alles leuk een aardig, en opeens slaat ie om. Kun je niks meer goed doen. Maar net als je op je strepen wilt gaan staan, is ie weer zo lief dat je er toch maar niks van zegt.” Dat geeft de situatie tussen mij en Thomas zó treffend weer, dat ik haar sprakeloos aanstaar. ,,Hoe… hoe wéét je dat allemaal?” breng ik uit. Ze fronst haar wenkbrauwen. ,,Heeft Thomas je dat niet verteld?” Mijn maag trekt samen. Slecht nieuws op komst. ,,Eh, nee…?” piep ik. Ze zucht. ,,Ik ben zijn ex. We hebben 7 maanden verkering gehad.” Ik slik. ,,Wanneer ging het uit?” ,,Maart,” antwoordt ze. Mijn maag trekt nog meer samen. Dat is vlak voor hij mij leerde kennen. ,,Ik vond het ook een beetje snel, ja,” leest Fay opnieuw mijn gedachten. ,,Wil je ook weten waarom het uitging?” Ik staar haar aan, en zeg niks. Mijn hersens moeten teveel in één keer verwerken. Omdat Thomas nooit over ex-vriendinnetjes praatte, ging ik er altijd maar stilletjes vanuit dat hij die niet had. Maar hij heeft dus wel een vriendin gehad, en nog lang ook. Langer dan hij nu met mij heeft. En hij heeft me er nooit iets over verteld. Ik heb het gevoel dat de grond onder mijn voeten wegzakt, nu ik opeens een hele andere Thomas lijk te hebben. Langzaam schud ik mijn hoofd. ,,Nee. Ik geloof niet dat ik wil weten waarom het uitging.” Ze knikt. ,,Heb je gelijk in, zou ik ook niet willen weten. Je zou nog dingen gaan zien die er niet zijn.” ,,Precies,” zeg ik, en ik snap ook opeens waarom ze zo van streek leek vanavond. Ik heb er spijt van dat ik dacht dat ze iets mankeerde. ,,Wel moeilijk voor jou om ons samen te zien, dan…” Ze grinnikt en merkt op: ,,Ach, jullie zitten niet bepaald de hele tijd te tortelen…” Het voelt alsof ze me een stomp geeft. Het is nooit leuk om te merken dat anderen ook zien dat er iets scheef zit in je relatie. ,,Niet echt, nee,” antwoord ik plichtmatig. Tot mijn verbazig voel ik opeens tranen opkomen. Ik kan ze net op tijd wegslikken, als Thomas opeens binnenkomt en om mijn nek gaat hangen. ,,Hee lieffie, heb je het nog een beetje naar je zin?” Ik heb heel veel zin om te huilen, te gillen en hem te slaan, maar ik weet me in te houden. ,,Ik ben heel erg moe,” verzin ik. ,,De hele middag door de stad gelopen. Ik denk dat ik zo maar ga.” ,,Dan ga ik met je mee,” zegt hij meteen. ,,Ik laat jou niet alleen door dat donkere park fietsen. En wat zei je ook alweer over film kijken en bij jou blijven slapen…?” Ik voel me een beetje opgelaten met Fay zo vlakbij. Maar ik ben wel heel blij dat hij meefietst, en dat hij weer een beetje lief is. Misschien is alles wel gewoon een misverstand… Ik sta op. ,,Nou, zullen we maar gaan dan?” Ik kijk naar Fay, die naar ons zit te kijken terwijl ze weer op haar haar kauwt. ,,Ik zie je wel weer een keer,” zeg ik aarzelend. Ze pakt het velletje waarop ze de score van het hartenjagen heeft bijgehouden en krabbelt er iets op. ,,Dit is m’n MSN,” zegt ze. ,,Voeg me maar toe.” Ik beloof dat ik dat zal doen, maar ik weet het niet zeker. Aan de ene kant wil ik haar nog veel meer vragen stellen, en proberen Thomas aan de hand van haar antwoorden te doorgronden. Maar aan de andere kant wil ik ook eigenlijk helemaal niks meer met het hele geval te maken hebben, me ervoor afsluiten en gelukkig proberen te zijn.
,,Wat ben je stil,” merkt Thomas op als we het park uit fietsen. ,,Is er soms wat?” Ik haal nukkig mijn schouders op. Hij zucht. ,,Je hebt met Fay zitten praten, of niet?” Nu vraagt hij er gewoon om. ,,Tja, als jij me niks over je leven vóór mij vertelt zal ik het maar van anderen moeten horen, hè?” bijt ik hem toe. ,,Waarom heb je me nooit verteld dat je voor mij al zeven maanden een relatie gehad hebt?” Hij zucht opnieuw. ,,Fáy heeft zeven maanden een relatie gehad,” zegt hij. ,,Ik vatte het allemaal wat minder serieus op. Het klinkt misschien hard, maar ik zag het niet als een relatie.”
,,Als wat zag je het dan wel, als ik vragen mag?”
,,Ik dacht dat we gewoon goeie vrienden waren die af en toe zoenden en met elkaar uitgingen. Ik heb ook nooit gezegd dat we wat hadden. Maar toen bleek dat zij daar gewoon vanuit ging.”
,,Dat is de grootste bullshit die ik ooit gehoord heb!”
,,Het is echt waar, Christa, geloof me nou! Je hebt zelf ook kunnen zien dat Fay een dramatisch typje is. Ze leeft voortdurend in haar eigen film. Wist ik veel dat ze mij als haar vaste vriendje zag!”
,,En het heeft je zeven maanden gekost om daar achter te komen?!”
,,Ja, nou, ja, ik had natuurlijk wel zo’n vermoeden, maar ik eh… ik vond het allemaal wel gezellig dus ik liet het maar een beetje zo…tot ik opeens mee moest naar de verjaardag van haar oma, toen was ik het zat en heb ik het uitgemaakt.”
,,En net zeg je dat het niet eens aan was!”
,,Ik vond het ook weer zo hard om dat te zeggen. Heel lullig, ik weet het, maar ik heb haar maar een beetje in de waan gelaten. Maar ik had het jou natuurlijk moeten vertellen voordat zij het deed. Had ik aan moeten denken. Echt stom dat ik dat niet gedaan heb. Echt, super sorry!”
Hij kijkt me zo eerlijk aan dat ik het niet volhoud om boos te blijven. Ik wil hem geloven. ,,Nou ja, okee,” zeg ik. ,,Dat zal dan wel. Als je straks maar niet zo over mij praat tegen je volgende vriendin!”
,,Welke volgende vriendin? Ik hoef helemaal geen volgende vriendin. Ik hou van jou.”
Ik houd mijn adem in. Eindelijk zegt hij die vier woordjes waar ik al die maanden op gewacht heb. ,,Ik ook van jou,” antwoord ik ademloos. We kijken elkaar aan en grijnzen als twee blije imbecielen. De afgelopen week lijkt opeens alleen maar een boze droom. Een boze droom die we overleefd hebben. Vanaf nu zijn we samen écht sterk.

Als we de woonkamer binnenkomen, na een uitgebreide zoensessie in de schuur, denk ik heel even dat ik gek geworden ben. Want daar zitten Tim en Frederique op de bank, tussen dvd’s, lege zakken chips en lege flessen. Het ziet ernaar uit dat ze onze complete gezinsvoorraad voor drie weken opgemaakt hebben. En ze lachen. Mijn broer en mijn beste vriendin hebben samen ongelooflijk de slappe lach. Ze kijken achterom naar ons, en vegen de tranen van hun wangen. ,,Hoi!” zeggen ze precies tegelijk, en beginnen daar vervolgens weer heel hard om te lachen. Ik heb geen idee hoe dit kan, want bij mijn weten zou Frederique vanavond haar enge date hebben. Maar Vrouwe Fortuna is blijkbaar te hulp geschoten en heeft ervoor gezorgd dat ze hier nu ontzettende lol zit te hebben met mijn broer, die zo te zien nog steeds behoorlijk gek op haar is. Ik besluit niets te zeggen. Wij kunnen het toch alleen maar verstoren. Ik pak Thomas’ hand en stilletjes sluipen we de kamer uit.